Feedback vragen is eng, maar nodig om te leren hoe je kriebelteksten schrijft

Een voordeel van de schrijfworkshops die voorafgaand aan de Write Now! uitreikingen worden gegeven, is dat je feedback kunt krijgen. Als je je aanmeldt, kun je aangeven of je die feedback wil ontvangen. Het is hetzelfde principe dat je als kind wordt aangeleerd: wil je het, vraag er dan om. Gek genoeg zorgt dat juist voor minder aanvragen. Expliciet om feedback vragen lijkt een drempel die niet iedereen durft te nemen. Hoe zit dat?

[heading margin_top=”14″]We willen feedback, maar alleen als het positief is[/heading]

Iedere jonge schrijver verlangt naar feedback, maar tegelijkertijd wil niemand het. Van de veertig workshop deelnemers vroegen negen om feedback. Vanwege de drukte kregen we het niet tijdens de workshop (voor velen zichtbaar een opluchting). ‘Jullie kunnen allemaal schrijven, maar wat me opviel is dat jullie schrijven over persoonlijke gebeurtenissen. Het is logisch om te schrijven over de dingen dicht bij je staan, maar probeer ook te schrijven over iets groters.’

Als we individuele feedback wilden, konden we schrijver Raoul de Jong mailen. De negen die al een keer feedback gevraagd hadden, moesten dat nog een keer doen. Het verhoogde de drempel en verminderde de kans dat zijn inbox zou volstromen met mailtjes. Hoeveel deel- nemers hem na afloop ook echt gemaild hebben, weet ik niet. In ieder geval één persoon: ik. Waarom? Omdat ik mijn teksten niet goed genoeg vind en elke kans op feedback van broodschrijvers van mezelf moet aangrijpen.

Eerst durfde ik de mail niet te verzenden. We willen wel feedback, maar liefst alleen als het positief is. ‘Wauw, wat kun je goed schrijven!’ horen we liever dan: ‘Het loopt niet lekker, misschien kun je dit nog aanpassen?’ Negatieve feedback (of liever: opbouwende kritiek) voelt toch vaak als een teleurstelling. Het kan het vertrouwen dat je in je schrijfkunsten hebt verminderen, de ontevredenheid die je zelf al voelde bevestigen. Ondanks die wetenschap drukte ik op ‘versturen’.

Toen ik als kind per se lang haar wilde, maar krijste wanneer er onuitkambare klitten in zaten, zei mijn moeder: ‘Wie mooi wil zijn, moet pijn lijden.’ Dat ook zo met feedback. Als je beter wil worden, moet je feedback kunnen zien als opbouwende kritiek en ermee leren omgaan. Dat is moeilijk. Een complimentje in ontvangst nemen lukt wel, toegeven dat de kritiek van een meelezer terecht is, is lastiger. Daarom vond ik het allesbehalve erg dat het anderhalve maand duurde voor hij me de gevreesde mail met feedback stuurde.

Intussen had ik mezelf ervan overtuigd dat het logisch was dat ik geen feedback kreeg. ‘Je hebt erom gevráágd, je hebt het geprobeerd, je hebt gedaan wat je kon.’ Natuurlijk was dat niet zo. Ik had niet gedaan wat ik kon, ik deed net genoeg om het gevoel te hebben dat ik iets gedaan had. Ik stuurde een mailtje, later een tweede en daar liet ik het bij. De reden? Ik won Write Now! 2014 niet met mijn verhaal. Sterker nog, ik was er niet eens tevreden over.

Waarom zou Raoul de Jong dat dan wel zijn?

[heading margin_top=”14″]Leer dankzij feedback kriebelteksten te schrijven[/heading]

Doordat ik zelf niet tevreden was over mijn tekst, wist ik dat zijn feedback eerder negatief dan positief zou zijn. Ik vroeg de schrijver wel om feedback, maar diep vanbinnen wist ik niet zeker of ik zijn kritiek wel wilde. Ik stuurde die mail wel, maar als hij nooit een mailtje terug zou sturen, had ik daar vrede mee. Kon ik een troostend wijntje inschenken, mezelf wijsmaken dat ik er alles aan had gedaan om vervolgens nog een jaar te schrijven zonder mijn zwaktes te kennen.

Het uitstellen van een confrontatie is niet meer dan dat: uitstel. Dat ondervond ik toen Raoul ineens in mijn inbox opdook.

Mijn nieuwsgierigheid won het van mijn lafheid, dus opende ik de mail toch. Het moet gezegd worden, Raoul kan fantastisch feedback geven. De mail stond vol opbouwende kritieken (‘Het is niet vlot, ik zou zinnen schrappen’, ‘Je moet meer met de lezer flirten, niet alles geven, maar net genoeg om ze nieuwsgierig te maken’, ‘gebruik geen symbolen als je ze niet nodig hebt’), maar ze voelden als adviezen van een vriend met een gedeeld doel: het sterker maken van de tekst.

Expliciet om feedback vragen is eng, omdat je als schrijver nooit 100% tevreden bent met wat je schrijft. Je openstellen voor feedback, betekent dat de kans bestaat dat de ander je tekst afkraakt, je zelfvertrouwen vertrapt. Tegelijkertijd helpt objectieve feedback je om beter te schrijven. De oplossing? Vraag feedback aan schrijvers. Zij weten hoe moeilijk het is om kritiek te incasseren en zullen je tekst eerder opbouwen dan afkraken. Of, zoals Raoul zelf schreef:

‘Het belangrijkste is dat jij zelf tevreden bent met je schrijfselen. Al is het – soms/vaak/altijd? – moeilijk om echt tevreden te zijn en blijft het in je hoofd misschien altijd wel mooier dan dat het er staat op papier. Maar soms, heel even, dan weet je het ineens. Dat het klopt. Word je zelf vrolijk van wat je geschreven hebt, of bang, verdrietig, enthousiast of op de een of andere manier: ontroerd.

Een soort kriebel in je buik. Ik geloof dat dat is waar ik naar luister tijdens het schrijven. Want als ik die kriebel voel, door mijn woorden, dan voelt een ander dat waarschijnlijk ook.  

Het zou fijn zijn als ik je een formule zou kunnen aanreiken waar je bij het schrijven van volgende stukken iets aan hebt, maar een formule is er denk ik niet. Het is gewoon altijd veel puzzelen, schaven en vechten, voor mij in elk geval. Dat blijft, zelfs na tien jaar schrijven is schrijven een hell of a job.

Elk stuk is weer anders, afhankelijk van wat je vertellen wilt. Er zijn miljoenen manieren waarop je dat kunt doen, het ding is om net zo lang te ploeteren tot je zelf, even, voor een mini-seconde, door je eigen woorden wordt ontroerd.’

Feedback vragen helpt om eerder teksten te leren schrijven waar je kriebels van krijgt. Teksten die je ontroeren, op welke manier dan ook. Dat is moeilijk, ook na tien jaar schrijven, zoals Raoul opmerkte. Je bent nooit tevreden, weten wat je wilt vertellen is niet makkelijk en het opschrijven op een manier die ‘klopt’ ook niet. Om feedback vragen is een eerste stap om dat te veranderen.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • Lilith_8

    Feedback vragen is inderdaad eng! Ik schreef me op Schrijfdag eens in voor zo’n feedbacksessie bij een auteur. Net als jij was ik eigenlijk niet helemaal tevreden over hetgeen ik ingestuurd had (of eigenlijk was ik helemaal niet tevreden, wel over mijn idee, maar niet over de uitwerking). Tegen de dag waarop ik de feedback kreeg, had ik mijn tekst al grotendeels herschreven. En het goede eraan was dat mijn veranderingen vrij goed overeen bleken te komen met haar feedback.

  • Heel herkenbaar. Feedback vragen is moeilijk. Je moet jezelf over een drempel heen tillen. Echter, ook het ongevraagd feedback krijgen is eng. Een paar jaar geleden volgde ik een communicatieopleiding. Regelmatig werden opdrachten klassikaal besproken. Ik voelde hier helemaal niks voor, omdat ik bang was dat anderen mijn werk gingen afkraken. Natuurlijk gebeurde dit ook af en toe. Maar, net als jij beschrijft, ging dit op een collegiale en adviserende wijze. Ik kwam erachter dat, hoe hard anderen ook waren, ik kon er altijd lering uit trekken. Bijna elke bijdrage was waardevol en maakte mij een betere schrijver. Op dit moment vind ik het juist fijn om feedback te krijgen van anderen en vraag ik er ook zelf om.