Charlie Hebdo laat zien dat we aan de grenzen van vrijheid moeten trekken

In Parijs werden redactieleden van Charlie Hebdo vermoord voor het oprekken (en het opzoeken) van grenzen. In Nederland won schrijfster Emma Curvers de rechtszaak die haar vader had aangespannen omdat een romanpersonage teveel op hem zou lijken. Volgens de rechter mocht Curvers zich laten inspireren door haar vader, omdat het behoort tot haar artistieke vrijheid. Volgens de extremisten overschreden de cartoons van Charlie Hebdo die grens. Maar heeft vrijheid wel grenzen?

In Nederland won de artistieke vrijheid, in Parijs werd een soortgelijke vrijheid niet erkend. Die tegenstelling is wrang. ‘Ze zijn te ver gegaan, dit hebben ze over zichzelf afgeroepen,’ zei iemand over Charlie Hebdo. ‘Het ligt aan de extremisten,’ vond een ander. ‘Christenen zouden zich nooit zo snel beledigd voelen. En zeker geen geweld gebruiken.’ Artistieke vrijheid en vrijheid van meningsuiting zijn rekbare begrippen. Ze lijken net zo makkelijk naar links te rekken als naar rechts. Het is net aan welke kant je trekt.

Over de rechtszaak tegen Curvers schreef ik het volgende op Lood: ‘De grens tussen feit en fictie lijkt in een ondoorgrondelijk niemandsland te liggen dat niemand op kan eisen maar waar iedereen zich wel graag op beroept.’ Hetzelfde lijkt te gelden voor vrijheid van meningsuiting. De grens tussen de vrijheid om te mogen zeggen wat je wilt en het kwetsen van anderen is onduidelijk, ondefinieerbaar en haast onmogelijk. Waar de één zegt dat die grens is overschreden, zal de ander zeggen dat dat nog lang niet het geval is.

Hoe ver je kunt gaan in je artistieke vrijheid lijkt dus vooral een persoonlijke overweging te zijn.

En toch proberen mensen die grens te verduidelijken, een lijn te trekken en erkenning van die grens af te dwingen. Een vader doet dat via de rechter. Een moslimextremist zoekt de oplossing in geweld. Want hoewel Curvers’ persoonlijke overweging was dat haar vader niet volledig herkenbaar was in het personage, dacht haar vader daar anders over. En hoewel de redactieleden van Charlie Hebdo hun werk vanuit persoonlijke overtuiging deden, waren moslimextremisten het daar niet mee eens.

Grenzen toekennen aan vrijheid is per definitie vreemd. Het woord ‘vrijheid’ zelf impliceert dat er geen grenzen zijn. Anders bestaat die vrijheid niet. Tijdens een blogworkshop leerde ik dat ik tijdens het schrijven één iemand in gedachten moet houden. Bij alles wat ik publiceer denk ik: wat zou diegene ervan vinden? Er zijn altijd anderen die er iets anders van vinden, maar zodra je je daardoor laat beïnvloeden is je vrijheid verdwenen.

Daarom zijn we vóór artistieke vrijheid. Vóór vrijheid van meningsuiting. Dus maken we een vuist, schrijven we erover en organiseren we demonstraties. Het helpt alleen niet. Natuurlijk, we laten ermee zien dat het niet oké is. Het creëert bewustwording en biedt steun, een tegengeluid. Maar concreet verandert er niets. Er blijven mensen opstaan die zich in romans menen te herkennen. Net zoals er, hoe onverdedigbaar ook, altijd mensen opstaan die vrijheid willen begrenzen en daar geweld voor gebruiken.

Dat betekent niet dat we er dan maar niet over moeten schrijven of voor moeten demonstreren. Zwijgen zou te erg lijken op het toestaan van de met geweld afgedwongen grens. We moeten aan de grenzen van onze vrijheden blijven trekken. Soms zullen ze meer naar links verschuiven, dan weer naar rechts. Maar zolang we het blijven verdedigen, bestaat de vrijheid in ieder geval.

Foto door: Finn Frode

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.