Diorapthe Jongerenliteratuur Prijs 2013: ‘Jongeren zijn net mensen’

 

Het was druk in de foyer van de School voor Journalistiek in Utrecht. Een mix van studenten, schrijvers en andere belangstellenden had zich verzameld en in hun handen hielden ze een dampende koffiemok, terwijl ze praatten, lachten en knikten. Een blik op wijzers van mijn horloge leerde me dat het bijna vier uur was, wat betekende dat de uitreiking van de vierde Diorapthe Jongerenliteratuur Prijs zo zou gaan beginnen.

Vlak voor tijd haastten de laatste gasten zich door de draaideuren naar binnen. Fotografen, journalisten, studenten en genomineerde schrijvers. En jongeren, want daar ging het om. Jongeren, student of niet, met een gedeelte interesse voor prachtig geschreven boeken. Even na vieren werden de deuren gesloten en het licht gedimd. Zarayda Groenhart presenteerde de uitreiking en heette ons welkom. Vervolgens gaf ze het woord aan studenten die met drie schrijvers en oud-studenten aan tafel zaten. ‘Voor de jury haar oordeel geeft, interviewen we Murat Isik, Anne-Gine Goemans en Joris van Casteren.’

Er werd geapplaudisseerd, wat een van de studenten aanmoedigde te beginnen. ‘Helpt jullie journalistieke achtergrond bij het schrijven?’ vroeg ze. ‘Ik heb meer het idee dat de journalistieke regels mij tijdens het schrijven beperken,’ bekende Anne-Gine. ‘Ik wil dat alles klopt, want grondig research maakt een boek geloofwaardig. In het begin was dat zo’n obsessie dat ik zelfs op een weg reed en de bomen telde, want elke boom in mijn boek moest kloppen.’

‘Doe jij research tijdens het schrijven?’ Joris van Casteren lachte en vertelde dat hij dat niet kon. ‘Ik onderzoek alles voor ik begin, zodat ik weet waar het verhaal eindigt. Anders kan later blijken dat iets niet klopt en kun je weer opnieuw beginnen. Eerst verzamel ik alle bouwstenen voor het verhaal, daarna puzzel ik het in elkaar.’

Foto: Chris van Houts
Foto: Chris van Houts

‘Dus jullie schrijfwijze is ondanks jullie journalistieke achtergrond anders?’ De schrijvers knikten. ‘Maar doordat we journalisten zijn, gebruiken we de werkelijkheid als basis.’ Anne-Gine knikte. ‘Ja, maar de ganzenvergasser die ik voor een personage in mijn boek heb gebruikt, zal zichzelf er niet in herkennen. Ik gebruik de werkelijkheid, maar verzin er dingen bij. Door mijn research heb ik altijd materiaal liggen. Er is geen ruimte voor een writer’s block.’

‘Ondanks dat twee van jullie journalisten zijn, schrijven jullie toch fictie.’ Joris reageerde als eerste. ‘Voor mij is de vorm heel belangrijk, maar dat vind je weinig in de journalistiek. Non-fictie wordt beschouwd als inhoudelijk, fictie als vorm. Daarom werk ik ook mee aan De Correspondent en ga ik reportages maken.’

‘Ik wilde een inhoudelijk artikel schrijven om een stukje van de geschiedenis van de bollenstreek te onderzoeken, maar niemand wilde het hebben, omdat het te lang was,’ lachte Anne-Gine. ‘Daarom gaf ik het uit als boek, en dat ging zo goed dat ik ermee door ben gegaan.’ Anne-Gine deelde nog dat ze tijdens het schrijven niet aan haar lezers gedacht heeft. ‘Alleen aan mijn moeder,’ bekende ze. ‘Of er voor haar niet teveel seks in zat.’

Murat vond het vooral mooi dat hij zelf een wereld kan creëeren in zijn boeken. ‘Ik ga als een schepper te werk tijdens het schrijven. Als ik een dorp wil wegvagen, dan doe ik dat.’ ‘Goed,’ nam Zarayda weer het woord. ‘Nu is het tijd voor het feestelijke gedeelte.’ Het was even stil. ‘Oh,’ riep ze, ‘dat was het interview natuurlijk ook.’

Juryvoorzitter Annemarie Terhell kwam naar voren. ‘Tijdens het beoordelen hebben we gezocht naar sprankelende, originele en geloofwaardige vertellers die jongeren verleiden om te lezen. Verhalen over jonge hoofdpersonen die struikelend hun weg naar de volwassenheid zoeken, met betovering maar ook het stillen van hun honger naar authenticiteit. Ze zijn net mensen.’ Ze vertelde kort wat de jury van elk boek vond en noemde de eerste winnaar.

‘In de categorie best vertaalde boek, wint Een weeffout in onze sterren van John Green.’ De dolgelukkige vertaalster en een minstens zo blije uitgever kwamen naar voren om de oorkonde in ontvangst te nemen. Ook de publieksprijs werd door John Green gewonnen. ‘En in de categorie beste oorspronkelijk Nederlandstalige boek is Philip Huff met zijn boek Niemand in de stad de gedroomde winnaar van de Diorapthe Jongerenliteratuur Prijs 2013!’

De jonge schrijver kwam naar voren, een glimlach op zijn gezicht. Hij leek als enige een dankwoord te hebben voorbereid. ‘Trouwens,’ zei hij daarna, ‘nog even over die discussie over fictie en non-fictie. Ik vind dat een boek altijd echt moet zijn voor de lezer. Boeken zijn geschreven om dichterbij de ander te komen. Niet waar het vandaan komt is belangrijk, maar wat het doet.’

Joris van Casteren beaamde het. ‘Uiteindelijk moet je het waarmaken op papier, en dat is de kunst.’

Het juryrapport van de Diorapthe Jongerenliteratuur Prijs 2013 kun je hier bekijken.
Eigen foto’s.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.