Echte communicatieprofessionals zijn spelers en coaches van een hockeyteam

Om te communiceren heb je tenminste twee mensen nodig. Iets wat docenten tijdens de studie uitleggen met het model van Shannon & Weaver: er is altijd een zender, een boodschap en een ontvanger. Daarom is communicatie een teamsport. En van alle teamsporten die er zijn, doet het me het meest denken aan hockey. Mijn levendigste herinneringen aan de tijd waarin ik hockeyde, zijn ook de meest pijnlijke.

Het werkveld van een communicatieprofessional lijkt op een hockeyveld. Je staat er zelf op als speler om met het team zo te spelen dat je de wedstrijd wint of je staat aan de zijlijn als coach die de spelers in de juiste richting stuurt. Voor anderen lijkt het werk van die speler of de coach simpel: een beetje schreeuwen, een beetje achter een bal aan rennen. Zelf weet je beter. Het is hartstikke ingewikkeld.

Vlak voor de eerste training stond ik naast de coach die het vereiste bitje verwarmde. ‘Hij moet goed warm zijn, dan vormt het zich naar je tanden en is je gebit beter beschermd,’ legde ze uit. Ik knikte en deed gewillig mijn mond open. De coach drukte het hete bitje in één beweging tegen mijn tanden. ‘Goed bijten,’ zei ze, terwijl de tranen in mijn ogen sprongen.

Later, tijdens een training op het veld, stopte ik even om mijn veters te strikken. ‘Pas op!’ riep iemand, waarna de bal met volle kracht mijn knie raakte. Na een week wist ik: let je niet op, dan krijg je een bal tegen je knie. Of tegen je elleboog. Of neus.

Het gemiddelde hockeyteam bestaat uit puberende meisjes die regelmatig onenigheid hebben. Ze zijn het niet met elkaar eens, willen op dezelfde positie spelen en zijn soms onredelijk. De coach die langs de lijn staat, houdt het overzicht en ziet waar de kansen en verbeterpunten liggen. Hij geeft instructies en weet dat zijn spelers de wedstrijd kunnen winnen als ze hem en elkaar vertrouwen. Als je in het communicatievak werkt, kun je die coach zijn.

Je kunt ook op het veld staan. Een chaotisch veld waar niet iedereen het met je eens is en je, als je niet oplet, ineens een bal tegen je knie krijgt. Je probeert allerlei tactieken uit om ervoor te zorgen dat de bal in dat doel komt. De één komt beter tot haar recht wanneer ze zelf de bal krijgt en de goal mag maken, een ander ondersteunt liever het team door de bal naar de juiste persoon door te spelen. Als iemand zich niet inzet, of dat nu de solist of de teamplayer is, verliest het team de wedstrijd.

In het ideale geval leidt een communicatiestudie je op tot een veelzijdige communicatieprofessional. Iemand die zowel de rol van speler als coach kan invullen.

Dat werkveld is ingewikkeld, omdat het nooit zo simpel is als het model. Er komt altijd meer bij kijken dan de zender, de boodschap en de ontvanger. Het is meer dan alleen een bitje op maat maken, een beetje twitteren of praten. Maar het is ook dynamisch. Altijd in beweging. Er zijn altijd nieuwe ontwikkelingen om bij te houden, altijd nieuwe uitdagingen om oplossingen voor te verzinnen, nieuwe doelen om ballen in te schieten.

Communicatie is net hockey. Op het veld zie je elf meisjes met een bal die samen de wedstrijd winnen. Maar daarachter zit een hele strategie, veel training en een combinatie van doorzettingsvermogen en ambitie. En een mooie taak voor de communicatieprofessional.

Deze blogpost is geschreven als onderdeel van de Blog NL Maand #5  waaraan ik meedoe.

Foto door: Chris Bartle

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.