Interview met Ernst-Jan Pfauth: ‘Fictie schrijven lijkt me doodeng’ (deel 2)

Dankzij mijn werk als webredacteur bij de Jonge Schrijversavond kreeg ik de kans blogger Ernst-Jan Pfauth te interviewen. Het eerste deel over het schrijven van fictie en zijn favoriete boeken lees je hier. In het tweede deel hieronder kom je te weten wat zijn schrijfgewoonte is en vertelt hij dat de Kindle geen sexy apparaatje is.

In je boek ‘Gij zult bloggen’ schrijf je dat je beeld groots moet inzetten. Als je het alleen doet omdat er een plaatje bij moet wat jij het nu.nl-syndroom noemde dan moet je het weglaten. Hoe denk je daar dan over bij de omslag van boeken? Aan de omslag  van jouw boek is ook best wel wat aandacht besteed.
‘Ja, m’n eerste boek. Dat vond ik toen heel cool, maar dat was niet heel tijdloos. Ik hou van die Van Oorschot uitgaves die alleen een titel hebben.’

In feite gewoon heel kaal, dat het echt om de inhoud gaat.
‘Ja. Ik heb nu ook een paar boeken bij me.’ Uit zijn tas haalt hij wat kunstboeken. ‘Dit idee een beetje. Heel ingetogen.  Gewoon heel klassiek met zo’n mooie harde kaft, dus dan kun je eigenlijk het beeld weglaten. Ik hou óf van heel goed beeld óf heel strak en ingetogen.’

Net zoals je blog, zwart met wit en minimalistisch.
‘Ja. En ik haat het als er een meisje met sproeten op de voorkant staat zoals bij heruitgaves van Arnon Grunberg altijd het geval is. Of  – ik ben nu een heel fout boek aan het lezen, dat moet je misschien maar niet opschrijven  –  van Sasha Grey. Zij is een oud-pornoster en in oktober komt ze naar Nederland. Met Das Magazin organiseren we een avondje om haar heen. Daarom ben ik nu haar boek aan het lezen, zo’n Fifty Shades of Grey roman. Die hebben ook allemaal covers die daarop lijken.

Aan de andere kant kan een gezicht ook heel goed werken zoals met het boek ‘Stoner‘. Dat is natuurlijk ook gewoon een stockfoto, maar het is echt een iconisch beeld geworden. Ik hou dus van een duidelijke keuze, niet van iets lafjes. In dat opzicht vond ik de cover van mijn eerste boek ‘Sex, Blogs & Rock ’n Roll’ ook leuk. Dat ging natuurlijk over rock ’n roll en er zitten jaren zestig dingen in. Dat kwam op de omslag heel erg naar voren. Al weet ik niet of mijn hoofd op de voorpagina had gemoeten,’ lacht hij.

Iets anders: je blogt niet meer elke dag. Heb je het te druk?
‘Ik was een keer ziek en daardoor had ik het vier dagen niet gedaan. Nu probeer ik incidenteel te bloggen, maar ik zou wel meer diepgaande stukken willen schrijven. Vooral omdat mijn werk nu heel erg snel is, veel mailtjes en weet ik wat allemaal nog meer. Dan zou ik liever  één keer per week een goed essay schrijven zoals op mondaynote.com. Maar ik volg nooit m’n eigen blogadviezen op. Ik weet precies hoe je een hele goede blog zou moeten bouwen, maar zelf ben ik er te lui voor. Net zoals een schoenmaker gaten in z’n zool heeft.’

Een beetje zoals de stukken van Daniël van der Meer (hoofdredacteur Das Magazin) die op jouw blog zijn verschenen eigenlijk.
‘Ja, fantastisch. Dat lijk me heel cool. Ik weet niet of dat mensen al een beetje opvalt, maar hij is zo verschrikkelijk goed als schrijver en redacteur.’

Ja, het is een lange lap tekst, maar doordat hij goed schrijft valt het niet op.
‘Precies, je racet er doorheen. En hij maakt natuurlijk een prachtig blad, met Toine Donk (Das Magazin, red.). En hij gaat zo voor me koken, dat kan hij ook.’

Als je stukken schrijft, is je schrijfgewoonte dan nog steeds ‘het eruit gooien, X’jes plaatsen als je dingen niet weet, het redigeren en online zetten’?
‘Ja, ik zeg altijd dat het schrijven en redigeren niet bij elkaar horen. Een stuk waar ik het afgelopen jaar het meest tevreden over was, Wat we van een nieuwe krant willen, dat heb ik in  één keer eruit geramd, heel kort nagekeken en naar iemand gestuurd die de spelfouten eruit heeft gehaald. Daarna heb ik het online gezet. Echt in anderhalf uur.’

Dat zie je er niet aan af.
‘Nee, gelukkig! Dat vind ik eigenlijk nog de lekkerste manier van schrijven. Dat je het echt helemaal in je hoofd hebt en het er dan uit gooien. Ik had laatst bijvoorbeeld een stuk dat ik moest ik schrijven in Parijs, dat was echt een moetje. Over het legermuseum.

Dat vond ik echt een heel slecht stuk van mezelf. Ik was er niet tevreden mee, want het was een stuk waar ik urenlang aan gekloot had en wat er maar niet uitkwam. De stukken die je er in één keer uitgooit, die je helemaal bedacht hebt, dat zijn toch wel de lekkerste stukken.’

Vind je dat meestal ook de beste stukken?
‘Wat mij betreft wel, omdat ik dan echt schrijf over iets wat ik ook echt heel belangrijk vind.’

Je hebt een lijstje op je blog gezet met plekken waar je zoal schrijft en je probeert de Writer’s at Work blog bij te houden over schrijfplekken van andere schrijvers. Waar schrijf jij het liefst?
Hij wijst naar een tafeltje achterin het café. ‘In cafés word je gewoon nooit afgeleid. Dat heb ik in ieder geval. Je kan ook geen kant op. Zelfs naar de wc gaan is tricky, want dan wordt je laptop gejat. Dat vind ik heel fijn, het is gewoon de fijnste schrijfplek. Ik zou heel graag willen dat ik het heel fijn zou vinden om thuis te schrijven. Ik wilde altijd al een werkkamer, die heb ik nu. Met een mooi balkon en openslaande deuren. En daar zit ik nooit.

We hebben nu ook een kantoor met journalistiek initiatief De Correspondent in Amsterdam-Noord in A Lab. We hebben een hele lange bar gemaakt aan het raam voor mensen die staand willen schrijven, dan kan je schrijven met uitzicht over de stad. Hopelijk kan ik daar ook geconcentreerd werken. Hemingway deed dat ook, het schijnt dat het heel goed voor je is.’

Heb je dat zelf ook geprobeerd?
Lachend: ‘Nee, nee. Ik heb nog niet geschreven.’

Alleen mailtjes verstuurd.
‘Ja, inderdaad.’

Waar haal je dan je inspiratie vandaan?
‘Vooral de deur uitgaan, dus dingen beleven. Naar concerten gaan, naar musea, conferenties, op vakantie, echt de deur uitgaan. En ook uit boeken, maar dat is een ander soort inspiratie. Ik vind het heel fijn om dingen te beschrijven zoals ik ze zie.’

Dat lijkt me ook makkelijker dan zelf iets bedenken.
‘Ja, en het leuke is dat het een soort noodzaak is om te vertellen hoe dat was. Bijvoorbeeld vorig jaar ben ik in restaurant Oud Sluis geweest waar ik veertien maanden van tevoren gereserveerd had. Het was heel leuk om precies te beschrijven hoe dat was en dat aan de mensen te laten zien die er niet meer kunnen eten omdat het dichtgaat. Dus ja, de deur uitgaan en dingen beschrijven.’

Dus eigenlijk haal je, ondanks dat je met nieuwe media bezig bent, daar toch niet de meeste inspiratie uit?
‘Nee, ik vind het heel fijn om blogs te lezen, maar wel op een tablet en op de bank. Gewoon achter m’n computer een beetje rondklikken op sites vind ik altijd zo geestdodend.’

Dus je hebt dan ook een paar vaste blogs die je volgt? Ontdek je dan nog wel nieuwe als je altijd maar dezelfde leest?
‘Ja, als mensen weleens linken naar andere blogs. En er zijn altijd blogs waar je even kan kijken waar altijd nieuwe dingen zijn. Zoals online tijdschrift Slate. En via Twitter volg ik ook veel goeie blogs. Ik gebruik Pocket om artikelen later te lezen. Dat is ideaal. Ook heb ik een Kindle gekocht zodat ik Twitter niet op kan, dus alleen boeken kan lezen en totaal niet afgeleid kan worden. Het heeft geen touch screen, geen kleur, maar ik lees er echt supergeconcentreerd op.’

Vind je het net zo lekker lezen als een papieren boek?
‘Ja, zeker. Eigenlijk lekkerder, want het is lichter.’

En je mist er niets aan?
‘Nee. Ja,  een boek voelt wel lekker. Maar dat heb ik met de Kindle eigenlijk ook wel. Omdat het zo’n archaïsch en sober apparaat is dat ik er hele positieve, geconcentreerde associaties bij heb. Het is ook zo fijn dat je gewoon een bibliotheek bij je hebt.’

Hij wijst naar het kunstboek ‘Collecting Art for Love, Money and More’ dat nog steeds op tafel ligt. ‘Dit boek is loodzwaar, dan moet ik daarmee zeulen. De Kindle is geen sexy apparaatje, maar daar heb ik hem juist voor gekocht, dat ik er maar één ding op kan doen.’

Lees hier het eerste deel en hier het derde deel van het interview.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.