Doneer voor pure ellendemarketing

‘We moeten met iets nieuws komen. Iets schokkends,’ stelt directeur Wierema voor. ‘Het is crisis.’ De voorzitter fronst zijn wenkbrauwen. ‘Er wordt niet meer zoveel geld uitgegeven als vroeger. Mensen houden hun hand op de knip.’ Wierema loopt naar zijn bureau en vouwt zijn handen achter zijn rug. ‘Dan zorgen we ervoor dat ze niet anders kunnen dan een paar euro per maand doneren. We praten ze een schuldgevoel aan.’

 ‘Maar dat probeert elke organisatie die zich inzet voor kinderen,’ uit de voorzitter zijn twijfels. ‘Dat maakt niet uit. Dan doen wij dat als Save the Children ook. Dit is een geweldig idee. Dat voel ik.’ Wierema draait zich om en schuift een stoel tegenover die van de voorzitter. ‘Er zijn miljoenen ouders in Nederland. Mensen met kinderen. En waar kunnen zij niet tegen?’ De voorzitter kijkt hem afwachtend aan terwijl Wierema drukke handgebaren maakt. ‘Precies,’ vervolgt hij. ‘Ze kunnen het niet hebben wanneer hun lieftallige dochtertje huilt. En dat is precies wat wij gaan doen.’ De frons op het gezicht van de voorzitter wordt groter. Hij denkt aan zijn eigen dochtertje. Hij doet er alles aan om ervoor te zorgen dat ze blij is. Dat ze lacht, vrolijk is of tevreden met haar pop speelt. En vooral: om te voorkomen dat ze huilt. Hij schrikt op van de directeur die met zijn vuisten op zijn bureau slaat. ‘Dit gaan we doen. Er moet gehuild worden in onze nieuwe commercial. Het moet zielig zijn. We moeten de zieligste beelden verzamelen en net doen alsof al die ouders daar iets aan kunnen veranderen. Dan lopen we binnen.’ De voorzitter knikt, is bijna ontroerd. ‘Briljant.’

Twee weken later bespreken ze het eindresultaat met de afdeling marketing. ‘In plaats van het te vertellen, laten we het wel zien,’ oppert de medewerker. Wierema knikt, leunt achterover in zijn fauteuil en wrijft in zijn handen. In beeld verschijnt een meisje. ‘Ze is nog maar een kind,’ klinkt het, terwijl te zien is hoe het meisje hulpeloos in de camera kijkt.  ‘Ze is doodsbang,’ wordt er vervolgd. ‘Een onschuldig meisje dat niets anders kent dan pijn.’ Op het gezicht van Wierema verschijnt een zelfvoldane glimlach. ‘Wat dit meisje wil, is dat iemand haar helpt. Wilt u laten zien dat haar lot u niet onverschillig laat?’ De video pauzeert even en de directeur klapt in zijn handen. ‘Geweldig. Dit is hoe ik het bedoelde. Een zielig beeld dat doordringt tot in het hart.’ Hij gebaart dat hij verder wil kijken. Nu verschijnt er een uitgemergeld kindje in beeld. En het telefoonnummer van Save the Children. ‘Een kind heeft u nu nodig om in leven te blijven. We kunnen kinderen zoals zij alleen redden als u nu de telefoon pakt. Laat uw hart spreken.’ Aan het einde worden meer van dit soort oproepen gedaan en verschijnen nog meer zielige kinderen in beeld. Allen huilend. Allen mager. Allen met grote, donkerbruine ogen die de camera recht aankijken. Allen misbruikt voor commerciële doeleinden.

Wierema laat zich achterover zakken in zijn stoel. ‘Dit moet uitgezonden worden. Dit spreekt tot de verbeelding, dit laat die hand op de knip verdwijnen. Zelfs in crisistijd.’ De voorzitter lacht mee en Wierema slaat hem vriendschappelijk op zijn rug. Ze kijken samen naar de laatste seconden van de commercial. ‘Prachtig,’ zegt hij dan. ‘Fantastisch.’

Dit is fictie en dan ook geen echt gesprek tussen de directeur van Save the Children en de voorzitter.
Wel is dit een reactie op de nieuwe commercial van de organisatie.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • Ik heb de reclame ook gezien. Zo zielig! 🙁

    In ieder geval, ik wilde je even vertellen dat je mail hebt. Ja. Dat las je goed. Had je niet meer verwacht, hè? 😀

    Liefs,
    Adriënne

  • goed geschreven. precies zoals het bij de meeste organisaties gaat.