Bijzondere boeken ontdekken op Literaturfest

‘Je moet net zoveel lezen als schrijven,’ was het advies dat schrijver Murat Isik me gaf bij de uitreiking van de Diorapthe Jongerenliteratuur Prijs. Daarom besloot ik naar de seizoensfinale van Literaturfest te gaan, een talkshow over boeken die alles behalve literair pretendeert te zijn.

Drie jongens, Toine Donk, Ernst-Jan Pfauth en Tim de Gier, van wie de eerste zich in een schuimend bad op het podium voorbereidt, trekken een opvallend jasje aan en nodigen drie gasten uit om over boeken te praten. Ongedwongen en onvoorspelbaar, met zoveel humor en enthousiasme dat je bijna zou vergeten dat je voor de boeken komt. Terwijl de Rode Hoed gisteravond vol stroomde, schikte Alexander Klöpping de vlinderdas van Toine en zwaaiden we wild met de Europese vlaggetjes die vanwege het thema op de stoelen lagen.

Ze bespraken, volgens hen niet gehinderd door enige kennis van zaken, vier boeken, waarvan ik er één gelezen had. Columnist Maarten Schinkel begon met het aanraden van een boek dat voor hem veel betekende, een vuistdik exemplaar over monniken, een klooster en zeven moorden – dat hij slechts negen keer gelezen heeft. Hij vergeleek Steve Jobs met de katholieke kerk en zei dat iedereen schrijft om Aristoteles te worden.

‘Schrijf jij om Aristoteles te worden?’ vroeg Ernst-Jan, wat de zaal een lach ontlokte. ‘Nee,’ antwoordde hij. ‘Ik schrijf om het idee dat ik heb werkelijkheid te laten worden. Trouwens, ik noem mezelf ook geen schrijver. Na twee romans ben je geen schrijver, dat begint pas te komen nadat je er zeven of acht geschreven hebt.’

Foto: Fleur Bult
Ik op Literaturfest in de Rode Hoed. Foto: Fleur Bult

Schrijfster Charlotte Mutsaers raadde een moeilijk verkrijgbaar boek aan en wist ons er met haar eerlijke humor van te overtuigen dat het een herdruk verdient. Een vertederende bespreking over de astronauten van de kosmosnelweg – in werkelijkheid twee mensen die parkeerplaatsen langs de snelweg als vakantiebestemming beschouwen. Bas Heijne, die het derde boek van de avond aanraadde, ‘had iets leukers te doen.’ Ze bespraken het zonder hem, compleet met infographic en een chaotisch filmpje.

Als laatste vertelde Arie Boomsma over een wreed boek over het ontstaan van de mens, waarvan ik nog steeds niet weet hoe ik het moet opvatten. Is het ironisch of een klaagbetoog over de zinloosheid van het menselijk bestaan? Toch was dat juist wat Arie zo aansprak. ‘Verhulst heeft een bedoeling met zijn boeken. Schrijvers moeten hun pen gebruiken als zwaard. Het lijkt alsof de schrijvers van tegenwoordig bang zijn om iets te zeggen via hun kunst, dat politiek geëngageerde.’

‘Het mooie van kunst is dat je tegen je eigen denkbeelden in durft te lezen.’ Ook het herlezen van boeken vond Arie waardevol. ‘In een tijd waarin alles op shuffle staat, doorzetten. Dat is goed, want je kunt op de laatste pagina’s nog iets prachtigs tegenkomen.’ Literaturfest laat zien dat literatuur prima samengaat met een gezellige avond. Een avond mét goede boeken, leuke gasten en drank.

Maar dan zonder saaie kritiek, want dat is volgens Arie niet wat literatuur zo bijzonder maakt. ‘Dat is wanneer je een boek leest en daarna een beetje iemand anders bent geworden.’

 

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.