Het Boekenbal volgens Arthur Japin

Wanneer ik als zevenjarig meisje een parfum van mijn moeders crèmekleurige kaptafel pakte en het luchtje opspoot om zoals zij te ruiken, keek ik naar haar nachtkastje. Er lag een halssieraad op dat ze graag droeg, een foto van het gezin en haar oude, goudkleurige wekker. Op de hoek lag een stapel boeken. Het waren de boeken die ze op dat moment aan het lezen was. Boeken die elkaar voortdurend afwisselden, gevuld met gekleurde post-its die als provisorische bladwijzers dienden. Een boek lag schuiner dan de rest. En dat was het boek dat mijn aandacht trok.

Het had een zachte, maar stevige kaft en was het enige exemplaar waarin mijn moeder geen gekleurde briefjes gestopt had. Ik herinner me hoe ik het boek onder de stapel vandaan trok en de voorkant bestudeerde. Het was dik, voelde zwaar en kostbaar in mijn kleine handen. Op de voorkant stond een zwarte man met kortgeknipt kroeshaar en een imposante snor die zijn jeugdigheid leek te verbergen. Ik heb altijd gedacht dat het de schrijver was. Toen ik het zag, leek het me ook logisch dat een man die zoveel bladzijden met woorden wist te vullen, de voorkant sierde.

‘Arthur Japin,’ las ik, terwijl ik naar de zwarte man in het nette pak keek. Ik vroeg me af of de man zou gaan trouwen en zich daarom netjes had aangekleed. Daarna realiseerde ik me dat de blauwe strik om zijn nek daar te strak voor leek te zitten. Alsof hij hem niet om had omdat hij hem mooi vond, maar omdat het een verplichting was. Ik vond de strik wel mooi, en besloot dat de man aardig was. Onder zijn naam stond de titel van het boek. ‘De zwarte met het witte hart.’ Daar stond ik, zeven jaar, in de slaapkamer van mijn ouders met een boek in mijn handen, terwijl ik me met kinderlijke dwaasheid afvroeg hoe zijn hart wit kon zijn.

Het boek heb ik nooit gelezen. Ik heb het teruggelegd, ervan overtuigd dat het een van de ‘grote mensen boeken’ was die ik nog niet mocht lezen. Toch ben ik de voorkant nooit vergeten. Het was het enige boek dat me wist te fascineren zonder dat ik er ook maar een letter van gelezen had. Vandaag werd ik, terwijl ik de televisie aanzette, weer met die herinnering geconfronteerd. Arthur Japin was te gast bij RTL om over de Boekenweek te praten.

De grootste schok kwam toen ik de schrijver in beeld kreeg. Arthur Japin. Sympathiek, joviaal en openhartig, maar tegelijkertijd heel anders dan het beeld dat zich na al die jaren nog steeds in mijn hoofd vastgegrepen had. Voor mij was hij altijd de zwarte jongeman gebleven. Met het witte hart.

Arthur trapt af
Fragment via RTL XL, 15:22

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • Wat kun jij toch geweldig schrijven!!

  • Bedankt voor het compliment, Marije! Maar mocht je eens kritiek hebben, dan hoor ik het natuurlijk ook graag. 🙂

  • joten

    gewoon een zin als dit:

    “Ik vond de strik wel mooi, en besloot dat de man aardig was.”
    ongelooflijk mooi!!!

  • Echt fijn om te horen dat je het mooi vindt, dankje!