Jong debuteren

Jong debuteren met een relevant verhaal: hoe doe je dat?

Jaren geleden was ik op een literair evenement waar een jonge schrijfster over haar debuut sprak. Het was er nog niet, maar het kwam eraan. Nu staat er bij bol.com: ‘Nog niet verschenen – reserveer een exemplaar’. Ik vraag me af hoeveel lezers het boek in hun winkelmandje gestopt hebben en nog altijd wachten tot het door de brievenbus valt.

Debuteer goed, jong en een beetje snel alsjeblieft
Er ligt veel druk op de jonge schrijver. Jong verkoopt goed én zorgt voor telefoontjes van televisieprogramma’s, dus moet je goed, snel en zo jong mogelijk debuteren. Je ziet het bij winnaars van schrijfwedstrijden. Uitgevers vechten om de winnaar in de hoop dat de schrijver binnen een jaar een debuut af heeft. En na een succesvol eerste boek komen de vragen: schrijf je al een tweede? Ga je weer dit thema behandelen of kies je voor iets anders? Is het autobiografisch?

En vooral: wanneer verschijnt het?

Een jonge schrijver wiens debuut ik zal verslinden zodra het er is, is
Marijn Sikken. Misschien ken je haar al van dit interview of de vele
literaire optredens die ze geeft. Zo niet, dan ken je haar na het lezen van dit prachtige interview op Passionate Platform (alleen haar liefde voor
katten komt er niet in naar voren en dat is toch wel een essentieel
onderdeel van wie ze is, als je bedenkt dat ze een katje uit Rome heeft geadopteerd). Toen ik haar twee jaar geleden interviewde, werkte ze aan haar debuutroman. Nu doet ze dat nog steeds.

Waarom dat prima is, legt ze uit:

‘Ik won Write Now! natuurlijk toen ik nog geen 21 was, dus er was de belofte van een piepjonge aankomende debutant en daar zit een soort gejaagdheid aan. Er staat veel druk op je om zo vroeg mogelijk te debuteren en de kansen te grijpen die je aangeboden worden, maar ik heb ervoor gekozen mijn eigen weg te volgen.’

In plaats van direct een contract te tekenen en de langgekoesterde schrijfdroom werkelijkheid te laten worden, nam ze de tijd om haar schrijftalent verder te ontwikkelen. Dat vraagt ongelofelijk veel vertrouwen in het proces. Het is een risico: nu werpen uitgevers zich aan je voeten, volgend jaar zijn ze je wellicht vergeten.

Wanneer is de tijd rijp voor je debuut?
Ik begrijp wel dat uitgevers jagen op jonge schrijvers – bij Lood houden we ook van ze. Vanuit marketingoogpunt zijn jonge schrijvers geweldig: het levert mooie auteursfoto’s op, talkshows houden van ze, persberichten met het woord ‘belofte’ erin zijn altijd een succes en interviewverzoeken stromen binnen. Want iedereen wil schrijven en als je zó jong al schrijver bent, hóé doe je dat? Is daar een trucje voor?

Knappe schrijver die de verleidingen van jong debuteren weerstaat. Tegelijkertijd vraag ik me af wanneer de tijd dan wel rijp is. De wens om jezelf verder te ontwikkelen voor je een boek naar buiten brengt is mooi, maar wanneer is het genoeg? Wanneer bereik je het punt dat je kunt zeggen: dit is wat ik kan, zo is het goed, dit mag naar buiten? Weet je zelf wel wanneer je op dat punt bent? Of, erger nog, wat als je voor jouw gevoel nooit op dat punt belandt, terwijl de buitenwereld niet kan wachten om jouw verhalen te lezen?

En als anderen je werk geweldig vinden en je zelf nog niet overtuigd bent, ligt dat dan aan hun smaak of aan de jouwe?

Er is ook iets voor te zeggen om juist niet te wachten en je stijl publiekelijk te ontwikkelen, waarbij lezers als het ware met je mee- groeien. Je ziet het bij artiesten. Hun eerste album klinkt anders dan hun tweede en dat klinkt weer anders dan hun vijfde. Fans kunnen de ontwikkeling precies aanwijzen: daar begon het, hier hoor je hoe de artiest experimenteert en zoekende is, en dit is het punt waarop je de groei opmerkt.

De afweging zal voor iedere schrijver anders zijn, maar de beste oplossing lijkt me: hou je niet bezig met debuteren. Richt je op het verhaal, op het plezier dat je uit het schrijven haalt. Marijn Sikken werkt al vier jaar aan haar debuut en in het interview zegt ze dat het verhaal haar blijft intrigeren. Misschien is dat het belangrijkste. Niet wanneer het af is of hoe oud je tegen die tijd bent, maar of het verhaal je al die tijd weet vast te houden en je niet meer loslaat.

Dan is het een verhaal dat altijd relevant blijft, onafhankelijk van wanneer het geschreven is en wanneer je besluit het met de wereld te delen.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • Noa Meijer

    Goede tips! En ik denk ook zeker waar 🙂

  • Oké, poging twee. Die druk voor beginnende schrijvers lijkt me lastig. Ik heb er wel eens van gedroomd om zo’n grote schrijfwedstrijd te winnen, maar eigenlijk is het veel fijner om jezelf in de schaduw op je eigen tempo te kunnen ontwikkelen.

    • Linda Rosalinde Markus

      Dat lijkt me ook fijn! Tegelijkertijd is het winnen van een schrijfwedstrijd natuurlijk wel goed voor je zelfvertrouwen en motivatie om door te gaan met schrijven. Het blijft een lastige afweging, denk ik!