Het probleem van jonge schrijvers is niet wanhoop, maar gebrek aan connecties

Ik maak er geen geheim van dat ik fan ben van literaire talkshow Literaturfest. Volgens mij is het de perfecte mix van een gezellige avond, luchtige gesprekken en de nodige diepgang. Een soort intellectueel uitgaan, iets waar je behalve een kater ook nieuwe inzichten aan overhoudt. Vrijdagavond verzwikte ik bijna mijn enkels op de Amsterdamse straten om op tijd te komen.

[heading margin_top=”14″]Koch stuurt pas een verhaal in als niemand kan weigeren[/heading]

En niet zonder reden: er kwamen gasten als Heleen van Royen, Spinvis en Herman Koch. Je hoeft hun boeken niet goed te vinden om te weten dat dat een bijzondere avond zal worden. Dat dat inderdaad zo was, kan ik beamen. Als je benieuwd bent welke boeken er besproken werden en waarom de avond eindigde in een hoogtepunt, kun je m’n reportage over de avond lezen.

Voor nu vind ik het interessanter om te kijken naar wat Herman Koch aan het einde zei. Het boek dat hij uitkoos is geschreven door een Duitse schrijver die op zijn tweeëntwintigste debuteerde. Zelf wilde hij ook graag op zijn eenentwintigste debuteren, maar achteraf is hij blij dat dat niet gebeurd is. Hij gaf de volgende reden:

‘Er zijn twee soorten schrijvers: schrijvers die bij tien uitgeverijen en tijdschriften langsgaan maar die niemand wil hebben, en schrijvers die pas een verhaal insturen wanneer uitgeverijen het niet meer kunnen weigeren.’

Een vreemde uitspraak, want volgens mijn interpretatie doelde hij met de eerste categorie op jonge schrijvers en met de tweede categorie op zichzelf. Dat laatste kun je waarschijnlijk wel zeggen wanneer je succesvol schrijver gewonnen bent, maar dat eerste is niet erg tactisch wanneer je in een zaal vol jonge literatuurfans zit.

Jonge schrijvers werden nooit eerder zo gehyped als nu. Ze zitten bij Pauw & Witteman en Matthijs van Nieuwkerk aan tafel, worden besproken in NRC, sieren posters op treinstations, krijgen literaire prijzen, worden uitgenodigd op allerlei literaire avonden. Toen er dertig manuscripten ingestuurd werden voor Manuscripting, de literaire pitch die de Jonge Schrijversavond uitschreef, bleek de aanpak van jonge schrijvers niet het probleem.

[heading margin_top=”14″]Veel jonge schrijvers missen waardevolle connecties[/heading]

Het probleem van veel jonge schrijvers is dat ze niet in Amsterdam wonen. Dat ze niet op literaire evenementen komen en daardoor geen connecties hebben met uitgevers of anderen uit het boekenvak. Ze hebben wel mooie manuscripten of talent, maar niemand die ervoor zorgt dat het niet op de grote hoop met honderden andere manuscripten belandt.

De tijd dat je als schrijver een afwachtende houding aannam en op je zolderkamer aan je manuscript bleef schrijven, is voorbij. Schrijvers van nu hebben veel jonger al de kans om ontdekt te worden, maar dan wel door de juiste literaire connecties.

Er zijn schrijvers die al vijf jaar aan hun debuutroman schrijven, maar wel alvast een boekcontract gekregen hebben. Schrijvers die nooit bij een uitgeverij zijn langsgegaan met een manuscript – behalve die ene keer om het contract te tekenen – maar die de uitgeverijen wel willen hebben. Citaat van Bol.com: ‘Duizenden mensen kijken al reikhalzend uit naar haar debuutroman’. En hoeveel duizenden vragen zich af of ie nog verschijnt?

Dat is niet alleen jammer voor jonge schrijvers die wel maanden (vooruit, jaren) werk hebben gestoken in een voltooid manuscript, maar ook voor ons: wij kunnen ze niet lezen. Daarom stel ik voor dat alle jonge schrijvers met een manuscript de volgende keer naar Literaturfest komen.

Misschien hou je er dan, naast een fantastische avond, ook connecties aan over.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • Jozef Bakker, 23 jaar

    Het probleem is dat uitgeverijen altijd kunnen weigeren, ook als je veertig bent en tien jaar aan je manuscript hebt gewerkt en denkt dat het perfect is. Het is ook een beetje geluk hebben, denk ik. En wat je al zegt, connecties kunnen ook belangrijk zijn.

    Ik vind dat een jonge schrijver net zoveel recht heeft zijn/haar manuscript op te sturen dan een ervaren schrijver. Ik bedoel, hoe wil je verder komen als je niets met je verhalen doet? Juist van feedback kun je leren, zelfs afwijzingen kunnen je helpen het verhaal naar een hoger niveau te tillen.

    Ik heb NEGEN verschillende uitgeverijen benaderd met mijn eerste manuscript. Zonder resultaat, en toch ben ik blij dat ik het heb gedaan. Niet omdat het leuk is om afgewezen te worden, maar omdat ik van sommige uitgevers hele leuke, stimulerende en ook leerzame reacties heb gehad. Jup, daar doe ik het voor. 🙂