Eindelijk, de Boekenweek is voorbij!

Na vandaag is het voorbij. Dan zullen de historische romans in de net afgestofte boekenkasten verdwijnen, onwetend of ze nog gelezen zullen worden nu de aandacht verdwenen is. Een week lang stonden ze in de belangstelling. Vandaag is de laatste dag van de Boekenweek waarin het Nederlandse boek centraal staat. En ik ben opgelucht.

 

Elk jaar wordt de week feestelijk geopend met het Boekenbal, festivals en literaire avonden. Gedurende de week verschijnen er foto’s van schrijvers en literaire agenten die een indruk proberen te geven van de sfeer op het literaire feest en is er geen krant of tijdschrift meer dat geen artikel aan een bepaalde schrijver wijdt. Als kind vond ik het fascinerend. Schrijvers mochten dan niet altijd van de pen kunnen leven en beschouwd worden als eenzame, ietwat aparte figuren; er was wel mooi een week waarin de Nederlandse schrijvers een welverdiend schouderklopje kregen.

De schrijver van het Boekenweekgeschenk trad op bij praatprogramma’s, werd geïnterviewd door tientallen bladen en signeerde boeken door het hele land. Ik gebruikte de week als excuus om een voorleesboek van mijn ouders te krijgen. Ik tevreden glimlachend met een glanzend en geurend boek, zij verdiept in het Boekenweekgeschenk. Inmiddels word ik niet meer voorgelezen door mijn ouders. Ik hoef ze niet meer over te halen om een boek te mogen kopen tijdens de Boekenweek en ze lijken ook niet meer zo geïnteresseerd in wie het geschenk dit jaar geschreven heeft.

Ik ben ouder geworden. En kritischer. Vroeger rende ik meteen naar de boekwinkel, nu wacht ik af. De Boekenweek lijkt een prachtige manier om het Nederlandse boek meer onder de aandacht te brengen en ook meer onbekende schrijvers een podium te geven. En hoewel de naam van de stichting achter deze literaire week, Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, dat ook lijkt te beloven, zegt ze op de site iets anders.

In de Boekenweek staat literaire (non-) fictie centraal. Elke Boekenweek heeft een thema. Dit thema vestigt de aandacht op een bepaald segment en nieuwe uitgaven van het boekenaanbod. Uitgevers kunnen op deze manier aandacht vragen voor ‘oud fonds’. Boekwinkels en bibliotheken haken hierop in met het samenstellen van een assortiment en het organiseren van activiteiten rond het thema. Het thema biedt de media een aanknopingspunt om te berichten over de Boekenweek en alle activiteiten daaromheen.

Eigenlijk is de week er niet op gericht om Nederland meer te laten lezen, maar om boekhandels meer te laten verkopen en de media erover te laten berichten. Om consumenten naar de winkel te krijgen, geven ze een dun boekje van tweeënnegentig bladzijden weg en organiseren ze signeersessies. Ondertussen kleden boekhandels hun winkel mooi aan en hangen ze grote posters van schrijvers in de etalage, vurig hopend dat het Boekenweekgeschenk van dit jaar veel bezoekers trekt. En zelfs dat werkt niet. Mensen die in de Boekenweek naar de winkel gaan om een boek te kopen, zouden dat anders een maand eerder gedaan hebben.

We zijn gevoelig voor de gelimiteerde oplage waarin het geschenk uitgegeven wordt, dus haastten we ons naar de winkel om het te bemachtigen en dan ook nog even twaalf en een halve euro aan een Nederlands boek te besteden dat vervolgens in een stoffig hoekje van de boekenkast belandt. Er worden niet niet meer boeken verkocht. Alleen het aankoopmoment verschuift.  Blogger Raymond Snijders noemde de Boekenweek zelfs cynisch ‘een verzet van boekwinkels die weerstand proberen te bieden aan de online en digitale overheersers.’ En daar begint het steeds meer op te lijken.

Vroeger zag ik tijdens de Boekenweek de mensen die verrukt met een nieuw boek de winkel uitkwamen, ongeduldig om aan de eerste bladzijde te beginnen. De hoopvolle gezichten van jonge schrijvers bij signeersessies, benieuwd naar de lezers die een handtekening van hen willen. Nu zie ik vooral de gênante foto’s van het Boekenbal, de interviews met de vereerde schrijver van het Boekenweekgeschenk en de reclames van de NS waarin ze het niet nalaten te vermelden dat er vandaag op vertoon van het boekje gratis met de trein gereisd mag worden.

De Boekenweek lijkt een populaire vorm van marketing voor de boekhandels te zijn geworden, wat het Boekenweekgeschenk niet meer dan een goedkoop lokkertje voor de consument maakt. Het wordt niet georganiseerd uit trots voor het Nederlandse boek of uit de wens om Nederland meer te laten lezen, maar geleid door angst. Angst van boekhandels om failliet te gaan in deze digitale tijd, angst van schrijvers om vergeten te worden en angst van de uitgever om niet meer bij te kunnen dragen aan de Nederlandse literatuur.

Het is een prachtig initiatief, die Boekenweek. Ik geniet van de vele interviews en programma’s waarin schrijvers over hun werk vertellen en ben trots op de Nederlandse literatuur, maar dat er een speciale week nodig is om de omzet van boekhandels te waarborgen en Nederland aan het lezen te krijgen, is vooral heel teleurstellend. Na vandaag is het voorbij. En ik voel de opluchting.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.