Kort verhaal voor Koningsdag: Krijtvlaggen en oranje gebak

‘Niet bewegen,’ zeg ik. Ik haal de oplosbare krijtsubstantie zo nauwkeurig mogelijk over zijn wang. Rode, witte en blauwe krijtstrepen plakken aan zijn zweterige huid. Vlak voor ik klaar ben, krabt hij aan zijn kin, waardoor de vlag aan het einde een gek boogje omhoog maakt. ‘Nu zit hij scheef,’ mopper ik. ‘Sorry.’ Ik glimlach omdat ik hoor hoe afwezig het klinkt en geef hem een kus op zijn voorhoofd. ‘Het geeft niet, lieverd. Weet je al welk shirt je aandoet?’ Hij stuift op en rent naar de trap. ‘Ja!’ roept hij. Nog voor hij het shirt aan me laat zien, weet ik welke hij heeft gekozen. Roberts shirt. Onvermijdelijk.

Hij kreeg het voor zijn tiende verjaardag. Robert zelf zat in Hongkong, maar het pakketje arriveerde wel, met de handgeschreven mededeling dat hij het speciaal voor hem had uitgezocht. Ze had Jordi niet verteld dat het opschrift ‘Londen’ vermeldde en het handschrift niet van hem was. Daarvoor krulden de letters te opzichtig. ‘Ik heb hem, ik heb hem!’ Ik lach om Jordi’s enthousiasme. ‘Gaan we nu papa ophalen?’ ‘Nee, lieverd, hij is oud genoeg om zelf te komen. Ik wacht op je in de auto.’

Op het schoolplein verzamelen ouders zich met hun kinderen rondom de vlaggenmast. De vlag hangt uit, de directeur staat ernaast. Zijn druk gebarende handen laten zien dat hij gewend is voor een katheder te staan. Ik leg mijn hand op Jordi’s schouder en dwing hem min of meer in de richting van de groep. ‘Welkom.’ De directeur kucht. ‘Bedankt dat jullie allemaal gekomen zijn op deze bijzondere dag, de verjaardag van onze koning.’
‘Is de koning echt jarig?’ hoor ik in mijn oor.
‘Ja,’ fluister ik terug. ‘Hij is echt jarig.’
Jordi fronst. ‘Waarom komt papa wel op zijn verjaardag en niet op de mijne?’

Ik zucht en doe alsof ik naar de toespraak luister. ‘Het belooft een stralende dag te worden. Goed, jullie willen natuurlijk zo snel mogelijk aan het programma beginnen, dus ik zal uitleggen wat de bedoeling is. Binnen kan iedere leerling een spelletjeslijst halen. Met de lijst kun je meedoen aan alle spellen op het plein en je scores invullen. Doe goed je best, want als je de hoogste score hebt win je een mooie prijs.’
‘Ik ga winnen, mam. Papa is heel goed in spelletjes.’
Aan zijn spieren die ik onder mijn hand voel bewegen, merk ik dat hij om zich heen kijkt.
‘Waar blijft papa nou?’

Ik loop het klaslokaal in en schenk twee plastic bekertjes vol met zoete limonade. Meteen vraag ik me af of ik er nog een tandartsafspraak gepland staat. Ik moet het opschrijven, het is belangrijk. Robert en ik hebben allebei een beugel gehad, Jordi moet er vast ook één.
‘Limonade!’ Jordi rent op me af, de spelletjeslijst tussen zijn vingers geklemd. Van de krijtvlag op zijn wang is niet meer over dan een roodwitte veeg. Ik geef hem een bekertje. ‘Laat mama eens kijken,’ zeg ik, en ik neem de lijst van hem over. ‘Oh, de bandenrace, dat is leuk hè, Jordi?’ Hij knikt en slaat de limonade gulzig achterover. ‘Weet je al wat je verder wil doen? Blikken gooien? Zaklopen? Dan halen we straks een hoorntje bij het ijskraampje. Wil je dat?’

Jordi zegt niets en kijkt naar buiten.
‘Wat is er, lieverd?’ Ik ga naast hem staan, maar zie niets bijzonders.
‘Ik zie papa’s auto nergens,’ zegt hij. Zijn stem klinkt ineens heel kinderlijk.
‘Lieverd, hij is er zo. Echt.’
Ik zeg het zo overtuigend mogelijk en kijk op de klok. De wijzer staat op de tien.
‘We moeten zo naar buiten hè, voor het Wilhelmus.’
‘Mevrouw Daels, lust u een oranje gebakje? Speciaal voor deze mooie dag, natuurlijk.’
De lerares glimlacht en houdt me de schaal met gebakjes voor. Het zijn geen gebakjes, het zijn tompoucen, maar het lijkt me niet gepast daar een opmerking over te maken.
‘Nee, bedankt. Ik heb geen trek,’ lieg ik, wetend dat ik het ding toch nooit normaal naar binnen krijg.

Rond tien uur verzamelen we ons opnieuw bij de vlaggenmast. ‘Nu iedereen iets genuttigd heeft en de lijsten zijn uitgedeeld, open ik de middag graag officieel met het Wilhelmus.’ Onder de nagel van zijn duim zit iets oranjes dat ik herken van de schaal met tompoucen. Ik kijk weg, naar Jordi en doe mijn mond open zodra de eerste noten van ons volkslied klinken. ‘Wilhelmus van Nassauwe, ben ik van Duitsen bloed..’ Jordi houdt zijn lippen stijf op elkaar, ik zing extra hard mee. Het klinkt vals, onecht, maar het is traditie. En tradities zijn er om in stand gehouden te worden, jarenlang, tot kinderen zoals mijn zoon het zat zijn en hun eigen tradities verzinnen.

Na het zesde couplet worden de stemmen zo stil dat de directeur de pianist opdracht geeft het lied te laten wegsterven. Opgelucht dat ik niet nog meer onzin op een oud wijsje hoef te zingen, knijp ik in Jordi’s hand.
‘Mooi, hè? Papa heeft het vast ook gehoord.’ Het is mijn tweede leugen vandaag. Vreemd genoeg doet het me weinig.
‘Mama, je trilt.’
‘Wat?’ Ik kijk naar Jordi, die naar mijn broekzak wijst.
‘Je trilt.’
‘Oh.’ Ik laat zijn hand los. ‘Telefoon,’ verontschuldig ik me.
Als ik op het oplichtende scherm kijk, kan ik de naam lezen.
Robert.

Dit korte verhaal is geïnspireerd op het oranjefeest op mijn basisschool. Tijdens nationale feestdagen zoals Koningsdag liggen de verhalen voor het oprapen: iedereen moet geforceerd vrolijk zijn en juist daardoor gaan er dingen mis. Die onregelmatigheden vallen op en soms zit daar een verhaal in. Fijne Koningsdag!

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • Lilith_8

    Wat een mooie foto bij dit verhaal. Ik vind dat je interessante uitgangspunten kiest voor je verhalen! Een beetje hetzelfde principe als met het Kerstverhaal hé 🙂

    • Linda Rosalinde Markus

      Ja die foto vond ik ook zo passend! Zo had ik het nog niet bekeken! Ik hou wel van de dingen die niet zo horen, maar wel zo zijn. Zoals iemand die alleen is met Kerst of hier een jongen die als enige van zijn leeftijdsgenoten geen leuke Koningsdag heeft. Onbewust trekt dat me heel erg, om juist dat uit te lichten. Leuk dat je het opmerkte!