Olga Ponjee: ‘Zoek mensen die je van opbouwende kritiek voorzien’

De verhalen van de twintig longlistschrijvers van de Grote Lowlands Schrijf- wedstrijd zijn gepubliceerd in een e-book. Heel leuk, maar niemand heeft het over de negentien schrijvers die net naast de hoofdprijs grepen. Wie zijn die enthousiaste schrijvers? In deze interviewserie interview ik zoveel mogelijk longlistkandidaten.

Je hebt gestudeerd aan de Nederlandse Filmacademie, kijkt graag series en schrijft. Waarom wilde je ook meedoen aan deze schrijfwedstrijd?
In de vier jaar na mijn afstuderen was ik vooral bezig met overleven als schrijver. Dat is een heel heftige tijd geweest. Je bent voortdurend druk met het binnenhalen van opdrachten, het rennen voor deadlines en het rantsoeneren van geld. Wat ontzettend leuk en spannend is – zo schreef ik onder andere mee aan de serie Feuten, een hoorspel voor de radio en een verfilming van een boek van Heleen van Royen – maar voor je creativiteit ook behoorlijk slopend.

Er is nergens tijd om je verhalen te laten bezinken. En als je in opdracht schrijft is er ook niet altijd ruimte voor je eigen stem. Omdat ik van die onzekerheid niet gelukkig werd, heb ik begin dit jaar besloten om me weer meer op mijn eigen schrijfwerk te gaan richten. En op iets dat ik al heel lang niet meer gedaan had: proza schrijven. De Lowlands Schrijfwedstrijd leek me een leuke gelegenheid om mijn werk voor te leggen aan een professionele jury.

Op je website schrijf je dat je hart bij film en televisie ligt. Betekent dat dat je, ondanks de publicatie van jouw verhaal ‘Onkruid’ in een e-book, verder niets met je schrijfcarrière wil doen?
Hoewel ik ben afgestudeerd aan de Filmacademie en in praktijk mijn geld verdien met film en televisie, zie ik mezelf niet primair als scenarioschrijfster. Ik hou van verhalen vertellen en verzamelen in het algemeen, waarbij die verhalen zelf hun vorm kiezen. Soms worden het filmscripts, soms prozastukken, rijmpjes of blogposts. Of dat een carrière te noemen is betwijfel ik ernstig, maar ik blijf het in ieder geval mijn hele leven doen.

Waar haal je de inspiratie voor je verhalen vandaan?
Een deel komt voort uit mijn eigen leven; de dingen die ik meemaak, de manier waarop ik naar dingen kijk. Daarnaast haal ik veel inspiratie uit mijn grote liefde: andere mensen. Mijn vrienden en nietsvermoedende stakkers die de fout maken om mij aan te spreken in de trein weten dit, maar ik ben dol op vragen stellen. Ontdekken waarom mensen doen wat ze doen. Waar ze van dromen. Waar ze bang voor zijn.

Ik vind het wonderlijk in hoeveel variaties het prototype ‘mens’ wordt geleverd, niet alleen nu, ook door de eeuwen heen (daarom lees ik ook graag volksverhalen of boeken over mythologie of historische figuren). De allermooiste exemplaren – meestal de mensen die op zo’n dappere manier zichzelf zijn dat ze me diep weten te raken – duiken als vanzelf weer op in mijn verhalen. Al is dat een minder bewust proces dan dat het nu klinkt.

In je verhaal mislukken drie muzikanten allemaal op hun eigen manier in het volgen van hun passie. Welke bedoeling had je met het schrijven van ‘Onkruid’?
Ook Onkruid gaat over mensen die zichzelf proberen te zijn en worstelen om balans te vinden tussen hun dromen en de realiteit. Dat is een onderwerp dat vaker terugkomt in mijn werk (en mijn leven), net als mensen in de marge. Ik hou van grote thema’s op kleine schaal; niet de kastbrede superheld, maar de dromen van een grijze muis achter zijn kantoorbureau.

Verder is Onkruid vooral een sfeer- en personageschets. Op de Filmacademie ben ik afgestudeerd met een scenario over de dood van mijn vader, een onderwerp dat nog heel rauw was op het moment dat ik er over schreef. Daardoor kon ik geen afstand van het script nemen, er geen verhaal van maken, behalve een verhaal over mijn eigen verdriet.

Omdat ik toch graag iets wilde doen met de arena van de Utrechtse muziekwereld (en vooral de bijzondere mensen uit mijn jeugd) heb ik begin dit jaar het scenario weer opgepakt. Onkruid was een eerste poging om te kijken of ik nu wél over mijn vader kon schrijven zonder dat mijn eigen verdriet de boventoon zou voeren. Toen dat me gelukt was, had ik ook genoeg moed om het scenario te herschrijven.

OlgaQuote2

In 2010 won je al eerder een schrijfwedstrijd met het verhaal ‘Ik, bangerik’. Denk je dat het meedoen aan schrijfwedstrijden belangrijk is wanneer je ervan droomt gepubliceerd te worden?
Tot de uitgever van mijn eerste roman aan de telefoon hangt, kan ik daar geen definitieve uitspraak over doen. En ik weet ook niet of publicatie mijn eigen ultieme doel is. Ik vind het leuk dat mensen de dingen lezen die ik schrijf. Maar ik schrijf niet voor een publiek of een doelgroep of mijn naam op een Pulitzerprijs. Ik schrijf omdat ik niet anders kan.

Schrijfwedstrijden helpen mij wel om een betere schrijver te worden. Je werk wordt vaak door een professionele jury gelezen (die ook tips en commentaar geeft als je geluk hebt). Bovendien vind ik de beperking van tijd, woorden en onderwerp een leuke uitdaging. Natuurlijk kan ik in mijn werktijd eindeloos morrelen aan mijn eigen werelden, maar een prozaverhaal over lama’s, 1000 woorden, voor volgende week woensdag, go! Dat helpt me heel erg om buiten mijn eigen kaders te denken.

Wat vind je in het schrijven dat je niet vindt in het kijken en schrijven van films en series?
Filmscripts schrijven is teamwerk. Je bent voortdurend in gesprek met de regisseur, medeschrijvers, kostuumontwerpers en cameramensen. Een film wordt niet door één persoon gemaakt; iedereen draagt vanuit zijn departement ideeën en bouwstenen aan voor het uiteindelijke product. Als scenarist moet je dus flexibel en sociaal zijn en het niet erg vinden om veel over je werk te discussiëren. Persoonlijk hou ik van dat proces en van de invalshoeken van andere disciplines. Al kost dat hier en daar een dialoog waar je drie dagen op gebikkeld hebt, je krijgt er ook een hoop inspiratie en een constant klankbord voor terug.

Als prozaschrijver ben je zelf voor je eindproduct verantwoordelijk. Natuurlijk zijn er redacteuren die je werk lezen en corrigeren, maar er is niemand die je onderweg vraagt om toch een bepaald personage te hercasten of, vanwege geldtekort, een andere locatie te bedenken voor hoofdstuk 3 tot en met 9. Dat gebrek aan grenzen maakt het een veel vrijer proces, maar aan de andere kant ben je ook veel eenzamer. En vecht je alle worstelingen onderweg uit in je eigen hoofd.

Vind je jezelf meer een lezer of een schrijver en waarom?
Dat vind ik een beetje een koddig onderscheid. Je kunt toch ook geen kok zijn als je niet van eten houdt? Ik ben gek op lezen. En op films en theater en games. Al kijk je als schrijver wel anders naar verhalen. Analytischer. Hoewel je aan de andere kant ook weer meer kunt genieten van die éne fantastische zin die je wel zelf ook wel had willen bedenken.

Je hoort vaak van schrijvers dat ze een specifieke plek hebben waar ze het liefst schrijven. Waar schrijf jij het liefst?
De plek maakt me niet uit, maar ik heb wel een zekere rust nodig. Geen openstaande mail, jengelende telefoon of waslijst aan dingen die ik eigenlijk nog moet doen. Die zaken probeer ik allemaal te elimineren voor ik ga schrijven.

Sommige schrijvers hebben schrijfgewoontes, zoals vroeg in de ochtend schrijven, staand schrijven of liters koffie wegwerken voor ze beginnen. Wat zijn jouw schrijfgewoontes?
Schrijfgewoontes zijn de duivel! Dus met gevaar om als je oma te klinken: niet aan beginnen. Het klinkt namelijk heel romantisch neo-Hemingway: dat je eerst een liter whisky, kaarslicht en je favoriete onderbroek nodig hebt om te schrijven, maar dat zijn geen vereisten om te kunnen werken. Om te schrijven heb je alleen een computer nodig, een stoel en je bips om op te zitten. En discipline om te blijven zitten. De rest is allemaal excuus om niet te hoeven werken en als je daaraan begint is het einde zoek.

Waar ik wel in geloof is jezelf belonen. Schrijven is toch vaak een gevecht, vooral met jezelf, dus vind ik het belangrijk om de overwinningen op mijn eigen luiheid en ik-kan-nu-deze-roman-schrijven-maar-ook-nog-honderd-keer-Facebook-refreshen te vieren. En dat kan alles zijn: van een kaartje voor een theatervoorstelling tot een bezoekje aan de kapper om mijn kluizenaarskapsel te kortwieken tot een fles wijn en een avond vol vragen aan een interessant mens naar keuze. Ik trakteer mezelf graag.

Heb je een schrijftip voor beginnende schrijvers die er ook van dromen om ooit gepubliceerd te worden?
Bips op de stoel en schrijven. Veel schrijven. En lezen. Het helpt voor je eigen werk heel erg om de verhalen en films die je mooi vindt tot op de vezel uit te pluizen. Daarnaast: zoek mensen die je van goede, opbouwende kritiek kunnen voorzien. Ik vind dat vaak lastig om te horen, vooral over verhalen die me heel dierbaar zijn en daarnaast ben ik ontzettend eigenwijs. Natuurlijk weet ik het beste hoe ik mijn verhaal moet schrijven, duh!

Maar uiteindelijk helpt het om te beseffen dat schrijven een vak is, net als balletdansen en meubels maken. Je moet soms drie stappen achteruit doen en kritisch naar je eigen werk kunnen kijken. Of het iemand anders laten doen. Dus blijf groeien. Blijf leren. En vooral: blijf met plezier schrijven. Dan komt de rest vanzelf.

Het Grote Lowlands Schrijfwedstrijd e-book met daarin alle verhalen die op de longlist stonden, kun je hier gratis downloaden.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.