Mark Rothko: heldere kleuren, intense emoties en alle ruimte voor interpretatie

In De Wereld Draait Door zag ik voor het eerst een schilderij van Mark Rothko. Kunstkenners keken er vol bewondering naar en begonnen de werken op allerlei manieren te interpreteren. Ik kon alleen maar lachen. De schilderijen van Mark Rothko bestaan uit kleurvlakken. Oranje met geel. Felrood. Paars en bruin. Dat mensen dat kunst noemen, werkte op mijn lachspieren. In de dagen daarna las ik bewonderende artikelen over de tentoonstelling in verschillende kranten. Wat is dat toch met die Rothko, dacht ik. Ik ging er zelf heen om erover te kunnen oordelen.

Voor één van zijn schilderijen is 67 miljoen betaald. Mensen reizen speciaal naar New York om de schilderijen in het echt te zien en moeten huilen wanneer ze ervoor staan. Zijn schilderijen maken behoorlijk wat los, en na veertig jaar zijn ze te bewonderen in het Gemeentemuseum Den Haag. Op de geboortedag van de schilder, 25 september, stond ik voor de ingang. Ik twijfelde. Was ik niet te jong? Kon ik niet beter tijdens de sombere dagen van het jaar gaan? Rothko’s schilderijen beelden emoties uit en moeten daarom iets oproepen. Je moet iets voelen. En ineens vroeg ik me af: wat als ik niets voel? Wat als het me niets doet?

Ik was er nu toch, dus ik stapte de ruimte binnen. Ik kon twee routes volgen: de route van begrip en de route van emotie. Ik koos geen van beiden. De schilderijen in de eerste zaal leken niet op de kleurvlakken. Ze waren abstract, onmogelijk te benoemen, maar ik herkende er vaag figuren in. Een schilderij met opvallend veel lila sprak me aan. Ik fotografeerde het, en herhaalde dat bij andere schilderijen waar ik langer naar bleef kijken. Om me heen was het druk. Oudere mensen en grijzende mannen liepen rond en bleven bij een enkel schilderij staan.

(Het derde schilderij hieronder is een Mondriaan, geen Rothko).

MarkRothko1 OrangeMondriaanDe echte kunstkenners haalde ik er zo uit. Ze droegen geen koptelefoon. Ik wel, want ik wilde de achtergrond van de kunstwerken weten. Dat Rothko’s schilderijen om emoties draaiden. Dat hij steeds donkerdere schilderijen maakte. De tweede zaal was nog vrolijk. Een lichte ruimte, vol color field schilderijen met heldere kleuren als oranje, geel en rood. De kranten schreven dat je het beste zo dicht mogelijk op een schilderij kon staan, zodat het je ‘omarmde’ of ‘opslokte’. Ik stond zo dichtbij als het hekje toeliet. Het maakte de schilderijen groots, imponerend.

In de zalen die ik daarna bezocht, waren de spotjes minder fel. Gedimd licht, grijze muren en sombere schilderijen. Anders kan ik ze niet omschrijven. Donkere kleuren, bordeauxrood en donkerpaars, maar ook veel grijs en zwart. Toen ik mijn eerdere tactiek om zo dichtbij mogelijk te gaan staan op een diepzwart schilderij uitprobeerde, deed het me iets. Ik voelde me zwaar, werd stil en voelde me somberder worden naarmate ik langer keek. ‘Die spotjes zijn echt vreselijk,’ was de zin die me uit mijn concentratie haalde.

In de meest indrukwekkende ruimte hing het felrode, laatste schilderij van Rothko. Het hing naast de Victory Boogie Woogie van Mondriaan. Het leek alsof Rothko een rood vlak uit het schilderij van Mondriaan had uitvergroot. De wetenschap dat hij niet lang na het voltooien ervan zijn polsen doorsneed, maakte de gevoelens heftiger. Wat me ook opviel, was dat de intensiteit van Rothko’s schilderijen veranderde. Als ik kort keek, deed het me niets. Als ik mijn blik er langer op fixeerde, zag ik ineens van alles. Meerdere lagen, kleuren, details, structuren.

MarkRothko2 Victory

Ik weet minder van kunst dan de gemiddelde Nederlander en toch hoefde ik niet meer te doen dan de juiste positie aannemen en aandachtig kijken om het indrukwekkend te vinden.

Ik hoefde niet te huilen. En ik wist ook niet bij elk schilderij welke emotie het moest voorstellen. Toch was het boeiend genoeg om er langer naar te kijken. Zelfs zo boeiend, dat ik me begon te storen aan de mensen om me heen. Ze praatten, zetten stappen. Het was druk, terwijl ik behoefte had aan stilte. Die stilte was te vinden in kleinere ruimtes waar telkens één schilderij hing. Ze moesten voor de spirituele of emotionele ervaring zorgen die Rothko met zijn werk teweeg wilde brengen. Intimiteit tussen de bezoeker en het doek.

‘Hij nam niet eens de moeite om zijn schilderijen namen te geven. Dan nam hij zijn werk toch niet serieus?’ vond mijn vriend. Hij had deels gelijk. Op veel van de bordjes naast de schilderijen stond ‘Zonder titel’ met daarachter hoogstens een jaartal. Andere schilderijen zijn vernoemd naar de kleuren. Toch is de tentoonstelling indrukwekkend. Zelfs als je niet precies weet wat je moet voelen of denken, intrigeren de schilderijen je. Maar je moet ervoor staan om dat te ervaren.

‘Is dat het prettige aan zijn werk, dat we eindeloos mogen fantaseren?’ vroeg Matthijs van Nieuwkerk zich af. Ja, weet ik, nu ik de tentoonstelling gezien heb. Nico Dijkshoorn zag in het rode schilderij de tomatensoep van zijn moeder met wat suiker om hem zoeter te maken, ik zag er woede, vegen bloed en frustratie in. Het ongrijpbare aan abstracte kunst is wellicht dat we het niet direct begrijpen wanneer we ernaar kijken. We kunnen het niet benoemen, hoogstens voelen en interpreteren. En dat lijkt juist de kracht te zijn.

De Mark Rothko tentoonstelling is tot 1 maart 2015 te zien in het Gemeentemuseum Den Haag.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.