Waarom onmacht fantastisch is in verhalen, maar lastig in samenwerkingen

Als ik de coupé in loop, valt het gesprek stil. Vanuit de deuropening kijk ik naar de vierzitsplek waar drie vrouwen en een man zitten. Ze dragen zwarte kleding en op het tafeltje liggen papieren. Twee van hen kijken me aan. De coupé is klein. Halverwege loopt de tweede klas over in de eerste klas, van elkaar gescheiden door een transparante deur. Ik kies een stoel aan de andere kant van het gangpad en doe alsof ik de polders en koeien heel interessant vind. ‘Dit moeten we toch samen doen,’ zegt de vrouw ineens. ‘Dus, heeft iemand ideeën?’

[heading margin_top=”14″]’Zo gaan we het dus niet doen.'[/heading]

Het zijn juristen. Ze werken samen aan een zaak of opdracht, waarschijnlijk tot in detail uitgewerkt op de papieren. De vellen papier worden opgepakt, vluchtig bekeken, soms hardop voorgelezen en dan weer teruggelegd. Ze bespreken ideeën in een taal die bekend klinkt, maar met woorden die ik niet begrijp. De vrouwen lijken het eens te worden over iets. Ze maken aantekeningen en lachen soms. ‘Dat zie ik niet zitten.’ De man schudt zijn hoofd. ‘Zo gaan we het niet doen, dat werkt niet.’ Met strakke gezichten lezen ze opnieuw de papieren door. Niemand lacht, niemand praat.

De sfeer in de coupé veranderde, de rest van de treinreis bleef het stil. De man had blijkbaar een hogere positie. Hij nam de leiding, bepaalde de werkwijze. De vrouwelijke juristen, met hun enthousiaste ideeën, moesten dat accepteren. Een opgelegde samenwerking die eigenlijk geen samenwerking is. Dat roept frustratie op. Irritatie, omdat je geen inspraak hebt. Omdat je niet wordt gehoord en niet mag meedenken. Omdat iemand anders bepaalt wat er gebeurt.

Het lijkt alsof je controle hebt, maar in feite heb je alleen controle aan het begin. Daarna verlies je het.

Frustratie staat niet op zichzelf. Als je ergens gefrustreerd over raakt, is dat merkbaar. In de coupé viel het gesprek stil, verstomde het gelach en veranderden de gezichtsuitdrukkingen. Wat daaronder zit, is onmacht. De onmogelijkheid om iets te doen wat je wel graag wil doen. Onmacht roept andere emoties op en is daardoor een van de meest interessante emoties. Je kunt niets veranderen, alleen maar ondergaan. Maar mensen proberen altijd iets te veranderen.

Zo zijn wij.

[heading margin_top=”14″]Met onmacht kun je niets, toch probeer je het[/heading]

Daarom kan ik me voorstellen dat de juristen, toen ik de trein verliet, alsnog hevig ruziemaakten. Dat het gevoel van onmacht zich uitte in woede, frustratie, misschien zelfs teleurstelling. Dat het naar buiten moest. Je kunt er niets mee, maar je probeert het toch. Geef het hoofdpersonage van een verhaal een gevoel van onmacht en je het maakt het verhaal meteen een stuk interessanter. In een verhaal kun je heel veel met die onmacht, in de realiteit is het vooral lastig.

Het maakt samenwerken lastig. De meeste mensen met een beetje discipline, zullen aangeven dat ze liever zelfstandig werken. Ik ook. Dan kun je de controle vasthouden, want je hoeft het niet weg te geven. Op welke manier je ook samenwerkt, er is altijd iemand die de leiding neemt. Die beslist wat er uiteindelijk gebeurt. Daar kun je het mee eens of oneens zijn. Je kunt het accepteren of er tegenin gaan. Je kunt de samenwerking voortzetten of beëindigen.

Ooit werkte ik samen met een student die zijn taken niet uitvoerde. Hij reageerde niet, leverde zijn werk te laat in of had de helft van Wikipedia gekopieerd. De onmacht werd zo groot, dat we hem uit de groep zetten. Het gevolg was dat ik bij een volgende samenwerking in een jaknikker veranderde. ‘Ja, ja, eens, ja, is goed, ja, doe dat maar.’ Het was makkelijker, maar het loste niets op. De onmacht blijft, ook als je het zo krampachtig probeert te vermijden.

Samenwerken kan ook anders. De mannelijke jurist in de trein had enthousiast mee moeten doen met de anderen. Ideeën bedenken, voorstellen aandragen. Met enthousiasme uitleggen waarom dit of dat idee beter zou kunnen werken dan de andere ideeën die al op tafel lagen. Overtuigen met enthousiasme en goede argumenten, in plaats van met macht.

De onmacht is er wel. Het hoeft alleen niet zo te voelen.

Deze blogpost is geschreven als onderdeel van de Blog NL Maand #6.

Foto door: Philippe Leroyer

 

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • Je blog volg ik al een hele tijd. Een heel jaar elke dag bloggen over schrijven: chapeau! Het heeft mij voldoende inspiratie opgeleverd om zelf een blog te starten: beleefjeleven.wordpress.com. Misschien vind je het leuk om eens te kijken. Onmacht, het thema van deze post: heel herkenbaar en als je de moeite neemt zul je het tegen komen op mijn blog. Groet, Janna

    • Linda Rosalinde Markus

      Hi Santja, wat leuk dat je hier al zolang komt kijken. Ik vind het heel bijzonder dat ik je blijkbaar heb geïnspireerd om te starten met bloggen. En, hoe bevalt het? Is het wat je ervan verwachtte?

      • Het bevalt heel goed. Nou ben ik niet zo van de discipline dus hoe het zich op termijn ontwikkelt weet ik niet. Heel bijzondere ervaring: schrijven. Ik weet niet of je dat herkent maar ik kom aan het einde van het blogje ergens uit wat ik van te voren niet had bedacht. Of dat de lezer ook zo vergaat kan ik niet beoordelen, dus stiekem ben ik ook wel een beetje benieuwd wat jij er van vindt. Zou je eens willen kijken als je tijd hebt?