Als schrijver op zoek naar je inlevingsvermogen: hoe doe je dat?

Op een literaire avond vertelden schrijvers bij de borrel over hun routines. Routines lijken belangrijk. Succesvolle mensen hebben vaak een serie van gewoontes die ze uitvoeren en wij vormen dat in ons hoofd om: niet de mensen zelf, maar die gewoontes hebben voor het succes gezorgd. Als het over routines gaat, weet je zeker dat er mensen zijn die naar je willen luisteren. Een schrijver trok speciale sokken aan op schrijfdagen. Een ander begon pas na zeven koppen koffie. ‘Ik spit ’s ochtends rouwadvertenties door om geïnspireerd te raken.’

Schrijvers zeggen bizarre dingen wanneer de microfoon uitstaat en het achtste biertje hen in de hand gedrukt wordt. Maar rouwadvertenties doorspitten? De schrijver deed het om zich beter te kunnen inleven in personages. ‘Ik probeer de gedichtjes te ontcijferen: wie was deze persoon en waaraan is hij overleden?’ Zijn collega’s lachten erom, maar ik vroeg me serieus af hoe het met het inlevingsvermogen van de Nederlandse schrijver gesteld is. Als we rouwadvertenties nodig hebben om het aan te wakkeren, wat zegt dat dan?

Het voorval deed me denken aan een vrouw die vorige week huilend bij de kassa van de supermarkt stond. Met tranen in haar ogen herhaalde ze hoe triest het is afgelopen met de vermiste Kris en Lisanne in Panama. ‘Een hoopje botten hebben ze gevonden,’ snikte ze. ‘Alleen een hoopje botten, verderop een rugzak met spullen. Die spullen laat je toch niet vrijwillig achter? Het zal je kind maar wezen!’ Met trillende vingers haalde ze haar pas door de pinautomaat. Het is de puurste en meest gevoelige reactie die ik heb gezien.

De vermiste vrouwen in Panama. Een Indiase vrouw die werd vermoord uit eerwraak. Twee meisjes die werden opgehangen door hun oom. Nederlandse jihadstrijders die zijn omgekomen. Elke dag horen we een nieuw, triest bericht. Een moord, vermissing of familiedrama. Tijdens het avondeten zeggen we: ‘Heb je het gelezen van die meisjes? Erg hè.’ Daarna houden we erover op, want we weten niets meer te zeggen. Dat is ons inlevingsvermogen, of liever, de manier waarop we het gebruiken.

Het raakt afgestompt door alles wat we zien, lezen en horen. We lezen over een moord en zijn het twee pagina’s verder al bijna vergeten. Dat is geen verwijt, want het is menselijk. We houden het op afstand, doen liever niet teveel moeite om het door te laten dringen. Maar als schrijver is dat precies wat je wel moet doen. Erover nadenken, voelen of het iets raakt, het door laten dringen. Als schrijver heb je juist een stem waarmee je meer kunt zeggen dan: ‘Erg hè?’

Een stem om wakker te houden. Om af en toe te laten horen, soms te verheffen.
En om stil te zijn bij het bekijken van rouwadvertenties.

Foto door: Ironlak

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • Ja, inderdaad. Zo is het wel een beetje. Feit is dat we té veel sensationele berichten te zien, horen of lezen krijgen. En we altijd weer kunnen denken dat ’t de ver van mijn bed show is. Men móét verder… of men wil of niet… #Mooiepost