Interview met Ernst-Jan Pfauth: ‘Fictie schrijven lijkt me doodeng’ (deel 1)

Het café in de Amsterdamse buurt De Baarsjes waar we hebben afgesproken is sfeervol en gezellig ingericht. Een echt schrijverscafé. Even over vijven verschijnt de reden van mijn bezoek in de deuropening: Ernst-Jan Pfauth, een Amsterdammer met een indrukwekkende carrière voor zijn jonge leeftijd en al twee boeken op zijn naam. Tijd om hem al m’n brandende vragen te stellen en erachter te komen wat hij sinds zijn optreden tijdens de Jonge Schrijversavond 2010 heeft ondernomen.

Je bent Chef Internet van NRC Media geweest, hebt Brainsley opgericht, gaf blogworkshops, host Literaturfest en bent nu uitgever van De Correspondent. Waarom hebben we op schrijfgebied niks meer van je gehoord?
‘Dat is een goeie vraag. Ik had natuurlijk een column in nrc.next, dat vond ik wel leuk om te doen. Ik heb nu heel erg de behoefte om het schrijfwerk van andere mensen mogelijk te maken, omdat ik bij NRC min of meer in die rol gerold ben en dat beviel erg goed. Ik kreeg het niet uit m’n kop dat ik journalistiek verder wilde helpen op het web.

Daarom heb ik me daar helemaal op gestort op allerlei verschillende manieren – en nu natuurlijk op een vrij definitieve manier met De Correspondent. We gaan eind september van start. Ik heb het gevoel dat ik daar aan kan bijdragen. Het schrijven kan altijd later nog.’

Dus je denkt er wel over na om nog te gaan schrijven?
‘O ja tuurlijk, ik vind schrijven heel interessant. Alleen ben ik tot de ontdekking gekomen dat als je het echt goed wil doen, het niet iets is wat je er even bij doet, geloof ik. Ik heb nu zó veel projecten als Literaturfest en De Correspondent, daarnaast kan ik niet zoveel meer. Ik kan niet dagenlang op iets broeden.’

Minder slapen toch? Dat heb je een keer gezegd in een interview.
Lachend: ‘Ja. Dat was een beetje stoere praat hoor, want ik probeer gewoon zeven uur te slapen.’

Op je blog schreef je dat het laatste hoofdstuk van jouw boek ‘Sex, Blogs & Rock ’n Roll’ over de netwerkrevolutie een soort opmaat was naar een volgend boek. Komt dat volgende boek er nog?
‘Nee, voorlopig niet, nee. Volgens mij doelde ik toen op het project ‘Times Square to Art Square’ van Justus Bruns. Dat wilde ik als case gebruiken, maar die is dat heel anders aan gaan pakken. Het project wordt nu geregeld door een netwerk in New York en niet door middel van een grote crowdfunding actie.’

Maakt dat het minder interessant om over te schrijven?
‘Ja, het is project is daardoor wat klassieker. Het wordt wel een heel spectaculair project, maar het is meer een soort kunstproject geworden dan een crowdfundingproject. En er is sindsdien natuurlijk heel veel gebeurd hè, want eerst was het nog een vrolijk onderwerp, maar toen kwam de Arabische Lente.

Op dat moment zat ik bij NRC en waren we net begonnen met de nieuwe NRC.nl. Nu heeft het een heel andere lading gekregen en zijn er ook al talloze boeken over geschreven. Dus ik voel niet echt de behoefte om daar nu nog een boek over te schrijven.’

Je hebt niet echt de behoefte om er iets aan toe te voegen?
‘Nee, dus je moet eigenlijk nooit beloven dat iets eraan komt. Toen heb ik dat wel gedaan, maar dat is niet handig.’

Je hebt wel al twee boeken over bloggen geschreven, maar nooit fictie.
‘Nee, ik vind meer dat ik één boek over bloggen heb geschreven. De tekst van het tweede boek, Gij zult bloggen’, had ik al online staan bij de lancering van m’n eerste boek (Sex, Blogs & Rock ’n Roll) als een soort online handboek erbij. Het werd zo goed bezocht – het zijn nog steeds de best bezochte pagina’s op m’n blog – dat ik dacht: dat moet ik uitwerken in een boek. Zodoende.

Ik heb nog nooit fictie geschreven. Dat is waar. Ik vind het wel interessant, maar daar moet je volgens mij echt heel veel tijd voor hebben. Ik hoorde een keer over iemand die zo’n leven voor zichzelf heeft gecreëerd, alsof hij een topsporter is. Hij gaat op tijd naar bed, drinkt niet en sport veel, zodat hij al zijn tijd in het schrijven kan steken. Dat idee heb ik, dat je zoiets dan zou moeten doen. Maar ik ga zeker ooit nog fictie schrijven.’

Dat ga je zeker nog doen?
‘Ja. Oh, nu maak ik weer een belofte hè? Shit.’

Denk je dat fictie ook moeilijker is dan non-fictie?
‘Ja, het is zoveel enger. Ik heb pas één keer een kort verhaal geschreven en naar een vriend van mij gestuurd. Fictie schrijven is zo verschrikkelijk veel enger, omdat je bij non-fictie op een zo mooi mogelijke manier probeert te beschrijven wat er gebeurt. Dat is heel veilig, want je beschrijft de realiteit. Maar als je zelf realiteit moet gaan scheppen is dat doodeng, want dan is het opeens jouw verzinseltje. Dan geef je veel meer bloot. Ik vond het wel heel interessant om te merken dat het allemaal heel erg eng wordt zodra ik fictie ga schrijven.

Ik ben best wel van de school dat je dingen gewoon meteen online moet zetten en uit de hand moet laten lopen, maar bij fictie vind ik dat wel heel eng.’

Moet je fictie ook uit de hand laten lopen?
‘Ja, maar ik denk dat ik dat dus niet durf. En wat mij tegenhoudt is dat ik geen inwisselbaar boek zou willen schrijven. Als ik een roman schrijf, dan wil ik daar ook meteen wat mee zeggen. En misschien is dat dodelijk hoor  – ik denk het eigenlijk wel  – en daardoor begin ik er niet aan. Maar ik zou niet geen boek willen schrijven dat gewoon fijn is om te lezen en dan weer vervliegt.’

Dus je wil in jouw fictie een diepere boodschap terug laten komen?
‘Ja, of ik wil dat het in ieder geval iets zegt over deze tijd of dat het een belangwekkend boek is. Dus ik zou niet alleen maar boeken willen schrijven voor de lol. Ik heb niet het idee dat ik dat nu al in me heb en zolang ik dat niet heb ga ik zo’n boek ook niet schrijven. Ik bedoel: ik ben nog maar zevenentwintig, dus dit is één ding wat ik in m’n leven niet wil haasten.

Je hebt natuurlijk ook veel jonge schrijvers die echt een oeuvre opbouwen. En die lijken het ook niet erg te vinden als er een keer een slechter boek tussenzit. Ik zou liever een schrijver willen zijn die in één keer een knaller schrijft. Misschien komt het er wel nooit van, maar dat is in ieder geval hoe ik het zou willen doen.’ Ernst-Jan bestelt een dubbele espresso. Glimlachend: ‘Ik kom net terug van Lowlands.’

Wat  maakt een boek voor jou dan leeswaardig?
‘Als ik er iets uithaal of als ik er een andere kijk op de wereld aan overhoud. Dus als het mij iets zegt over iets waar ik al veel over nagedacht heb, maar dat het zo mooi of slim is opgeschreven dat ik er daardoor toch anders over ga nadenken. Bas Heijne heeft daar een heel mooi essay over geschreven ‘Echt zien’ heet het. Heijne zegt in feite dat de literatuur een soort sluier voor de werkelijkheid moet wegtrekken. Dat soort boeken vind ik fijn om te lezen. Bijvoorbeeld science fiction ik hou helemaal niet zo van echte science fiction –die zich nu al bijna af zou spelen. Één stap verder dan hoe de wereld nu is.

Een paar jaar geleden kwam één van m’n lievelingsboeken uit: ‘Super Sad True Lovestory van Gary Shteyngart. Hij heeft een boek geschreven over wat er gebeurt als Amerika valt, volgens mij over tien jaar ofzo. In dat boek beschrijft Shteyngart dingen in die inmiddels zijn uitgekomen, zoals dat mensen hun hele leven aan het filmen zijn. Net als wij een gesprek hebben en het is niet meer interessant, dan moeten we het snel over iets anders gaan hebben wat mensen wel interesseert want anders dan haken de kijkers af.

Van dat soort boeken hou ik heel erg.  Joost Vandecasteele heeft ook zo’n boek geschreven, ‘Massa‘, dat ook over het nu gaat, maar ook deels science fiction is. Dat maakt het veel enger dan gekke ruimteschepen.’

Zo’n boek heeft dus een voorspellend karakter, je doet er uitspraken in die uit moeten komen en dan is het de vraag of dat nog gebeurt.
‘Ja. Het boek van Gary Shteyngart gaat ook voor een groot deel over surveillance en aftappen. Dat is ook profetisch en daardoor ga je je al eerder, voordat Snowden komt, realiseren dat het gevaarlijk kan zijn. Dat is natuurlijk een hele expliciete manier waarop het iets kan vertellen over de werkelijkheid, maar het kan ook veel subtieler zijn. Het kan ook over, weet ik veel, dilemma’s die je zelf hebt, gaan. In dat opzicht hou ik heel erg van coming of age boeken van jonge jongens die opgroeien, dat vind ik cool. ‘

Over bloggen zeg je altijd dat je, ookal heb je een afspraak over een halfuur, nu moet beginnen en dan over een halfuur je eerste blog geschreven hebt. Waarom doe je dat met schrijven niet? Gewoon beginnen en een halfuurtje voltikken?
‘Omdat bloggen voor mij ook vaak een middel is geweest. Om iets te bereiken of te doen, omdat ik vond dat er iets beschreven moest worden. Bij fictie zie ik die noodzaak nog niet, dus voel ik ook geen enkele noodzaak om het nu uit de hand te laten lopen. Ik zou dat juist heel erg willen bewaren. Zoals sommige mensen hun maagdelijkheid bewaren voor de ware, zo zou ik die ook willen bewaren met literatuur.’

Weet je dan wanneer dat moment daar is? Want als die mensen trouwen, dan weten ze dat het moment daar is.
‘Lachend: ja, bij hen is dat een lekker afgebakend moment. Maar ik ben bang dat dat bij fictie niet zo is. Daar kom ik dan vanzelf achter. Dus misschien duurt het nog wel twintig jaar. Of misschien drie. Dat weet ik niet.’

Lees hier het tweede deel van het interview en hier het derde deel.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.