Marijn Sikken: ‘De Schrijversvakschool leert je vertrouwen op je literaire intuïtie’

Een van de eerste dingen die mensen me altijd vragen (Hoewel, vragen? Meestal gooien ze het er gewoon uit, het vraagteken aan het einde van de zin uit louter beleefdheid) als ik ze vertel dat ik aan de Schrijversvakschool studeerde, is: ‘Schrijven kun je toch helemaal niet leren?’

[heading margin_top=”14″]’Je zoomt in op de technische kanten van het schrijversvak'[/heading]

Ik begrijp de verwarring: met een paar enkele muisklikken heb je tegenwoordig je eigen stukje internet. Wie zich een paar maanden kwaad maakt, ziet zo ineens 50 000 woorden in zijn tekstverwerker staan. Nog een paar muisklikken (en enkele euro’s) erbij en die 50 000 woorden worden in een mooi boekje gebonden, dat je verkoopt aan vrienden en familie. Wanneer iemand er op bol.com ook nog iets aardigs over zegt, heb je je eerste positieve recensie binnen. Dan ben je toch een schrijver?

Ik vind het prima. De vraag is alleen: hoe goed zijn die 50 000 woorden daadwerkelijk?

Misschien heb ik nog wat vragen. Zoals: hoe vertel je een verhaal? Heb je wel een verhaal te vertellen? Zo ja, wat is dan de juiste manier om dat verhaal aan de lezer over te dragen? Wat voor mogelijkheden staan er eigenlijk tot je beschikking?

Al in het eerste jaar van de Schrijversvakschool zijn dit vragen waarmee je te maken krijgt. Je schrijft veel en leest veel, je maakt kennis met diverse disciplines (proza, poëzie, toneel, scenario, essay) en proeft daarvan – het is eigenlijk net als die ene proefavond in december bij Albert Heijn, maar dan leuker want je wordt er niet dik van en het duurt een heel jaar. Daarna richt je je op je hoofdvak.

Bij schrijftraining zoom je in op de verschillende technische kanten van het vak: de ene keer zul je opdrachten krijgen over dialoog en perspectief, een andere keer word je naar huis gestuurd met het simpele: ‘maak de groep aan het lachen’. Vervolgens leer je hoe verschrikkelijk moeilijk humor is. Docenten komen zelf uit het vak en hebben romans, dichtbundels of toneelstukken op hun naam staan. Zij weten hoe de wereld werkt en zijn dus de deskundigen die je nodig hebt.

[heading margin_top=”14″]’In het begin zie je niet waar je zwakke punten liggen'[/heading]

Tijdens de lessen bespreek je elkaars werk in groepsverband. Je moet jezelf dus niet alleen ontwikkelen als schrijver maar ook als kritische lezer en luisteraar: de lees- en kijkblokken, literaire hoorcolleges die om de zoveel maanden gehouden worden, dragen daaraan bij. Doordat je in een groep zit met mensen die je niet zelf hebt uitgekozen maar die wel gelijke ambities hebben, leer je jezelf te wapenen tegen kritiek. Soms zul je, net als in het echte leven, moeten luisteren naar iemand met wie je op alle fronten weinig gemeen hebt.

Ik heb wel eens in een groep gezeten met iemand die tijdens de eerste lessen al zei: ‘Ik heb een kind opgevoed, mij hoef je niets meer te vertellen.’ Natuurlijk had ik op dat moment kunnen zeggen: ‘Wat doe je hier dan?’ Het grappige is dat de mensen waarvan je in eerste instantie denkt, ‘oké raar’, vaak heel interessante dingen te melden hebben.

Een van de belangrijkste dingen waar je aan werkt tijdens de opleiding, is je zelfstandigheid. In het begin heb je nog veel feedback van derden nodig. Je ziet zelf nog niet waar je zwakke punten liggen – in mijn geval zijn dat bijvoorbeeld stopwoordjes, een bizar gebruik van gedachtestreepjes en de neiging overal lekker veel gedachten aan te plakken.

Uiteindelijk leer je je eigen valkuilen steeds sneller te zien. Je gaat efficiënter werken en de kritieken waar je echt wat aan hebt onderscheiden van lekenuitspraken – ‘hier maak je een hele lange uitweiding naar een jeugdherinnering waarvan ik me afvraag of deze echt van belang is voor het verhaal’ of ‘mweh’?

Je leert te vertrouwen op je eigen literaire intuïtie. Wanneer blijkt dat die intuïtie niet (voldoende) aanwezig is of je ontwikkeling stagneert, zul je niet door mogen naar het volgende jaar. In dat geval moet je het zonder de Schrijversvakschool doen of je erbij neerleggen dat schrijven voor jou een fijne hobby zal blijven.

En weet je: dat is ook oké.

[heading margin_top=”14″]’Door de Schrijversvakschool raak je gemotiveerd'[/heading]

Ik voel ergens de druk om nog een kritisch geluid te laten horen, maar kan niets kritisch bedenken. Wat ik goed vind aan de Schrijversvakschool is dat veel mensen een kans krijgen, maar dat niet iedereen die kan typen ook daadwerkelijk afstudeert: naarmate de opleiding vordert, worden de beoordelingen strenger en selectiever. Dat maakt het bijzonder, exclusief en waardevoller om door te mogen. Dit is, heb ik begrepen, bij de commerciële schrijfopleidingen heel anders.

Als je grote droom is om mooie verhalen te schrijven en je wilt je bekwamen in het vak of er in ieder geval achterkomen of schrijven echt iets voor jou is, dat schrijverschap, dan kun je dertig jaar in je eentje op een zolderkamer gaan zitten met een spaarlamp en wat goedkope flessen rode wijn, of je meldt je aan bij de Schrijversvakschool.

Door met andere ambitieuze aspirant-schrijvers over je werk te praten en actief bezig te zijn met deadlines en verhaalconstructies, door echte schrijvers naar je werk te laten kijken en daar commentaar op te leveren, raak je geïnspireerd en gemotiveerd. Het is vaak lachen en soms huilen, dat hoort er ook bij. Wat je ambitie ook is, scholing is altijd goed. En leuk! Had ik eigenlijk al gezegd hoe gezellig het was om na de lessen met de hele school de kroeg in te duiken?

Dankzij deze opleiding kwam ik erachter dat ik inderdaad talent had, de Schrijversvakschool bood mij een plek waar ik dit talent kon laten groeien. Nu ben ik afgestudeerd en heb ik een aantal zeer fijne zaken op mijn naam staan (dubbele hoofdprijs Write Now! 2011, bijvoorbeeld). Mijn debuutroman is onderweg. Vanaf hier zal ik het zelf moeten doen. Had ik het zonder de Schrijversvakschool ook gered? Dat betwijfel ik.

Ik heb dankzij deze opleiding een paar heel belangrijke handvatten op zak die dat zware maar o zo heerlijke schrijven net een stukje verlichten.

Marijn Sikken won in 2011 als eerste zowel de publieks- als juryprijs van Write Now! Ze schreef voor Spunk en Youth-R-Well (online community voor reumapatiënten), verhalen van haar verschenen o.a. op Passionate Platform en De Optimist. Vanaf februari schrijft ze columns voor CultuurBewust.nl. Marijn werkt aan haar debuutroman.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.