Maurice Seleky: ‘Publiek vindt de weg naar jouw werk niet vanzelf’

Als je jong bent en een debuutroman publiceert, wil je dat het gelezen wordt. Maar je bent jong, onbekend, nieuw in het literaire landschap. Dus wat doe je om daarvoor te zorgen? Tien jaar geleden zou je antwoorden: ‘Een paginagrote advertentie in het lokale sufferdje.’ Nu hoop je dat je mag voordragen tijdens de Jonge Schrijversavond. Maar uit welke behoefte is de avond ontstaan en waarom is het zo belangrijk? Ik vroeg het oprichter Maurice Seleky.

Maurice Seleky (1982) studeerde af in Nederlands recht en richtte in 2009 de Jonge Schrijversavond op. Een jaar later debuteerde hij met de roman ‘Ego Faber’, die een portret schetst van Generatie Y en bekroond werd met de BoArte Cultuurprijs. Daarnaast werkte hij als communicatieadviseur en PR-manager en is hij actief als presentator. Onlangs lanceerde hij als mede-oprichter het social food network HungryPeople. Momenteel werkt Seleky aan zijn tweede roman die zal verschijnen bij uitgeverij Ambo-Anthos.

Je bent zelf schrijver en zet je met de stichting Jonge Schrijversavond in voor nieuwe literatuur en jonge schrijvers. Waarom vind je dat zo belangrijk?
Toen ik in 2009 begon met de Jonge Schrijversavond zag het literaire landschap in Nederland er nog heel anders uit. Voor jonge schrijvers waren er relatief nog maar weinig plekken waar ze zichzelf en hun werk konden presenteren aan een breed publiek. De meeste aandacht van pers, publiek en literaire organisaties ging toch vaak uit naar reeds gearriveerde auteurs. Initiatieven als Literaturfest, Kalf en Sunday in the Village bestonden toen nog niet. Omdat ik zelf ook schreef, begreep ik ook hoe belangrijk zulke podia kunnen zijn. Schrijvers kunnen met optredens hun materiaal testen, terwijl het publiek kan kennismaken met de schrijvers en hun boeken.

Zeker in tijden van teruglopende boekverkoop is het heel belangrijk om contact met je publiek te maken. Publiek vindt de weg naar jouw werk niet vanzelf. Daarnaast geloof ik in de kracht van het collectief. Als het gaat om optreden staan schrijvers samen veel sterker dan in hun eentje. Programmeer je een schrijver op een podium, dan krijg je een lezing, wanneer je er zes of acht programmeert, dan krijg je een show. Na twee succesvolle edities in het Crea-theater wilde ik het groter aanpakken en is het evenement verhuisd naar de Stadsschouwburg in Amsterdam. Vanaf dat moment werd het ook meer een echte organisatie met een team van ontzettend bevlogen vrijwilligers.

Inmiddels zijn we met drie nagenoeg uitverkochte shows in de Stadsschouwburg een van de grootste literaire evenementen van Nederland geworden. Vorig jaar hebben we een stichting opgericht, zijn we een eigen site begonnen en lanceerden we de literaire wedstrijd Manuscripting, waarmee we nieuw schrijftalent ontdekken en waarmee we al twee jonge schrijvers aan een boekcontract hebben geholpen. Uiteindelijk hoop ik zo dat wij met de Jonge Schrijversavond iets bijdragen aan de ontwikkeling van de literatuur en een nieuwe generatie schrijvers.

Welk vooroordeel over nieuwe literatuur zou je het liefst uit de weg willen ruimen?
Er zijn mensen die alleen maar ‘klassiekers’ lezen en geen geloof hebben in boeken van nu. Die mensen zou ik willen adviseren om zich ook open te stellen voor nieuwe literatuur. Die literatuur hoeft trouwens niet per se het werk van jonge schrijvers te zijn, ook ‘oudere’ schrijvers blijven natuurlijk met nieuwe boeken komen. Goede literatuur heeft uiteindelijk niets met leeftijden te maken en zelfs niet met tijd op zichzelf. De beste boeken bezitten namelijk een soort tijdloosleid – in thematiek, stijl of verhaal. Blijf dus lezen met open vizier, dan kom je tot de mooiste ontdekkingen en mogelijk zelfs tot leeservaringen die je leven zullen veranderen.

Welke schrijftip wil jij aan alle schrijvers van nieuwe literatuur meegeven?
Nu ik zelf weer volop bezig ben met mijn tweede roman, merk ik weer hoe bijzonder en intens het schrijfproces is. Het gevaar is dat je je als schrijver te veel laat beïnvloeden door externe prikkels. Social media, televisie, de kranten, andere schrijvers. Laat het allemaal gaan. Inspiratie kun je overal en altijd opdoen, maar volg vooral je eigen koers. Jouw boek schrijven is een eenzame, maar verrijkende reis, daar heb je verder niemand voor nodig.

Sla dit advies dus vooral in de wind.

Foto door: Maarten Nauw
Dit korte interview is onderdeel van de Blog Away NL Maand #2 waaraan ik meedoe.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.