Jonge schrijvers smeken om een dialoog

Ik moet een monoloog leren schrijven. Tenminste, als ik ‘puur schrijven’ wil ervaren, want puurder dan monologen schrijven is het niet,  lees ik in een schrijfoefening van een Nederlands schrijfplatform. Misschien geldt dat voor oude schrijvers. Bebaarde, sigaren rokende mannen die hun verhalen eenzaam op hun typemachine tikten en het vervolgens als vierhonderd bladzijdes dik monoloog de wereld instuurden.

Praten met een blauwe vogel
Jonge schrijvers, of zij die de ambitie hebben om ooit nog eens die bijzondere titel te bemachtigen, willen dat niet. Zij schrijven geen monologen, maar hebben Twitter of een blog. Ze schrijven dialogen, of in ieder geval de eerste van de twee monologen die samen een dialoog zullen vormen. De andere helft wordt aangevuld door enthousiaste lezersreacties of het onophoudelijk tjilpende vogeltje.

Ze weigeren zo eenzaam te worden als schrijvers in inmiddels beroemde cafés of opa’s die op hun zolderkamer hun levensverhaal herbeleefden. Ze willen niet dat hun kat de enige is die spinnend van hun verhaal geniet of dat binnenkomende mails de enige onderbreking van het schrijfproces vormen.

Smeken om dialogen
In plaats daarvan willen ze de dialoog aangaan. Schrijven om een boodschap te verspreiden, hun verhaal te delen en vervolgens te horen wat geïnteresseerden daar eigenlijk van vinden. Literaire avonden organiseren, met drank, boeken en interessante gasten. Naast schrijven ook praten over wat hen bezighoudt en discussiëren over wat er voor hen toe doet.

Monoloog2

Daarom is een blog zo’n krachtig medium om als jonge schrijver iets van het schrijvers- wereldje te proeven. Je blogt, dus je schrijft. Je blogt, dus je leert. Je blogt, dus je discussieert. Je blogt, dus je bént. Alleen is het willen van een dialoog soms niet genoeg om hem ook te krijgen. Naar hem verlangen, erom vragen, erom sméken – soms helpt het niet.

Een brief zonder afzender
Bij bloggen, bijvoorbeeld. Ooit vertelde iemand me dat een blog zonder reacties is als een brief zonder afzender. Je kunt nog zo’n prachtige helft van een dialoog schrijven, als de andere helft uitblijft zal het nooit meer worden dan een monoloog. Daarom blijf ik, als fanatiek blogger, nieuwsgierig naar wat ervoor zorgt dat jij als lezer de dialoog wel wil aangaan.

Die schrijfoefening heb ik overigens nooit afgerond. Iets schrijven waar anderen niet met je over discussiëren, praten, samenzweren, dromen en schrijven, doe ik al – hier, vrijwel dagelijks.

Eigen foto’s.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • Arjan van den Berg

    Waarom ik de dialoog wel wil aangaan? Omdat ik het helemaal met je eens ben. Ik schrijf ook vaak om alle invallen, gedachtes en alles wat er in me omgaat te ‘ordenen’, op een rijtje te zetten, maar zeker ook om reacties te krijgen. Om te horen wat mensen vinden, hoe ze over iets denken, meer dan ‘leuk stukje’, hoewel dat ook leuk is om te horen.

    In mijn vriendenkring heb ik verder geen schrijvers, dus vind ik het leuk om op internet ‘collega-schrijvers’ te ontmoeten, die schrijven over wat hen inspireert, wat hen tegenhoudt, waarom ze schrijven…

    Daarbij heb ik ook gemerkt dat zelfs ‘professionals’ en ‘experts’ (ja, ik heb je blog gelezen dat alle beginnende bloggers en eerstejaarsstudenten experts zijn, maar je snapt vast wel wat ik bedoel) heel opgewekt zijn als je hen laat weten dat ze goede stukken hebben geschreven, als je iets aan hun content hebt gehad, als je met hen meedenkt. Ik denk dan: maar dat weet je toch wel van jezelf, maar ‘blijkbaar’ hebben we allemaal die dialoog, die complimenten, die feedback nodig. Dat we gezien, gelezen worden – in gesprek komen met mensen en zo ons leven en onze teksten wellicht iets kunnen verrijken.

  • Pingback: Zij schrijven zich een weg (DZW 1.2) | Dagboek van een eendagsvlieg()