Hoe je dankzij stroopwafels oude schrijvers hun ongelijk bewijst

‘Ik lust geen stroopwafels,’ hoorde ik haar zeggen. ‘Bah, nee hoor, niks voor mij. Zo zoet.’ Terwijl ik hete stroop op de wafel smeerde die daarbij als vloeibaar vuur door de krokante wafel vlamde, keek ik in haar richting. De vrouw liep stug door, gevolgd door twee jonge kinderen die verlangend naar de roodgeruite zakjes koekkruimels keken.

[heading margin_top=”14″]Zoete rommel[/heading]

De eerstvolgende wafel die ik uit het ijzer haalde, sneed ik in stukken en legde ik op een schaaltje. Mijn kraam liet ik enkele tellen onbeheerd achter.  ‘Hallo, mevrouw,’ glimlachte ik vriendelijk, terwijl ik met het schaaltje voor haar neus stond. Ik hield het uitnodigend omhoog. ‘Lust u een stukje stroopwafel?’

De kinderen lieten haar handen los en besloten dat zij ook wilden proeven. ‘Lekker!’ riep één van hen. ‘Oma, mogen we koekkruimels?’ ‘Ja,’ riep het meisje, ‘of een grote!’ ‘Nee,’ zei de vrouw kortaf. Ze keek me amper aan. ‘Ik lust geen stroopwafels,’ herhaalde ze. ‘Zoete rommel.’

Het schaaltje liet ik naar beneden zakken en zette ik gedesillusioneerd terug op de kraam. Er kwamen wel vaker klanten die geen stroopwafels lusten. Maar dan zeiden ze dat het voor een vriendin was. Of dat ze diabetici waren. Nog nooit had ik iemand midden in mijn gezicht het product horen beledigen.

In het begin hield ik er een vervelend gevoel aan over. Daarna veranderde dat in strijdlustigheid. Die vrouw moest misschien niets van mijn wafels hebben, maar als ik ze mooi lichtbruin bakte en de geur zich verspreidde, zouden anderen wel moeten komen. Of proeven, op z’n minst.

Stukjeproeven

[heading margin_top=”14″]Die oude schrijvers hebben ongelijk[/heading]

Nu wil ik het liefst zeggen dat het werkte. Dat iedereen bij het ruiken van de vertrouwde geur meteen iets kwam kopen en niemand meer langsliep zonder om te kijken. Dat was natuurlijk niet zo. Wel heb ik niemand meer over ‘zoete rommel’ horen praten.

Het deed me denken aan gepubliceerde schrijvers met vertalingen en verfilmingen op hun naam. Hun uitspraken over jonge schrijvers zijn vaak ontmoedigend. Dat we niet kunnen schrijven, bijvoorbeeld, of dat we deel uitmaken van een verloren generatie die geen boeken voortbrengt die echt de moeite waard zijn.

Maar misschien bedoelen ze het anders. Misschien zeggen ze het om ons aan te sporen, te laten bewijzen dat ze ongelijk hebben en we wel degelijk kunnen schrijven. Misschien moeten we dan juist doorzetten, niet onze droom vergeten en als onmogelijk beschouwen.

Als dat met stroopwafels ook zo werkt, zal ik de vrouw de volgende keer weer naar mijn kraam proberen te lokken. Of in ieder geval iets laten proeven.

Eigen foto’s.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.