De journalistiek bood nog nooit zoveel kansen

Soms lees je een stuk waar zoveel in zit, dat je het even weg moet leggen. Dat je erover na moet denken, het opnieuw wil lezen om het dan vervolgens uit te knippen en bij je te dragen. Dat is wat ik doe. Ik draag zo’n stuk bij me, herlees het op de vrije momenten die zich onderweg aandienen en begrijp de boodschap pas volledig wanneer het papier gekreukt is en de inkt vervaagd. Dan weet ik: wat ik nu gelezen heb, is een geweldig stuk. Het overkwam me toen ik zaterdag het NRC opensloeg en de column van Bas Heijne aantrof.

In zijn column schrijft hij dat het met de journalistiek lang niet zo slecht gesteld is als documentaires en kranten en eigenlijk het vak zelf ons willen doen laten geloven. Het nieuws is veranderd, vindt Heijne. Het is verworden tot een vorm van zelfbevestiging. Journalistiek lijkt er niet meer op gericht om veraf dichtbij te brengen, maar om dichtbij nog dichterbij te brengen. Het nieuws moet beter aansluiten bij de belevingswereld van de consument, want de krant ontleent haar bestaansrecht aan inkomsten die mogelijk gemaakt worden door het aantal abonnees dat ze heeft.

Daarom moet nieuws vooral leuk, opwindend en herkenbaar zijn. Hoe meer sensatie, hoe beter de krant verkoopt. Lange tijd was dat de insteek, en nu kranten de gevolgen van die verandering zien, zoeken ze nieuwe verdienmodellen, kijken ze naar manieren die in het verleden gewerkt hebben. Ondertussen laten ze een stagiaire hun strategie voor sociale media regelen en lijken ze voorbij te gaan aan de mogelijkheden die deze interactieve en digitale tijd ze biedt.

‘Het probleem van de journalistiek in het mediatijdperk is dat er te veel van is,’ schrijft Heijne. ‘Vooral te veel van hetzelfde.’ Volgens hem is dat probleem tegelijkertijd een vitale impuls. Ik wil daarin nog verder gaan. Het is niet alleen een impuls, maar ook een enorme kans. Een gouden kans, die journalistieke studenten met beide handen zouden moeten aangrijpen, in plaats van zich zorgen te maken over de wegkwijnende papieren krant en het ingrijpend veranderen van de journalistiek zoals zij het kennen.

Ze moeten enthousiast zijn, vereerd dat ze de kans krijgen om deel uit te maken van de journalistieke revolutie. Kranten redden het niet met de bekende verdienmodellen en kunnen de deur niet langer angstvallig gesloten houden voor het wereldwijde web, alsof het erop gericht is papier in het museum te laten belanden. Het biedt kansen, meer dan ze tot nu toe benutten. Er zal veel veranderen. Nu we nieuws allang niet meer alleen vanaf gerecycled papier tot ons nemen, kunnen journalisten risico’s nemen die voorheen ondenkbaar waren.

Er kan geëxperimenteerd worden met betaal-muren, applicaties die het beste nieuws voor je selecteren en vernieuwende journalistieke initiatieven. En de behoefte daaraan is niet eerder zo groot geweest. Bas Heijne heeft gelijk. Journalistiek was lang niet zo opwindend en dynamisch als nu. Sterker nog, er is nooit een tijd geweest waarin je als journalist het vak zo vrij kon invullen als deze tijd, vol van vernieuwing en innovatie binnen elk vakgebied. Ideeën die lang onderdrukt werden, krijgen nu de kans om zich te bewijzen en de krant op een digitale manier inrichten en de papieren versie daarmee versterken, is te realiseren. De toekomst van de journalistiek is niet langer iets om bezorgd of negatief over te zijn. De ambitie die in het vak gonst geeft hoop. Hoop voor een toekomst die weliswaar onzeker is, maar tegelijkertijd spannender dan ooit.

Misschien lees ik over een paar jaar wel weer zo’n goed stuk, dat ik uitknip en bij me draag tot het onleesbaar is geworden. Maar dan van een jonge journalist. Eentje met ambitie, die zijn kans gegrepen heeft.

Eigen foto.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.