Schrijftalent Marijn Sikken: ‘Als mijn katten niet weglopen, is het verhaal goed’

Soms kom je zo’n interessante jonge schrijver tegen, dat je meer wil weten dan Google je kan vertellen. Marijn Sikken, bijvoorbeeld. Ze won de grootste Nederlandstalige schrijfwedstrijd Write Now! in 2011 en studeerde dit jaar af aan de Schrijversvakschool. Inmiddels werkt ze aan haar debuutroman. Tijd om haar te vragen naar haar schrijverschap!

Marijn Sikken won in 2011 als eerste zowel de publieks- als juryprijs van Write Now! Ze schreef voor Spunk en Youth-R-Well (online community voor reumapatiënten), verhalen van haar verschenen o.a. op Passionate Platform en De Optimist. Vanaf februari schrijft ze columns voor CultuurBewust.nl. Marijn draagt met enige regelmaat voor en werkt aan haar debuutroman.

Wanneer ben je begonnen met schrijven en waarom?
Ik ben een klassiek geval: vroeger schreef ik al verhalen in schoolschriftjes, ik las veel en ben altijd een groot liefhebber geweest van notitieblokken. In 2008 begon ik met het schrijven van columns voor Youth-R-Well.com, een online community voor jonge reumapatiënten, in datzelfde jaar startte ik met de Schrijversvakschool. Weer een jaar later volgde mijn eerste winst bij Write Now! Je kunt zeggen dat het vanaf toen echt menens werd, maar voor mij is schrijven dat altijd geweest.

Je werd er goed in, want in 2011 won je Write Now! Waarom deed je mee?
Het winnen van een serieuze wedstrijd als Write Now! staat fantastisch op je literair cv. Er zijn niet veel wedstrijden die zo goed en zuiver zijn opgebouwd en die daarnaast ook nog deuren voor je openen – je komt niet zomaar op GDMW of Wintertuin te staan, bijvoorbeeld. Bovendien houden uitgevers de wedstrijduitslagen ook in de gaten.

Het is daarbij ook ontzettend leuk om te doen. Ik heb twee keer in de finale gestaan, in 2009 en 2011. Tijdens beide finaleweekenden heb ik mensen leren kennen die ik nog steeds met grote regelmaat spreek.

Veel deelnemers zien Write Now! winnen als de ultieme bevestiging van hun schrijverschap. Hoe zie jij dat?
Zeker! Ik ben ongelooflijk blij en trots dat ik in 2011 de eerste was die beide prijzen won, dat was echt een fantastisch gevoel. Als ik vastzit, haal ik dat gevoel ook bewust terug, zo van: kijk eens, dit heb je al bereikt. Maar daarmee is het niet klaar. Als je een wedstrijd wint, betekent dat nog niet dat alles wat je daarna aanraakt (of schrijft) in goud verandert. Ontwikkeling is een proces zonder einde, je moet altijd in beweging blijven, vooruit kijken, hard werken, nog harder werken.

Op welke manier heeft het winnen van Write Now! je leven beïnvloedt?
Buiten dat er een aantal uitgevers geïnteresseerd zijn in mijn manuscript, heb ik een aantal keer op mooie plekken mogen voordragen (bijv. GDMW en Wintertuin). Meer mensen kennen nu mijn naam, dus ik word nog wel eens voor leuke dingen gevraagd. Ik heb voor Spunk geschreven, mijn verhaal heeft in Dagblad de Pers gestaan. Hebben we het al over de MacBook gehad, die ik heb gewonnen? Ook niet verkeerd! Ik ben een belofte genoemd en dat is heel mooi maar ook heel spannend, want los een belofte maar eens in…

De verhalen die je schrijft zijn heel divers. Waar haal je al die inspiratie vandaan?
Dat wisselt, ik heb geen vaste methode. Olifanten ontstond nadat iemand me vertelde over twee kindergraven die wat decoratie betreft tegen elkaar op leken te bieden, dat idee bleef in mijn hoofd zitten. Op een ochtend lag ik in bed, keek uit het raam en bedacht me hoe maf het zou zijn als er een duif tegen het raam zou vliegen – die gedachte mondde uit in Bal, het verhaal waarmee ik de voorronde van Write Now! Utrecht won.

Maar ik heb ook wel eens een verhaal geschreven rond iets wat ik een meisje tegen haar vriendje hoorde zeggen (‘Met wie je stond je nou te praten, baby? Ik wilde me voorstellen maar kwam er niet tussen’). Daar zat al zoveel in, ik hoefde het alleen nog maar in de juiste verhaalmuur te metselen.

Op welk verhaal dat je geschreven hebt ben je het meest trots?
Het makkelijkst zou nu zijn om ‘Olifanten’ te antwoorden, omdat ik daarmee Write Now! heb gewonnen, maar daarmee doe ik andere verhalen tekort. Ik weet dat jij een liefhebber bent van mijn verhaal over een hond die zelfmoord pleegt. Dat verhaal is mij ook heel dierbaar, ik ben heel blij dat het voor Fiktor voorbij is. Alleen zakt het verhaal technisch gezien halverwege totaal in, het behoeft grondige herschrijving. Nu ik er zo over nadenk, vrees ik dat ik je het antwoord op deze vraag schuldig moet blijven.

Heb je vreemde schrijfgewoontes die je wilt delen?
Ik lees nieuw werk voor aan de katten? Als ze niet weglopen, is het goed.

Wat maakt een verhaal voor jou goed?
Een goed verhaal bevat een unieke stempel, iets dat je niet per se kunt benoemen maar dat laat zien dat alleen deze schrijver dit verhaal zo had kunnen vertellen. Ik denk dat in essentie ieder verhaal al eens is geschreven, dus het gaat erom dat jouw manier van hetzelfde verhaal vertellen iets moet toevoegen aan wat er al is.

Na Write Now! heeft je leven niet stilgestaan. Dit jaar ben je afgestudeerd aan de Schrijversvakschool. Waarom koos je daarvoor?
Ik wist wat ik wilde doen, (beter) leren schrijven, en zocht een plek waar ik dat kon doen. Er zijn nog altijd veel discussies gaande over de vraag of je schrijven kunt leren. Ik denk dat iedereen tot op zekere hoogte kan leren hoe een verhaal in elkaar zit, maar de kern van talent, van oorspronkelijkheid, moet wel al aanwezig zijn om echt een goed schrijver te kunnen worden. Die kern is waar je bij de Schrijversvakschool mee aan de slag gaat, daar was ik me bij aanmelding al van bewust.

Wat is het belangrijkste dat je tijdens je studie geleerd hebt?
Dat je nooit uitgeleerd bent.

Ik stel me voor dat je tijdens je studie deadlines had. Hoe lukte het je om telkens een verhaal af te hebben?
Voor ik begon aan de opleiding had ik al deadlines voor Youth-R-Well, dus daar leerde ik die druk al kennen. Het was tijdens de eerste jaren van de studie niet zo dat je iedere week een verhaal van 2000 woorden af moest hebben, het ging ook om het proces daarnaar toe, maar er moest wel wekelijks iets gebeurd zijn: je kon hebben herschreven en/of bijgeschreven, maar daarnaast moest je ook het werk van je klasgenoten hebben gelezen en becommentarieerd.

Het was fijn om iedere week die druk te hebben van: er moet wel iets gebeurd zijn, iets staan. In het derde jaar wordt die druk verlaagd en zijn er minder bijeenkomsten, in het vierde jaar doe je alles zelf. Dan kom je jezelf behoorlijk tegen.

Zou je andere schrijvers aanraden een studie aan de Schrijversvakschool te volgen? Waarom wel of niet?
Absoluut. Als je talent hebt en je bent ontvankelijk voor de onderwijsvorm die de school te bieden heeft, kom je via de opleiding sneller tot ontwikkeling van dat talent. Wanneer blijkt dat je geen talent hebt of erachter komt dat de manier waarop er gewerkt wordt niet bij je past, val je af – of blijft schrijven gewoon een fijne hobby (en dat is ook oké!). Het gaat erom dat je kiest voor scholing en ontwikkeling, voor serieus met je wens aan de slag gaan.

Ik vind het erg flauw als mensen het smalend over schrijfschoolproza hebben, zeggen dat er op een opleiding eenheidsworst ontstaat of dat schrijven niet te leren valt. Ik heb tijdens deze opleiding mijn eigen stem kunnen vormen, niet die van mijn docenten of van de school. Daardoor ben ik nu op een punt waar ik anders misschien nooit of pas veel later was gekomen. Die ontdekkingsreis raad ik iedereen aan.

Inmiddels heb je een manuscript af. Kun je een tipje van de sluier oplichten?
Nee, sorry! Ik ben een beetje bijgelovig en vind eigenlijk dat je niets moet zeggen over werk dat nog niet af is of in de winkels ligt – iets met een huid die je niet moet verkopen voor de beer geschoten is. Bovendien: straks herschrijf ik het en dan klopt de helft niet meer!

Hoe zie je jouw toekomst als schrijver?
Ik hoop gestaag aan een mooi en uniek oeuvre te werken. Wat me heel mooi lijkt is als mensen later mijn boeken kopen, ze lezen, ervan genieten en ze dan nog een keer kopen om weg te geven. Dat doe ik ook met mijn eigen favorieten.

Heb je een schrijftip voor andere schrijvers?
Zet alles uit en ga aan het werk. Als je na een uur nog niets op papier hebt staan, ga dan naar buiten: loop door het park, doe boodschappen, ga desnoods een tijdje bij een tramhalte staan en maak een praatje met die vage figuur die je altijd om een euro vraagt. Buiten doe je de prikkels op die je binnen – in je hoofd – verwerkt.

En lees. Lees alles en meer. Als je niet van lezen houdt, stop dan met schrijven.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.