Interview met Ernst-Jan Pfauth: ‘Fictie schrijven lijkt me doodeng’ (deel 3)

Dankzij mijn werk als webredacteur bij de Jonge Schrijversavond kreeg ik de kans blogger Ernst-Jan Pfauth te interviewen. Het eerste deel over het schrijven van fictie en zijn favoriete boeken en het tweede deel over zijn liefde voor de Kindle en zijn schrijfgewoonte, staan inmiddels online. In het derde en laatste deel hieronder vertelt hij waarom jonge schrijvers moeten bloggen en deelt hij zijn gouden schrijftip.

Heel veel jonge schrijvers willen voornamelijk schrijven. Denk jij dat ze ook moeten gaan bloggen?
‘Ja. Maar als je echt fictie wil gaan schrijven dan geloof ik wel dat je juist baat hebt bij een lange tijd van concentratie. Dan moet je juist niet alleen maar bloggen, want bij bloggen komt ook vaak Twitter kijken. En als je dan alleen maar op Twitter en Facebook zit, denk ik dat dat niet goed voor je is. Als je een publiek wil vinden voor je fictie, kan ik me wel voorstellen dat je een blog begint waar je bijvoorbeeld elke vrijdag een kort verhaal plaatst dat je doorstuurt naar mensen.

Dan vind je vanzelf een publiek, en lijkt het me heel goed om iets te bereiken. Maar stel dat je al een gearriveerd auteur bent en je daar helemaal geen behoefte aan hebt, dan zou ik het niet doen. Want dan kan het alleen maar schade opleveren. Als je nog je een eigen publiek wil creëren is het natuurlijk wel perfect.

Je kunt je eigen schare lezers vinden en je kunt je boeken direct aan iedereen verkopen. Dan hoef je niet weet ik hoeveel procent af te dragen aan winkels. Ik zou het zeker aanraden, maar wel om het in een soort format te doen: ervoor zorgen dat iedereen zich in kan schrijven en die verhalen in een nieuwsbrief of email versturen, zodat je het medium echt gericht voor je laat werken. Dan geloof ik er zeker in, want dan is een blog een plek om een publiek op te bouwen.’

En hoe doe je dat dan met reacties van je publiek?
‘Ik heb ze een tijdje uitgezet op m’n eigen blog  om te kijken hoe dat bevalt. Ik geloof dat reacties van blogs heel nuttig kunnen zijn als je er een gericht doel mee hebt. Bij De Correspondent worden ze ‘bijdragen’ genoemd. We willen daarmee dat lezers die een expertise hebben hun reacties gaan delen. Als je feedback op je teksten wil, zou ik dat heel duidelijk insteken en mensen vragen erop te reageren.’

Hoe bevalt het jou zonder reacties?
‘Wel goed. Ik gebruik mijn blog nu echt als een openbaar notitieboekje. Ik gooi er dingen op die ik interessant vind. Ik vind het fijner dat mensen nu via Twitter of Facebook reageren, want daar zit ik zelf ook. Het is rustiger op m’n blog.’

In je blogworkshop noemde je een blog juist het verzamelpunt. Je vergeleek sociale media met satellietjes die door blogreacties terugkeren naar het moederschip.
‘Als mensen bij mij langskomen staat er dat ze zich kunnen inschrijven voor de nieuwsbrief. Daarmee haal ik mailadressen en followers binnen. Maar je hebt ook bloggers, zoals vroeger Niels Aalberts, die een fantastische community om zich heen hebben gebouwd en dat werkt heel goed. Maar dat werkt vooral goed voor nicheblogs, als je echt een eenduidig onderwerp hebt wat jou met je lezers bindt. Daarbij werken reacties heel goed.’

En dan moet je natuurlijk hopen dat jouw lezers al jouw interesses zoals muziek, restaurants, bloggen en journalistiek ook delen..
‘Dat doen ze vast niet en dat vind ik ook niet erg.’

Werkt het niet demotiverend om geen reacties te krijgen?
‘Nee, ik blog echt voor mezelf nu. Als ik nu een blog zou willen opbouwen die ik heel groot zou willen maken, zou ik het heel anders aanpakken dan ik nu doe. Dan zou ik al mijn eigen tips opvolgen. En dat heb ik vroeger natuurlijk heel vaak gedaan.

Als mensen mijn boek willen kopen krijgen ze op mijn blog te zien waar ik ongeveer over geschreven heb de afgelopen tijd en dan weten ze wat voor iemand ik ben. Daar gebruik ik het een beetje voor. En ik vind het gewoon af en toe leuk om te doen, dus als ik me verveel, ga ik bloggen.

Dat is heel anders dan hoe je het bloggen vroeger aanpakte.
‘Ja, absoluut.‘

Je beloofde nog wel afgelopen 2 januari op je blog: ‘Dit jaar blog ik nog 362 keer..’
‘Ja, schandalig. Zie je, beloftes. Geen beloftes meer doen. Echt schandalig. Je moet nooit beloftes doen, dat is de les van het interview! Want jij leest ze allemaal en houd me er ook aan. En ik heb ze allemaal verbroken. Sorry daarvoor.’

Nu even iets heel anders: ik hoorde dat je vroeger ook een bandje had waarin je zong.
‘Klopt. Daar heb ik al het beeldmateriaal vakkundig van laten verdwijnen.’

Dat merkte ik. Ik heb even gegoogeld en kon het niet meer vinden.
‘Mooi zo! Dat was gewoon een hobby met jongens van mijn eerste blog Spotlight Effect. Het was heel leuk, we hebben zelfs één keer ergens opgetreden in Zaandam. Je moet gewoon een keer in een bandje gezeten hebben.

Maar niemand kon er iets van. De drummer kon eigenlijk niet zo goed drummen, de basgitarist hield er halverwege een nummer mee op omdat hij het ritme kwijt was en ik zong niet zo toonvast. We hadden wel één goede gitarist, die is nu DJ in Amsterdam .’

Een muzikant noem je jezelf dus niet. Wat wel? Schrijver, journalist of blogger?
‘Als ik kijk naar wat ik doe, dan is dat mensen attenderen op dingen die de moeite waard zijn. Bij Literaturfest vraag ik mensen om over hun favoriete boek te vertellen, bij De Correspondent probeer ik journalistiek mogelijk te maken bij een medium dat puur gedreven wordt door de persoonlijke interesse van de auteurs.

Met Brainsley, wat nu dus eventjes aan de beademing ligt, ging het erom mensen artikelen te  laten delen. Vanavond ga ik met wat mensen praten over Artfest, een soort nieuwe Literaturfest maar dan over moderne kunst. Dat gaat ook over mensen attenderen op mooie dingen. Dus er is eigenlijk geen naam voor. Ik laat mensen kennis maken met prachtige werken.’

En wat wil je verder nog bereiken?
‘Ik wil dat De Correspondent blijft bestaan. Ook na september 2014, zodat mensen hun abonnement gaan verlengen en het echt een succes wordt. En ik wil dat Literaturfest op televisie komt, want dan kunnen we meer mensen bereiken.’

Ambitieus!
‘Ja, maar dat is belangrijk toch? Vroeger heb ik weleens dingen te snel afgekapt waar ik eigenlijk langer mee door had moeten gaan, zoals Chef Internet zijn bij NRC. Daar had ik nog wel een jaartje aan kunnen blijven, maar toen was ik alweer door iets anders geïnteresseerd. En dat zal ook allemaal wel ergens goed voor geweest zijn, maar achteraf had ik wel meer geduld willen hebben. Maar ik heb nergens spijt van, want in dat jaar is ook Literaturfest ontstaan en anders was dat niet gebeurd.’

In het kantoor van Facebook hangt een poster aan de muur waarop staat ‘Done is better than perfect’. Denk jij dat ook?
‘Ja, je hebt ook zo’n andere nerd uitspraak: ‘Real artists ship!’ Echte kunstenaars leveren gewoon hun werk op. Het is geen heilige graal ofzo, maar ik geloof wel dat het in een bepaalde fase van je leven een hele goede levenshouding is, als je gewoon doet wat je leuk vindt en dat ook uit de hand durft te laten lopen en dat je niet eeuwig blijft broeden op ‘ik zou weleens een keer dit of dat willen doen’.

Daar geloof ik absoluut in. Net zoals met De Correspondent. We kunnen dat nog jaren perfectioneren en dan pas lanceren, maar we willen gewoon nú lanceren en het daarna beter maken.’

Net zoals de National Novel Writing Month: dat mensen gewoon beginnen aan een boek zonder te weten waar ze zullen eindigen. Daar zijn boeken uit ontstaan die anders misschien nooit waren geschreven.
‘Ja. En er zijn die maand misschien veel boeken geschreven die heel slecht zijn, maar die er wel voor hebben gezorgd dat mensen durven te gaan schrijven. Dus ik geloof absoluut in dat concept. Het heeft natuurlijk ook nadelen, maar ik geloof er echt heel erg in dat je dingen uit de hand moet laten lopen. Ik ken zoveel mensen die dromen over het moment waarop ze iets gaan doen en waarbij het uiteindelijk nooit gebeurt. Doe iets! Dat vind ik echt heel erg belangrijk.’

Heb je nog een gouden schrijftip voor beginnende schrijvers of bloggers?
‘Zet het interrnet uit, open een programma als iaWriter en ga gewoon schrijven. Kijk later naar wat je geschreven hebt. Maar je moet in ieder geval beginnen en niet op de eerste zin blijven hangen.’ Hij pauzeert even.

‘Nee, weet je wat, mijn tip is: durf slecht te schrijven. Omdat je het nooit moet uitstellen. Je hoeft het niet te publiceren, maar je moet in ieder geval beginnen en niet blijven hangen omdat de eerste zin er niet uitkomt.’

Lees hier het eerste deel en hier het tweede deel van het interview.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.