Als tijd niet langer een obstakel vormde, zou ik eindelijk die roman schrijven

Wanneer iemand me vraagt wat ik na mijn studie wil gaan doen, antwoord ik met een ontwijkend: ‘Iets met schrijven.’ Het ligt dicht bij de waarheid, maar klinkt zo vaag en twijfelachtig dat ik het nooit meer wil uitspreken. Toch deed ik iets vergelijkbaars toen Mano Bouzamour me tijdens het interview dat ik met hem had, vroeg of ik ook schrijf. ‘Ja,’ zei ik, om daar snel aan toe te voegen: ‘Maar niets serieus hoor.’

[heading margin_top=”14″]Ja, ik wil een boek schrijven, maar dat wekt verwachtingen[/heading]

Meteen daarna vroeg ik me af waarom ik dat zei. Ik schrijf en daar ben ik heel serieus over. Waarom zou hij dat niet mogen weten? Een boek schrijven is een wens die ik al heel lang koester. Het creëren van een wereld waar je zelf zeggenschap over hebt en het afronden op een manier die je tevreden maakt, lijkt me fantastisch. Korte verhalen geven die voldoening wel, maar ik kan me voorstellen dat het gevoel dat je moet hebben wanneer je het laatste woord van je roman op papier zet, bijna euforisch is.

Wat als je dan ook nog gepubliceerd wordt? Dat je de kans krijgt om je verhaal nog scherper te maken dankzij een redacteur die tijd in je wil steken. Dat jouw boek in de winkels ligt, voorbij- gangers erin kunnen bladeren en het papier kunnen ruiken. Dat je je ideeën en gecreëerde wereld kunt delen met iedereen die ernaar wil luisteren, dat het meer wordt dan een statisch document op je bureaublad. Hoewel het vast heel narcistisch is om iets van jezelf in een boekwinkel te zien liggen, lijkt het me fantastisch.

Alleen zodra je die droom uitspreekt, wek je verwachtingen. Als ik mijn antwoord ‘iets met schrijven’ verander in ‘ik wil een boek schrijven en publiceren,’ wordt er van je verwacht dat je er ook echt voor gaat. Dat je er genoeg tijd in steekt en binnen een jaar of vier in de betere boekwinkels te vinden bent. Ze gaan je eraan houden, je eraan herinneren. Ik kan die verwachtingen op dit moment niet waarmaken, dus vermijd ik ze.

De reden dat ik niet aan die verwachtingen kan voldoen, komt door het obstakel dat net zo goed een excuus zou kunnen zijn: tijd. Ik studeer nog minstens twee jaar, blog dagelijks, ben betrokken bij de stichting Jonge Schrijversavond, werk, fitness meerdere keren per week; de tijd die ik heb vult zich met van alles, maar niet met mijn wens. Ja, ik denk er veel over na en ik schrijf ook, maar niet aan die roman die ik zo graag in de winkels zou willen zien liggen.

[heading margin_top=”14″]Wat als tijd geen obstakel was?[/heading]

Wat als dat obstakel er niet was? Als ik genoeg tijd had, ook na het doen van alles wat ik hierboven heb genoemd? Dan zou ik me zoveel mogelijk bezighouden met het verwezenlijken van die wens. Ik zou elke dag vroeg opstaan om ongestoord te kunnen schrijven en me uren bezighouden met de personages en verhaallijnen en schrijfcursussen volgen om mezelf te ontwikkelen in het schrijven. Als alle woorden op papier staan, ga ik uit eten om het te vieren.

De volgende dag begin ik met schrappen en perfectioneren, daarna laat ik het aan mijn opa en mijn broer lezen. Zij zijn degenen die krantenartikelen van schrijfwedstrijden voor me uitknippen en me onophoudelijk stimuleren om ermee door te gaan. Dan luister ik naar hun feedback en ontdekken ze ongetwijfeld stukken die aangepast moeten worden. En daarna, als mijn meelezers en ik tevreden zijn over het eindresultaat, stuur ik het op naar een uitgever.

Dan leest een redacteur het, belt diegene me op en blijkt dat er nog heel veel werk verzet moet worden. Die uitdaging ga ik aan. Na het slijpen van het verhaal, tot alle ruwe kantjes eraf zijn en het lijkt op iets dat bij een roman in de buurt komt, wordt het gepubliceerd. Tijd voor nog een etentje, misschien zelfs met bubbels. Als het in de winkels ligt, stel ik me verdekt op achter de wand met boeken in de lokale boekwinkel. Dan zie ik hoe mensen het boek oppakken, erin bladeren en zich even in de door mij gecreëerde wereld wanen.

Ja, dat zou ik doen als tijd niet langer een obstakel vormde.

Deze blogpost is geschreven als onderdeel van de Blog NL Maand #4  waaraan ik meedoe.
Foto door onbekende fotograaf.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • Aritha

    Knap geschreven en beschreven. Blijf vooral dicht bij jezelf hè?! http://arithavermeulen.blogspot.nl/

  • Lilith_8

    Et voilà! Dat is precies mijn plan voor het volgende jaar 😉
    Het probleem bij mij is jammer genoeg dat ik, zélfs als ik niets te doen heb, moeilijk in schrijfmood geraak. Momenteel ben ik afgestudeerd en werkloos. De ideale periode om aan het schrijven te slaan, maar ook de periode waarin ik mezelf verwijt dat ik niet moet schrijven, maar werk moet zoeken – want onverkochte bladzijden brengen geen geld binnen.

  • Ceciel

    Je hebt je wens mooi omschreven, Rosalinde! Ik hoop dat je over na je studie de tijd vindt om je wens uit te laten komen.

  • Pingback: Waarom je nooit tijd hebt om te schrijven | Passie voor SchrijvenPassie voor Schrijven()