Lezing Jan Siebelink: ”Na het schrijven moet ik afkicken”

‘Goedemiddag,’ lacht hij door de microfoon. Hij is iets later, wilde nog een kopje koffie drinken, maar dat heeft niets afgedaan aan de sfeer die in de zaal hangt. Alleen de echte liefhebbers gaan op hun vrije zondagmiddag naar het Letterkundig Museum om een lezing van Jan Siebelink bij te wonen. En dat merk je. Het is een openhartig interview waarin Siebelink over zijn gouden tijden en zwarte bladzijden vertelt en herinneringen ophaalt.

Wanneer het interview begint, verschijnt er een oude foto van hem, zijn vader en zijn broer op het scherm. ‘Oja,’ zegt Siebelink meteen. ‘Dit was in de oorlog. In die broeibak zaten bonen die mijn vader moest verbouwen om in de winter stookmateriaal te krijgen.’ Daan Cartens, die hem interviewt, vraagt verbaast hoe hij dat nog weet. ‘Mijn herinneringen aan de oorlog worden sterker nu ik ouder word,’ is zijn antwoord. Hij is een man van details, weet bij elke foto die vertoond wordt een prachtig verhaal te vertellen. Een ware schrijver.

‘Je hebt het over uitgaan in Arnhem,’ haakt de interviewer in op een herinnering. ‘Hoe dachten je ouders daarover?’ Siebelink begrijpt waar de vraag naartoe gaat, wetend dat het geloof niet onbesproken zou blijven. ‘Mijn vader liet het aan mij over hoe ik na mijn dood veroordeeld zou worden.’ De zaal lacht en terwijl Siebelink verder praat, observeer ik de schrijver die zo gewaardeerd wordt in ons land. En veracht, dat ook, al lijkt hij zich daar weinig van aan te trekken. Hij heeft een warrig uiterlijk. Zijn dieprode schoenen vloeken met de donkerblauwe sokken die hij draagt. Toch vormt het dankzij de blauwe sjaal met rode stippen, een geheel.

Hoe keek je tegen de wereld aan toen je begon met schrijven?’ ‘Ik maakte de wereld helemaal niet mee,’ is zijn resolute antwoord. ‘Ik schreef alleen, met de ramen dicht tegen het straatrumoer en als ik niet thuis was, schreef ik geïsoleerd in een lokaal. Daar kon ik zelfs de bel niet horen.’ Hij vertelt dat hij Frans bleef doceren omdat hij niet van zijn schrijverschap kon leven en niet afhankelijk wilde zijn, al vond hij het soms moeilijk om tijd te vinden voor beide liefhebberijen. Terwijl hij praat, luistert de zaal aandachtig. Waarschijnlijk helpt het dat er vooral mensen van zijn eigen leeftijd aanwezig zijn.

Dan neemt het gesprek een wending. ‘Ik heb wel genoeg over mijn leven gepraat,’ vind Siebelink, terwijl hij over zijn werk begint te vertellen. ‘In al die jaren is er iets veranderd. Ik geloof dat ik nu met minder woorden toekan om te zeggen wat ik wil zeggen. Ik schrijf kaler, terwijl ik toch het verhaal vertel.’ Er verschijnt een foto van een gebruinde man in beeld, zittend aan een houten tafel in Frankrijk, omringd door papieren en een Franse krant. ‘Dat ben ik!’ herkent hij lachend. ‘Daar schreef ik aan ‘Knielen op een bed violen’. Het was een mooie provincie,’ herinnert hij zich. ‘Het stond bekend om de abrikozen en olijven.’ Langzaam nadert het gesprek haar einde en krijgen wij de kans om vragen te stellen.

‘Hoe moeilijk is het om met succes om te gaan?’ is de eerste vraag. ‘Ik vond het helemaal niet moeilijk,’ zorgt hij weer voor een lach. ‘Ik hoopte wel dat mijn boeken goed besproken zouden worden, maar het succes overkwam me, ik heb een zenuw geraakt.’ ‘En het geven van lezingen?’ ‘Dat vind ik heerlijk! Na het schrijven moet ik afkicken van een boek. Ik kan er niet alles in kwijt, dan word het te vol, dus vertel ik die verhalen tijdens lezingen.’ Hij vertelt dat hij altijd met de hand schrijft. Op zijn bureau staat een elektrische typemachine waar hij het verhaal vervolgens op uitwerkt en daarna schrijft hij het weer opnieuw. ‘Wel zo’n acht keer,’ knikt hij. ‘Ik kan niet naar een computerscherm kijken en dan schrijven, dan blokkeer ik.’ Als laatste informeert iemand naar zijn biografie. ‘Die is er niet,’ lacht hij. ‘En daar ben ik blij om, want ik ben er nog gewoon!’

Aan de manier waarop hij vertelt, merk je dat hij vol verhalen zit. Dat schrijven veel voor hem betekent en het hem veel geeft. Het is bijzonder om te zien hoe een man die zo goed is met woorden en zoveel succes heeft, toch regelmatig over zijn woorden struikelt en het publiek nodig heeft om hem eraan te herinneren waar hij ook alweer gebleven was. Met zijn excentrieke uiterlijk, opmerkelijk oog voor details en zijn geïsoleerd schrijverschap, voldoet hij aan het stereotype beeld dat van de schrijver bestaat. En misschien is die houding juist wat hem dat succes en die waardering heeft bezorgd.

‘Ik heb nog veel meer verhalen om te vertellen,’ sluit hij het interview af. ‘Maar ik zal ze nooit schrijven. Ik heb er gewoon geen tijd voor.’

Ter ere van de 75e verjaardag van Jan Siebelink is er tot 25 augustus een tentoonstelling over hem te zien in het Letterkundig Museum in Den Haag.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • Ingrid van den Bergh

    Heb deze bijeenkomst ook bezocht. Je hebt het interview goed weergegeven. Dankjewel, zo kan ik het allemaal nog eens nalezen. Heb je ook gemerkt dat de schrijver snipverkouden was?
    Op mijn blog staat ook een verslagje, ook over de tentoonstelling “Het wonder dat mij is geschied.” Ik zal je blog doorlinken naar mijn Facebookpagina..

  • Ingrid van den Bergh

    Mijn Facebookpagina heet Ingrid Schrijfkunst. Als je me een vriendschapsverzoek stuurt zal ik dat bevestigen.

  • hennie van ee

    Goed verslag, met plezier gelezen

  • Lauradenkt

    Goed verslag ervan 🙂 De interviewer heet trouwens Daan Cartens! En over die foto waarop hij zongebruind was: daarop was hij geen jongeman hoor haha, toen was hij bezig met Knielen op een bed violen (in 2004, dus toen was hij ergens in de zestig haha).

  • Haha, bedankt voor de aanvulling! Wel gebruind, maar geen jongeman dus. Dan heb ik dat verkeerd gezien vanaf waar ik zat. Heb het aangepast! 🙂

  • Anneke

    Wat leuk dat je dit hebt bijgewoond. Ik heb ooit Knielen op een bed violen geprobeerd te lezen, maar ik vond het vrij zwaar vallen en ik moest nog meer boeken lezen (het was voor school). Ik heb daarna nooit meer wat van hem geprobeerd, maar ik heb wel Margaretha op mijn lijstje staan.