Het handschrift als ouderwetse ambacht

Hij kon niet meer rondkomen. ‘Tja,’ dacht ik, ‘dat kunnen wel meer mensen niet tijdens de crisis.’ Tot ik las dat dit niets met de crisis te maken had. Ik bekeek de column van Christiaan Weijts in nrc.next, waarin hij vertelde over een hardwerkende schaapherder die niet meer kon rondkomen. Niet omdat hij niet hard genoeg werkte, maar omdat Natuurmonumenten een grote opdracht aan zijn slimmere concurrent had gegeven. Die concurrent trekt niet ouderwets met zijn schapen rond, maar zet de dieren in een afgerasterd gebied en haalt ze ’s avonds weer op. Zijn methode is goedkoper, dus kreeg hij de opdracht en is de traditionele schaapherder boos.

Natuurmonumenten die een stukje cultuur in de vorm van een ouderwetse schaapherder aan de kant zet. Christiaan Weijts heeft er een duidelijke mening over. ‘Ambachten zijn leuk,’ schreef hij in zijn column, ‘maar wanneer je er geen nieuwe invulling aan kunt geven, slaat ambachtelijkheid om in halsstarrigheid.’ Volgens hem moet de schaapherder gewoon creatief zijn. Niet aan de traditionele manier van schapen hoeden vasthouden, maar nieuwe manieren bedenken en het voorbeeld van zijn concurrent volgen. Ook een jakhals in De Wereld Draait Door vroeg aan de schaapherder of zijn manier van werken niet wat ouderwets was. Aan zijn blik te zien drukte hij dat nog zacht uit. Christiaan had een simpele verklaring voor zijn mening: ‘Omdat het met alle ambachten zo gaat.’

Ik vroeg me af of dat waar is en dacht meteen aan schrijvers waarvan bekend is dat ze nog altijd met de hand schrijven. Jan Siebelink, Carry Slee en talloze anderen die, ondanks alle mogelijkheden van deze digitale tijd, hun manuscripten handgeschreven inleveren. Zijn zij dan ouderwets? Moet de ambacht van het schrijven veranderen in ritmisch getik op het toetsenbord waarbij weinig van de pure ambacht overblijft? Mij lijkt dat dit soort dingen juist gekoesterd moeten worden, in plaats van bestempeld te worden als ‘ouderwets’ en de gebruikers aan te sporen op andere methoden over te gaan.

Handgeschreven

Toen ik een maand geleden het Letterkundig Museum bezocht, keek ik naar de handgeschreven manuscripten. Ook naar de schilderijen, de voorwerpen, de foto’s en de films, maar vooral naar het soms onleesbare gekrabbel van oude schrijvers op het eens door hen aangeraakte papier. En de handgeschreven toespraak voor de begrafenis van Annie M.G. Schmidt. Een waardevol document, dat me ontroerde en intrigeerde. Zou het dat ook gedaan hebben als het niet met zwierige krullen maar onveranderlijke inkt opgeschreven zou zijn? Ik betwijfel het. Niet omdat ik uit nostalgie de tijd zou willen stilzetten om te genieten van het schrift dat wellicht ooit vervangen wordt door standaard lettertypen, maar omdat het zo onpersoonlijk is.

Een universeel lettertype dat door meerdere mensen gebruikt wordt en geen ‘eigen’ draai meer aan de letters geeft, is onpersoonlijk. Alsof het dan door iedereen geschreven kan zijn. Het bijzondere aan handgeschreven documenten is dat ze je meer over de schrijver vertellen. Hoe is het handschrift? Welke vorm hebben zijn letters? Waar zie je een dikke punt die aangeeft dat de schrijver even stopte om na te denken? Dat handtekeningen vaak met pen moeten worden gezet, is niet voor niets. Het is persoonlijker, intiemer, echter. Toch wordt het ouderwets genoemd. Niet meer van deze tijd, achterhaald en langzaam. Dat kan, maar feit blijft dat er weinig onpersoonlijker is dan een getypt manuscript.

Of toch wel. Een schaapherder die zijn schapen in een wei zet.

 

Eigen foto’s.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • Bedankt voor je uitgebreide reactie, Lilith! Ja, natuurlijk. Ik vind ook dat de schrijver het handgeschreven manuscript uiteindelijk wel over moet typen (het is tenslotte niet de taak van de uitgever om dat te doen, lijkt me). Maar om de hele ambacht meteen als ouderwets weg te zetten, vond ik iets te bekrompen. Als een schrijver graag met de hand schrijft, moet de schrijver dat zelf weten en is hij naar mijn idee niet meteen ‘ouderwets’.

    Ik vind het alleen zo jammer dat met de hand schrijven bijna een zeldzaamheid lijkt. Zelfs in de collegezaal zijn er meer studenten met een laptop of tablet dan een schriftje en pen. Handgeschreven doet iets met je, komt intiemer en vertrouwelijker over.

    Leuk idee trouwens, zo’n kladversie van het handgeschreven manuscript in het getypte boek. Het combineren van het beste van twee werelden, zeg maar. 🙂