‘Hij gaf zijn hond drie dagen geen eten’ (audioblog)

Op de afsprakenkaart stonden slapende honden en schattige kittens. Toen ik op de bel drukte en wild hondengeblaf hoorde, wist ik dat de kaart niet klopte. Er waren geen slapende honden en al helemaal geen kleine katjes. De deur ging open en ik kwam in een kleine ruimte vol stoelen terecht. In de hoek lag een husky die over haar hele lichaam trilde. ‘Ze is bang,’ zei haar baas. Een paar meter naast de husky stond een paarse transportbox waar een zwarte kat in zat.

[heading margin_top=”14″]’Het gaat om de liefde voor de dieren'[/heading]

Ik zette mijn kat in zijn tijdelijke gevangenis naast me neer en pakte een folder. Mijn kat miauwde zachtjes, maar stopte toen hij doorkreeg dat hij daarmee de aandacht van de husky trok. De folder ging over gebitsonderhoud. Ik las hoe goed het was om dagelijks de tanden van je kat te poetsen. Een wangmassage kon ook helpen om de ergste tandplak te verwijderen. Ernaast lag een folder die me vertelde wat ik met een gevonden egel moest doen.

‘Uw achternaam?’ Ik noemde mijn achternaam. ‘Oh, ik zie het,’ zei de assistente. ‘U bent hier met.. Lucky.’ Ik knikte. ‘U moet even wachten op uw beurt.’ Ik knikte weer, en pakte een folder van de balie die ik nog niet gelezen had. Halverwege de folder hoorde ik hoe de assistente iemand telefonisch probeerde te overtuigen om een hond te laten opereren.

‘Ik begrijp dat honderd euro duurder is dan u gewend bent, maar het gaat niet om de prijs. De liefde die je voor de dieren hebt is belangrijker dan welke prijs dan ook.’
‘Nee, dat begrijp ik.’

‘Dat ligt eraan hoeveel narcoses hij nodig heeft.’
‘Dat kan, soms willen ze niet slapen.’
‘Ja, dat is duur. Maar u betaalt ook voor de liefde.’
‘Ik begrijp dat zestig euro een groot prijsverschil is, maar..’

‘Hij moet wel eten.’
‘Ik zeg het maar. We hebben iemand gehad die zijn hond drie dagen geen eten had gegeven.’
‘Denkt u er maar over na, mevrouw.’

[heading margin_top=”14″]’Een kat die grómt? Dat heb ik nog nooit gehoord.'[/heading]

‘Bo mag komen,’ riep de assistente. De husky trilde nu nog heviger. De man pakte de hond op en droeg haar naar binnen. Het dier had artrose en kon niet op haar achterpoten staan. Nu de hond weg was, durfde mijn kat weer te miauwen. ‘Je mag er zo uit,’ suste ik. Twee minuten later kwam de hond weer naar buiten. De zwarte kat, die blijkbaar Joey heette, mocht naar binnen. Op dat moment ging de deurbel. Twee donkerbruine teckels stoven naar binnen.

De eigenaresse keek op haar telefoon en deed geen moeite om ze in bedwang te houden. Ze blaften hard en duwden hun neuzen op de grond. Het geurspoor leidde hen naar mijn kat. Ik schoof de transportbox iets verder weg, maar het hielp niet. De nieuwsgierige honden probeerden hun neuzen in de luchtgaten te drukken. Mijn kat drukte zichzelf tegen de achterkant van de box aan. De honden trokken aan hun riemen, blaften, en sprongen tegen de box.

Ineens klonk er een afschrikwekkend geluid uit de box. De eigenaresse liet even haar telefoon met rust. ‘Een kat die grómt? Dat heb ik nog nooit gehoord.’ Mijn kat gromde zo hard dat de teckels zich bedachten en op mij sprongen. ‘Af! Zit!’ Het hielp niet. De honden renden rond en probeerden af en toe dichterbij de transportbox te komen. ‘Mevrouw Markus? U mag binnenkomen.’ Ik stond op. ‘Met.. met uw kat.’

Na het bezoek rekende ik zesenveertig euro af. Ik vroeg me af hoeveel liefde mijn kat daarvoor had gekregen. Zijn naam waren ze in ieder geval vergeten.

Foto door: Sandra

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.