‘Journalist Hans Marijnissen van Trouw geeft zo college. Zullen we gaan?’

‘Ben jij Evelien?’ Bij de uitgang van station Hollands Spoor staat een meisje in een groene jas. De leren tas aan haar arm is halfopen en er steken wat papieren uit. Zodra ze me ziet, glimlacht ze. ‘Ja, dat ben ik.’ ‘Je bent mooi op tijd,’ zeg ik. ‘De les begint over een kwartier.’ Ze ritst haar tas dicht en we lopen samen naar de Haagse Hogeschool. Als we voor de ingang staan, kijkt ze bewonderend naar het gebouw. Die blik herken ik van eerstejaarsstudenten. ‘Eerst het belangrijkste.’ Ik open de deur. ‘Koffie.’

[heading margin_top=”14″]’Je moet van Nederlands houden,’ zeg ik[/heading]

We bestellen een cappuccino en terwijl we richting het lokaal lopen, laat ik haar de afdeling van Communicatie zien. Evelien vouwt haar rode handen om het kartonnen bekertje. ‘Wat vind je van je studie?’ vraagt ze. ‘Echt, bedoel ik. Niet het promotiepraatje dat ik op de open dag te horen kreeg.’ Hoe leg je kort uit wat je in drie jaar tijd leert? Ik doe een poging. ‘Je moet van Nederlands houden,’ zeg ik. ‘Dan is het interessant. Verder leren we veel over het media- landschap, maar de nieuwste media blijven een beetje onderbelicht.’

‘Wat voor vakken heb je dan?’ ‘Veel vakken over verschillende soorten communicatie. Publiekscommunicatie, overheidscommunicatie, marketingcommunicatie, crisiscommunicatie, interne communicatie..’ Evelien neemt een slok van haar koffie. ‘Geen zorgen,’ lach ik. ‘Je leert de begrippen snel genoeg als je hier studeert.’ De deur van het lokaal is open. De docent probeert haar presentatie te openen. ‘Dit is Evelien,’ zeg ik. ‘Mijn meeloopstudent.’

Als de les begint halen we de kranten tevoorschijn. ‘Dit is een keuzevak dat je in het derde jaar volgt. Je leert meer over de media en de werkzaamheden van journalisten en woordvoerders.’ Ze knikt en bladert in de krant. ‘Wat is jullie opgevallen in het nieuws? begint de docent. ‘De onthoofdingsvideo’s,’ zegt iemand. ‘Dat jezelf leren programmeren hip is,’ roept Evelien. Na een halfuur verschijnt gastspreker Eelke Tuinstra. Hij is gespecialiseerd in ethiek en leidt de discussie over het wel of niet publiceren over de onthoofdingsvideo’s. ‘Sommige media plaatsten wel beelden uit de video’s, anderen niet. Wat zouden jullie doen?’

Om half twaalf is de lunchpauze. Ik laat Evelien de kantine zien waar alles van broodjes tot snacks en halal eten te halen is, maar ze heeft zelf brood meegenomen. Ook ik pak brood uit mijn tas. ‘Wat vind je er tot nu toe van?’ vraag ik. ‘Interessant. En fijn dat we niet alleen hoeven te luisteren.’ Ze kauwt op een broodje kaas. ‘Journalist Hans Marijnissen van Trouw komt zo. Zullen we gaan?’ De korsten van het broodje verdwijnen in de afvalbak.

[heading margin_top=”14”]’Weet iemand wanneer de eerste krant verscheen?'[/heading]

‘Weet iemand wanneer de eerste krant verscheen?’ ‘Rond 1800,’ gokt Evelien. ‘Bijna goed. In 1600 verscheen de eerste krant. Nu zijn er verschillende kranten.’ Hij noemt wat Nederlandse kranten op en laat zien waarin ze verschillen. ‘De journalisten hebben wel iets gemeen: ze zijn allemaal op zoek naar nieuws. Ze hebben een antenne die aanvoelt waar het schuurt in de samenleving. Zo vangen ze nieuws op. Daarnaast hebben mensen altijd nieuws. Zoek het op straat, beweeg je in andere werelden en sta open voor andere mensen.’

Na het gastcollege kijken we een film over het Watergate-schandaal. We wijzen de verschillen aan tussen journalistiek in de jaren zeventig en nu. Om vier uur is het college afgelopen. Evelien pakt haar tas en stopt de volgeschreven papieren erin. ‘Bedankt dat ik mocht meelopen. Ik ga me ervoor inschrijven.’ ‘Je lijkt me er het type voor,’ glimlach ik. ‘Dit is maar een onderdeel. Ik heb nu ook vakken waarbij we een nieuw productmerk ontwikkelen of een journalistiek artikel moeten schrijven.’ Voordat we naar buiten lopen, kijk ik haar aan. ‘Koffie?’

Op station Hollands Spoor nemen we afscheid. Evelien staat op dezelfde plek als die ochtend. Haar handen heeft ze diep in de zakken van haar jas gestoken en de rits van haar tas zit dicht. ‘Succes met je studie,’ zegt ze. ‘Dat komt vast goed.’ Ik glimlach. Het is een vreemd idee dat ze een dag lang bij mij hoorde en ik haar nu niet meer zal zien. ‘Bedankt. Jij ook, wat je ook kiest.’ Ik draai me om, maar herinner me dan iets. ‘Evelien?’ Ze kijkt op. ‘Ja?’ ‘Doe voortaan cacaopoeder op je cappuccino. Dat maakt ‘m lekkerder.’

Foto door: Luuk Kramer

Evelien is een fictieve meeloopstudent.
Deze blogpost is geschreven als onderdeel van de Blog NL Maand #5.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • Joop

    Pas op het laatst, toen ik las dat Eveline een fictieve meeloopstudent was, begreep ik dat het fictie was.

    • Linda Rosalinde Markus

      Misschien niet echt fictie, want hoewel Evelien fictief is is het college echt zo verlopen. Het was een blogopdracht om een fictief persoon een dag mee te nemen met studie of werk. 🙂

      • Joop

        Je hebt de dialogen heel overtuigend geschreven, want ik wist niet dat Evelien niet bestond. Knap hoor.
        Misschien maakt de combinatie van fictie en werkelijkheid het verhaal juist zo geloofwaardig.

        • Linda Rosalinde Markus

          Bedankt Joop! 🙂

  • Inge

    Ik vroeg me al af of ik Evelien had gemist afgelopen vrijdag ;). Leuk geschreven!!

  • karin

    ‘De korsten van het broodje verdwijnen in de afvalbak.’ geweldige zin. 🙂