Waarom kunnen observeren belangrijker is dan een verhaal hebben

Ik hoop dat Nederland vanavond van Argentinië wint. En velen met mij, want winst betekent feest. Feest voor oranje fans die de bank in de huiskamer hebben verruild voor een terras met reusachtig televisiescherm. Feest voor de kroegen waar het bier rijkelijk uit de tap stroomt en dronken feestgangers niet letten op de dikte van de schuimkraag. Feest voor de verkopers die ineens wafels met een hap eruit kunnen verkopen als Suarez wafels.

[heading margin_top=”14″]De keerzijde zoeken in een feestende stad[/heading]

Dat gebeurtenissen die het hele land aangaan, zoals het Wereldkampioenschap Voetbal, zorgen voor feest, sfeer en verbondenheid is niet nieuw. De zenuwslopende wedstrijd tussen Nederland en Costa Rica keek ik in de stad. De kroegen openden al vroeg, de terrasverwarmers stonden aan en de straten kleurden oranje. Tijdens de wedstrijd dronken we om de moed erin te houden, erna dronken we omdat we onszelf moesten overtuigen. Ja, hij hield echt twee penalty’s. We wonnen. Het was feest, dus gedroegen we ons ook zo.

De keerzijde van het feest ontdekte ik lang na de wedstrijd. In de kroegen de uitzinnige fans niet langer om henzelf te overtuigen, maar omdat de tap nog niet leeg was. Op last van de politie liepen de straten na half twee leeg en in het centrum ontstond een file van taxi’s die iets wilden verdienen aan de oranjegekte. Ik was de helft van de groep kwijt met wie ik was gekomen, belde een taxi en besloot hen te zoeken.

Ik liep langs kroegen, worstelde me door mensenmassa’s en kwam uiteindelijk terecht in een afgelegen straatje waar een breedgeschouderde man in een Harley Davidson jasje een sigaret rookte voor een bruine kroeg. Zouden ze hier zitten? Ik keek door de ramen, besloot van niet en liep door. Tegenover de kroeg stonden puberende jongens in een kring bij de geldautomaat. Een zinloze gedachte kwam in me op: als ze een oud vrouwtje van haar geld beroven, stop ik ze.

[heading margin_top=”14″]Heb je (n)iets te vertellen?[/heading]

Er was geen oud vrouwtje, wel lag een jongen van nog geen veertien jaar bewusteloos op de grond. Één van de jongens sloeg op zijn wang om hem wakker te houden. ‘Blijf bij ons!’ Of ik kon reanimeren, vroegen ze, want ze hoorden geen pols. Het was al de derde keer dat de hartslag wegviel. Ik schudde mijn hoofd, vroeg of de ambulance al gebeld was. Ze knikten. Soms kwam de jongen bij, dan hyperventileerde hij en verloor opnieuw het contact met de realiteit.

De ambulance kwam en de jongen werd meegenomen. Het veranderde mijn avond. De feeststemming was voorbij en ik belde een nieuwe taxi. Terwijl ik bedacht dat het moment zo in een film paste – een jonge vrouw in de regen, wachtend op de taxi na een mislukte avond uit – was het ook een schrijversmoment. Een moment waarop ik een verhaal ‘ontdekte’. Als je wil schrijven, is het eerste dat je hoort dat je een verhaal moet hebben. Heb je niets te vertellen? Hou je er dan buiten.

Zo werkt het alleen niet. Je hoeft van tevoren geen verhaal te hebben dat je opschrijft zodra je daar de middelen voor gevonden hebt. Zo’n verhaal verandert toch wel, er komen steeds nieuwe verhalen bij. Om te schrijven moet je alleen kunnen observeren. De keerzijde kunnen zien in feestelijke gebeurtenissen. Het abnormale in het normale kunnen ontdekken. In alledaagse dingen iets noemenwaardigs vinden. Om je heen kijken, observeren. Zelfs als het hele land in feestmodus is, zoals tijdens het WK.

De volgende dag las ik op Facebook dat de jongen ‘gewoon’ teveel gedronken had.
Ook een keerzijde.

Foto via Twitter

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.