Jaloers op het geheim van de schrijver

‘Jaloers,’ lees ik. Het is een intrigerende titel. Ik vraag me af waar hij jaloers op zou moeten zijn. Hij is dagelijks op de voorpagina van de Volkskrant te vinden en heeft veel succesvolle boeken geschreven, zelfs literatuur- prijzen gewonnen. Toch is hij jaloers, terwijl juist hij het succes heeft waar anderen vol bewondering tegenop kijken.


De Volkskrant die ik lees is inmiddels gedateerd. Zes maart kocht ik het in de kiosk op het station. Dat ik er nu pas iets over schrijf, heeft een reden. De korte column van honderdvijftig woorden bleef opduiken. Op de meest onverwachte momenten, waardoor ik gedwongen werd erover na te denken en een mening te vormen. Er zijn mensen die de Voetnoot van Arnon Grunberg niets vinden. ‘Alsof het het laatste is wat hij er nog net even bij doet,’ hoorde ik laatst. ‘Als het maar niet te lang duurt.’

Ik kon me niet vinden in die gedachtegang, ben zelfs van mening dat de mensen die zo denken aan de hele essentie van de Voetnoot voorbij gaan. ‘Een stukje werkelijkheid,’ noemt Arnon het zelf, ‘die nog niet in beeld is gebracht.’ Zijn Voetnoot is de dagelijkse kanttekening die hij plaatst bij alles wat zijn interesse wekt. De lengte ervan is tegelijkertijd de kracht. Er zijn veel schrijvers die de mooiste woorden gebruiken om lange observaties te beschrijven. Maar ik ken geen enkele schrijver die het zo rauw en bondig kan verwoorden als Arnon Grunberg.

Ik leerde voetnoten kennen op de middelbare school. Ze waren de opmerkingen onderaan de bladzijde die verwezen naar iets uit de tekst erboven. Kort en in kleine lettertjes naar de onderkant van de pagina verbannen, maar nodig om de tekst volledig te kunnen begrijpen. Die voetnoten verschillen eigenlijk nauwelijks van de Voetnoot van Arnon. Ook dat zijn opmerkingen, alleen plaatst hij ze bij het dagelijkse leven, om inzicht te geven in de wereld waarin wij leven en kritisch te kijken naar het nieuws dat we consumeren.

Het enige verschil is dat de Volkskrant weet hoe belangrijk die korte observaties zijn en de Voetnoot terecht een plek op de voorpagina gegeven heeft. En Arnon, schrijver van dat inzicht, is jaloers. Hij is jaloers op schrijver Herman Koch. Ik begrijp die jaloezie. Wanneer je de boeken van schrijvers leest, bekend of niet, word je soms vervult met bewondering voor hun verhaal. Dan heb je ontzag voor hun schrijftalent en de vertelkunst die zij zich zo eigen hebben gemaakt. Je voelt jezelf kleiner worden bij elk woord dat je leest, alsof het werk van al die schrijvers jouw bijdrage tot een onnoemelijk klein iets maakt. Net zo onbeduidend als de voetnoten op de middelbare school.

In zijn Voetnoot vertelt Arnon dat Herman Koch niet veel over zichzelf praat en dat zijn vertaler een ontzettend aardige man is. Voor hem maakte die wetenschap zijn jaloezie draaglijk. Na het lezen vroeg ik me af wat de reden is dat ik mijn jaloezie kan verdragen. Ik kon maar één antwoord op die vraag bedenken. Geen enkele schrijver schrijft hetzelfde, iedere schrijver doet iets met het verhaal dat het ervoor zorgt dat het eigen wordt. Zodat het verhaal zich vormt tot iets wat alleen hij had kunnen vertellen, dat het zijn voetnoot wordt die betekenis toevoegt aan de literatuur.

En ik moet erop vertrouwen dat ik dat geheim van de schrijver ooit leer kennen.

Eigen foto.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.