Generatie Y moet zichzelf bijzonder voelen om dromen achterna te gaan

Schrijver Mano Bouzamour zei ooit dat hij wist dat hij beter kon schrijven dan veel andere schrijvers. Dat dreef hem om in zijn debuutroman te laten zien wat hij kon. En met succes: zijn boek kreeg positieve recensies en werd geroemd om de humor, levensechte dialogen en vaart die erin zat. Tegelijkertijd zou onze generatie (Y, prestatiegeneratie, millennials; welke naam je er ook aan wilt geven) zichzelf juist niet uniek en bijzonder moeten voelen. Maar als we besluiten dat we gemiddeld zijn, werken we dan net zo hard voor onze dromen?

[heading margin_top=”14″]Jezelf bijzonder voelen heeft een functie[/heading]

Eerlijk: het lijkt me saai om je gemiddeld te voelen. Want als dat zo is, dan durf je toch nooit een opdrachtgever ervan te overtuigen dat hij jou moet hebben? Dan begin je niet aan een roman, want ach, anderen schrijven toch beter. Bloggen heeft ook geen zin (want wie zou het willen lezen?) en een baan vinden is lastig als je niet gelooft dat je kwaliteiten hebt waarin je uitblinkt.

Kortom: geloven dat je ergens goed in bent, dat er iets is dat jou in min of meer uniek maakt, is cruciaal om dromen achterna te gaan. En iets te bereiken. De garantie dat het lukt en dat je niet teleurgesteld raakt heb je niet, maar je komt tenminste in beweging.

In nrc.next las ik een artikel met tips die ervoor zorgen dat je geen irritante collega wordt. Een eye-opener voor mij: doorhebben dat je een roze bril draagt als het om jezelf gaat. We kunnen kritiek niet incasseren, omdat we het niet inzien wanneer we ergens slecht in zijn.

‘Als mensen ergens niet goed in zijn, weten ze dat niet van zichzelf. Als je amuzikaal bent, hoor je bijvoorbeeld niet dat je vals zingt. Het vermogen om goed te presteren hangt samen met vermogen om te beoordelen of je er daadwerkelijk goed in bent.’

– Uit nrc.next van 29 april 2015

[heading margin_top=”14″]Door die roze bril blijf je functioneren[/heading]

Als we dus toch gemiddeld zijn, weten we dat zelf niet. Ik heb nooit beweerd dat ik goed ben in het schrijven van fictie, maar ik heb wel altijd gedacht dat ik kwalitatief goede fictie van slechte fictie kan onderscheiden. Dat ik het vermogen bezit om fictie te kunnen beoordelen, naar waarde te schatten. En daardoor hopelijk ooit zelf fictie kan schrijven waarvan ik weet dat het wel goed is. Zoals schrijver Ira Glass het verwoord:

‘Your taste is good enough that you can tell that what you’re making is kind of a disappointment to you. You know it falls short.’

– Ira Glass

Je bent goed genoeg om te weten dat waar je mee bezig bent of wat je creëert nog niet goed is, maar nog niet goed genoeg om zelf iets geweldigs te kunnen maken. Die wetenschap is confronterend, en als je jezelf dan ook nog als gemiddeld beschouwt, is de kans groot dat je niet doorzet. Terwijl je ook, zoals Mano Bouzamour, kunt besluiten dat je wel goed genoeg bent. En dan net zo lang en hard werken tot er iets ligt dat ook echt goed is.

Tegelijkertijd is het schrijnend dat je ergens slecht in kunt zijn zonder het zelf door te hebben. Misschien is dat waarom een schrijver hoopt dat zijn boek goed verkoopt. Waarom goede recensies belangrijk zijn en bloggers reacties nodig hebben. We zoeken erkenning. We moeten voelen dat iemand anders óók in ons gelooft en onze talenten ziet. Zodat wij de motivatie vinden om ze verder te ontwikkelen, net zolang tot we zelf ook zien dat we goed zijn.

We moeten in beweging blijven, onze roze bril dragen. Tenslotte weet je pas of je gemiddeld bent als je hem afzet.

Foto door: Alyssa Smith

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.