Rob Wijnberg: ‘Journalistiek is geprofessionaliseerd roddelen’

Zaterdag vertelde ik dat ik naar de lezing over persvrijheid ben geweest. Je kunt je afvragen waarom. De zaal leek op het beeld dat in de media van de maatschappij gecreëerd wordt: grijs, kalend en oud. Er waren weinig jonge journalisten te bekennen. Toch besloot ik een plek te zoeken en na lang pijnlijk stilzitten op de houten stoelen en het aanhoren van het complete Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, gebeurde waar ik voor was gekomen. Rob Wijnberg, de journalist die zich inzet voor kwaliteitsjournalistiek, liep het podium op.

Behalve dat zijn naar achteren gekamde haar, dat glansde van de hoeveelheid gel die erin zat, nogal opviel tussen de kale en grijzende mannen, was er nog iets dat hem anders maakte. Rob Wijnberg is, net als de anderen, bezorgd om de toekomst van de journalistiek. Hij is journalist, heeft jarenlange ervaring en is zelfs hoofdredacteur geweest, maar hij is ook filosoof. Vrijdag, op de dag van de persvrijheid, deelde hij zijn filosofische visie op de journalistiek tegenover een zaal vol juristen. Het beloofde een interessante discussie te worden.

Als eerste reageerde hij op de lezing van oud-rechter Egbert Myjer. ‘Vanuit juridisch perspectief is het een doorgetimmerd verhaal waar je niets tegenin kunt brengen, maar vanuit filosofisch perspectief is er juist veel tegenin te brengen.’ ‘Persvrijheid,’ ging hij verder, ‘is een voorwaarde om een conceptie te kunnen hebben van alles. Door elke beperking, alle juridische voorwaarden die eraan worden gesteld, wordt de persvrijheid op losse schroeven gesteld.’

FreedomofPress1

Hoewel de wet grenzen stelt aan de persvrijheid, is het recht op die vrijheid er ook in vastgelegd. Maar wie mag eigenlijk van die bescherming genieten? ‘De definitie van wie journalist is, wordt steeds vager. Daarom moeten journalisten zich aansluiten bij een beroepsvereniging,’ vond de oud-rechter. ‘Anders mag je jezelf geen journalist noemen.’ ‘Kijk,’ zei Rob Wijnberg, ‘dat is het misverstand. Juristen denken dat journalisten in een beroep of vereniging te vangen zijn, terwijl de grens tussen een blogger en een verslaggever van de Telegraaf steeds vager wordt.’

Egbert Myjer schudde zijn hoofd terwijl Rob praatte. Zijn juridische achtergrond liet het niet toe om het met hem eens te zijn. ‘Als je de lusten wil hebben van het journalist zijn, moet je ook de lasten dragen en je verbinden aan een beroepsvereniging. Journalisten moeten iets toevoegen voor het algemeen belang en hebben daarom bescherming nodig om hun vak te kunnen uitoefenen. Dat geldt niet voor de journalist die het gewoon leuk vindt om een column te schrijven.’

‘Negentig procent van een krant voldoet niet aan de juridische maatstaven die aan de journalistiek worden gesteld.’ reageerde de filosoof. ‘Persvrijheid is begrensd door wat we er persoonlijk wel en niet mee willen bereiken. Als een bron hard kan maken dat Mark Rutte homoseksueel is, is dat dan roddelpers of hoort het op de voorpagina van het NRC? Wanneer is iets kwaliteitsjournalistiek of roddelen? Dat is een moeilijke vraag, en hangt volgens mij niet af van of de journalist wel of niet bij een vereniging is aangesloten. Journalistiek is gewoon een geprofessionaliseerde manier van roddelen.’

Rob Wijnberg had het laatste woord. ‘Bij De Correspondent werken mensen die niet officieel journalist zijn, maar ik hoop toch dat zij de bescherming en vrijheid genieten om te schrijven wat ze willen zonder dat ze bij een vakbond aangesloten moeten worden.’ Hij keek de zaal in, lachte voorzichtig. ‘Zo niet, dan ga ik naar een ander land.’

Bron afbeelding

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.