Er is hoop voor schrijftalent, want schrijvers die roem zoeken sterven uit

Vlak voor zijn dood werd schrijver Thomas Blondeau geïnterviewd in NRC. Ik kende hem niet, maar het het interview was hij zo openhartig en direct dat zijn uitspraken me bijbleven. In het bijzonder zijn uitspraak over waar hij met zijn laatste roman kritiek op wil geven: ‘Mijn boek wil kritiek geven op het idee dat je schrijver bent om boeken te verkopen in plaats van om iets te zeggen.’

[heading margin_top=”14″]Dat een schrijver maar 120 boeken verkoopt is heel normaal[/heading]

Altijd als ik hoor dat er schrijvers zijn die het vak uitoefenen om rijk te worden, vraag ik me af hoe ze dat doen. Hoe kun je maanden of zelfs jaren aan een boek werken als het je uiteindelijk alleen maar om publiciteit en geld te doen is? Het fascineert me. Als je dat vol kunt houden, moet je ongelofelijk veel zelfdiscipline hebben.

Toen ik gisteren literair agent Paul Sebes op Radio 1 over de crisis in het boekenvak hoorde praten, besefte ik dat die groep schrijvers uitsterft. Het aantal exemplaren dat een onbekende of debuterende schrijver gemiddeld verkoopt, ligt volgens hem op zeshonderd. Vaker ziet hij dat er zo’n honderdtwintig exemplaren worden verkocht. Dat is niet veel, en zeker niet genoeg om rijk van te worden.

Voor schrijvers betekent dit dat boeken schrijven niet gelijk staat aan een riant inkomen, en voor uitgevers betekent het dat ze serieus moeten kijken naar wat de massa wil lezen. Een treffend voorbeeld is dat Bonita Avenue van Peter Buwalda, een boek dat bejubeld werd door zowel uitgevers als recensenten en andere literaire critici, ergens onderaan bungelt in de CPNB Top 100 van 2013.

Als je dan ook nog bedenkt dat Buwalda vier jaar aan zijn roman werkte, kun je schatten hoeveel geld en tijd erin zit. Zie dat er dan maar uit te halen met de verkoop. Wat uitgevers mooi vinden en graag willen uitgeven, is niet altijd wat de consument wil kopen.

[heading margin_top=”14″]Paul Sebes zegt het: er is hoop voor talent[/heading]

Eerder deze week schreef Paul Sebes in NRC dat uitgevers hun tijd anders moeten indelen en zich op meerdere genres moeten richten, zodat ze de kosten drukken en ook kunnen investeren in talentvolle schrijvers waar ze hoge verwachtingen van hebben. Dat niet elke schrijver die verwachtingen waarmaakt, oké, maar het is wel hoopvol dat talent tenminste kansen krijgt om zichzelf te bewijzen.

Er is dus hoop voor talent. De vijfde roman van Tommy Wieringa werd bijvoorbeeld amper ingekocht omdat boekhandelaren hem niet kenden. Met zijn zesde, ‘Joe Speedboot’, brak hij door. Nu is het ondenkbaar dat iemand uit het boekenvak zijn naam niet kent. Dat is positief aan de crisis in het boekenvak: schrijvers die roem zoeken sterven, door tegenvallende verkopen, uit. Schrijvers die iets willen zeggen – of hun boek nu 600 keer of 100.000 keer verkocht wordt – hebben daardoor een kans.

Die kun je, zoals Peter Buwalda, grijpen door net zo lang aan je debuut te werken tot het perfect is en lovende recensies ontvangt. Of door, zoals Wieringa deed, je daar minder druk om te maken en jezelf te ontwikkelen tot je zesde boek eindelijk verkoopt.

Het fragment van Paul Sebes op Radio 1 is hieronder terug te luisteren. Heerlijk om even bijgepraat te worden over de ontwikkelingen in de boekenbranche, zo op de zondagmorgen.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • Lilith_8

    “Iets willen zeggen” – ik vraag me af hoe dat geïnterpreteerd moet worden. Als schrijver heb ik niets te zeggen. Ik heb gewoon verhalen in mijn hoofd die er graag uit willen…
    De boekenbranche lijkt me trouwens een rare wereld. Ik ging er oorspronkelijk van uit dat ik daar graag wou werken, maar ik mag er niet aan denken dat ik ’50 tinten grijs’ aan de man zou moeten brengen, omdat dat nu eenmaal is wat het publiek wil (of wou! Laten we hopen dat jouw voorspelling op dat gebied uitkomt!) In tegenstelling tot wat er in het artikeltje staat, denk ik echter wel dat er gekeken wordt naar mooie glimmende folders – uiterlijkheden zijn vrees ik nog nooit zo belangrijk geweest.

  • Noa Meijer

    Ik schrijf omdat het mijn passie is, niet om het geld of omdat ik iets wil zeggen, eigenlijk.