Schrijven is koffie drinken

Ik krijg vaak de vraag waarom ik zoveel bezig ben met schrijven. Het begon al voordat ik een blog startte. Toen ik op de middelbare school zat en de opdracht kreeg een opstel te schrijven, hoorde ik klasgenoten zuchten. Ik klaagde niet. In plaats daarvan toverde ik een glimlach tevoorschijn. En er was niemand die het begreep. ‘Hoe kún je dit nou leuk vinden?!’ Meestal haalde ik mijn schouders op. Ik had geen idee wat ik op die vraag moest antwoorden. Uitleggen waarom ik graag schrijf voelde alsof ik uit moest leggen waarom ik als meisje geboren ben. Het hoorde gewoon bij mij.

Terwijl ik dit schrijf, zit ik aan een notenhouten tafeltje in de Koffiefabriek. Naast me is de bar, waar medewerkers druk bezig zijn met het bereiden van cappuccino’s en speciale soorten koffie. Wanneer iemand me opmerkt, glimlacht ze en vraagt ze of ik soms nog iets te drinken wil. Ik schud mijn hoofd en wijs naar mijn nog volle koffiekopje. Mijn ogen laat ik verder door de ruimte glijden. Tegenover me hangt een vierkant krijtbord waarop allle Koffiefabriek specials, warme broodjes, smoothies en lunchgerechten met wit krijt geschreven zijn. Daarnaast bevindt zich een zithoek met versleten, bruinleren banken. Aan de wand van de zithoek hangen oude filmposters, vermengd met recentere exemplaren. Het is druk; alle tafeltjes zijn bezet en de medewerkers doen hun best iedereen zo snel mogelijk van een heerlijk kopje koffie te voorzien. Ik neem een slok van mijn cappuccino en denk ondertussen na over alle personages, verhalen en complottheorieën die zich in mijn hoofd verzameld hebben. Ik observeer de mensen, bestudeer de ruimte en laat mijn gedachte de vrije loop terwijl ik met mijn vingers op het toetsenbord tik. En ik vind het heerlijk.

Schrijven is iets bijzonders. Schrijven is een ultieme persoonlijke uiting. Schrijven is ontroeren, huilen of juist aan het lachen maken. Schrijven is raken. Schrijven is schrappen, jezelf blijven uitdagen en blijven zoeken naar de juiste woorden. Schrijven is het componeren van letters tot leesbare woorden. Woorden met betekenis. Woorden die op hun beurt weer samen zinnen vormen. Ze zeggen wel eens dat een foto meer zegt dan duizend woorden, maar wat mij betreft is het eerder andersom. Soms kun je met duizend woorden meer zeggen dan een foto ooit over kan brengen. Een foto kun je op verschillende manieren interpreteren en het verschilt meestal per persoon welke betekenis er uit de foto wordt gehaald. De fotograaf verschuilt zich daar achter. Zijn ware bedoeling met de foto, de reden erachter; hij kan ze verbergen. ‘Nee, zo heb ik de foto niet bedoeld, maar je interpretatie ervan is interessant!’ Een schrijver kan dat niet zeggen. ‘Die zinnen die daar staan bedoelde ik eigenlijk heel anders.’ Als je een zin neerpent, dan staat het op papier. Iedereen kan precies lezen hoe je het bedoelt. Een schrijver geeft zich bloot. Als de woorden eenmaal opgeschreven zijn, dan staan ze er. Voorgoed.

Ik kijk even op van mijn laptop en mijn blik valt op een ouderwets bordje dat aan de muur hangt. ”If you’re not shaking, you need another cup.” Ik glimlach en kijk naar mijn inmiddels lege koffiekopje. Misschien is dat wel de reden waarom ik zo graag schrijf, bedenk ik, terwijl ik een medewerker wenk. Het is het perfecte excuus om onbeperkt koffie te drinken in koffiezaakjes zoals deze.

Liever ouderwets

‘Dit is wat ik naar de uitgever gestuurd heb.’ Mijn docent wijst naar het Smartboard waarop zijn tweet te lezen is. Het gaat over een studieboek dat hij liever als e-book zou zien. ‘Het is toch onbegrijpelijk dat we bij het vak Mediakunde nog met dikke pillen werken in plaats van digitale boeken?’ probeert hij ons te overtuigen van zijn mening. ‘Twitter jouw mening even, zodat we de uitgever kunnen overhalen.’ Na een paar minuten bekijkt hij de hashtag nog eens. Ook mijn tweet is te lezen en heel even kijkt mijn docent me vreemd aan. ‘Liever een gedrukt boek,’ is wat de tweet zegt.

Het boek dat bij Mediakunde gebruikt wordt weegt 840 gram en is daardoor te zwaar om mee te sjouwen, studenten lezen geen dikke pillen meer en bovendien veroudert de informatie snel en kan het niet aangepast worden; het zijn allemaal redenen die mijn docent aandraagt in zijn strijd om van het studieboek een e-book te laten verschijnen. Het gedrukte boek is uit, niet meer van deze tijd en zeker niet acceptabel bij een vak dat draait om nieuwe media. Althans, dat is hoe hij het ziet. Ik, en vele studenten met mij, geniet van de geur van het boek terwijl ik aan het lezen ben, markeer belangrijke zinnen en wil kunnen zien hoe ver ik al in het boek gevorderd ben. Hoe kan hij, terwijl hij een vak doceert dat draait om alle soorten media, het traditionele, gedrukte boek zo afkraken? Voor zo ver ik weet haal je de belangrijkste informatie niet van Facebook of Twitter, maar uit de bibliotheek. En dan heb ik het niet over de betaalde digitale versie daarvan.

Toch blijft mijn docent van mening dat boeken achterhaald en overbodig zijn. We hebben internet, sociale media en zelfs digitale boeken, dus het gedrukte boek kan wat hem betreft verdwijnen. Dat het internet het nog al eens laat afweten, je op sociale media door alle onzin de waardevolle informatie niet meer ziet en er met technologie altijd iets fout kan gaan, laat hij gemakshalve achterwege. Het is natuurlijk ook maar saai, zo’n boek dat niet afhankelijk is van elektriciteit, internet en digitale rechten. Als laatste vraag ik me af hoe hij de uitgeverij zo ver hoopt te gaan krijgen dat ze een e-book uitgeven. Met een paar tweets van maximaal 140 woorden die ergens tussen de miljoenen andere tweets terechtkomen? Als hij echt wil opvallen kan hij beter iets doen dat minder snel verwacht wordt in dit digitale tijdperk: een (handgeschreven) brief sturen. Maar ja, dat is een traditioneel medium. Helemaal uit. Niet meer van deze tijd, natuurlijk.

De maand van schrijvers

Duizenden mensen wachtten gespannen af. Sommigen druk schrijvend achter hun computer, terwijl anderen probeerden een pakkend plot te verzinnen. Ook ik wachtte net niet nagelbijtend af en kon nergens anders meer aan denken. Niet veel later sloeg de klok twaalf uur en brak het moment aan waarop al die duizenden mensen, inclusief ik, hadden gewacht. De National Novel Writing Month is begonnen!

Veel mensen weten niet wat dat begrip inhoudt. Het zegt ze niets, het is Engels en dus onbegrijpelijk of ze weten simpelweg niet dat het bestaat. Tot een paar maanden geleden hoorde ik bij die laatste groep. Ik was niet bekend met het fenomeen ‘NaNoWriMo’ en ik had er geen idee van dat er jaarlijks honderdduizenden mensen aan meededen. Waar ik wél bekend mee was, waren de tientallen onafgemaakte verhalen die me er graag aan herinnerden dat ze zichzelf niet zouden schrijven. Als aspirant schrijver kun je dan twee dingen doen. Je kunt je pen aarzelend weer vastpakken en de verhalen met hernieuwde moed afschrijven of en dat is wel een heel verleidelijke optie je negeert ze. Je raadt het al, ik koos voor het laatste.

En zo sukkelde ik verder met de grootste dromen en ambities, maar zonder de moed om ze uit te voeren. Waarom zouden mensen juist mijn boek willen lezen? Wat zou mijn boek nog toe kunnen voegen? Waarom zou ik het beter kunnen schrijven dan iemand anders? Ik twijfelde aan mezelf en mijn zelfvertrouwen nam met de dag af. Tot ik van het bestaan van de Nationale Romanschrijfmaand hoorde. In eerste instantie vond ik het lachwekkend en dan niet in positieve zin. Nadat ik me er in verdiept had, zag ik pas hoe creatief het eigenlijk is. Hoe meer ik erover hoorde, hoe meer zin ik kreeg om eraan mee te doen. Ik zou geen vraagtekens meer zetten bij mijn eigen kunnen, maar me weer gaan herinneren waarom schrijven mijn passie is.

Al eerder schreef ik iets (schrijven zonder schrappen) over NaNoWriMo en als je geen idee hebt wat het inhoudt dan raad ik je aan dat zeker even te lezen. De afgelopen maand kwam één november steeds dichterbij. In die maand schreef ik bijna dagelijks verder aan het idee dat zich in mijn hoofd had ontpopt tot een realistisch plot. Vandaag is het één november, de dag dat honderdduizenden mensen over de hele wereld beginnen aan hun zelfgeschreven boek. Ook ik ga mijn best doen om mijn plot om te zetten in een ruwe versie van een boek en ik wil iedereen die daar vanaf vandaag ook mee begint een hart onder de riem steken.

Laat je vingers over het toetsenbord razen, schrijf het verhaal dat al jaren in je hoofd zit en vooral: geniet! Maak er een ontzettend leuke, leerzame en creatieve maand van. En onthoud dat je nu al trots op jezelf kunt zijn omdat je de uitdaging aangaat!


De regels (in het Nederlands) kun je hier vinden.

Benieuwd hoe ik het er vanaf breng? Houd dan de widget bovenaan aan de rechterkant van mijn blog in de gaten. Het zal je laten zien hoeveel woorden ik tot op dat moment geschreven heb.

Geschreven woorden

Behoedzaam haal ik het deksel van het doosje af. Het is bedekt met een klein laagje stof, wat me eraan herinnert dat het al een tijdje geleden is dat ik de inhoud van het doosje voor het laatst bekeek. De schoonmaakster heeft me al een paar keer gevraagd of ik het niet weg zou willen doen, maar dat weiger ik elke keer opnieuw. De ansichtkaarten, brieven en persoonlijke kaartjes die erin zitten zijn voor mij te waardevol. Elk jaar komen er weer kaartjes en brieven bij; het doosje zit ondertussen helemaal vol.


Met een glimlach pak ik een stapel kaartjes eruit. Ik bekijk ze één voor één en geniet opnieuw van de lieve woorden, bemoedigende uitspraken en vrolijke verhalen. Er zitten kaarten bij van vrienden die op vakantie geweest zijn, maar er zit ook een kaart tussen van een vriendin die zomaar aan me dacht. Tussen de kaarten zitten ook een paar brieven en op sommige momenten, zoals nu, voel ik de behoefte om ze te herlezen en de woorden opnieuw tot me door te laten dringen. En altijd weer raken de woorden me, op een manier zoals gesproken woorden nog nooit gedaan hebben.

Een gesprek voeren is zo gebeurd. Als je gewoon praat met een vriend of vriendin vertel je vaak het eerste wat in je opkomt en eigenlijk denk je daar amper over na. Je praat gewoon en ziet vanzelf wel waar het gesprek naartoe gaat. Ook tijdens ruzies komen er soms woorden uit je mond waar je van tevoren niet over nagedacht hebt; misschien meen je ze niet eens. De woorden komen soms als vanzelf uit je mond en voordat je ook maar beseft wat je nou eigenlijk gezegd hebt. Natuurlijk gebeurt dit niet altijd, maar ik betrap mezelf er toch regelmatig op dat ik een heel gesprek aan het voeren ben zonder dat ik eigenlijk door heb wat ik allemaal heb gezegd. En precies om die reden betekenen geschreven woorden meer voor me.

Voordat een ansichtkaartje bij mij door de brievenbus komt, is er een aardig tijdje over nagedacht. In gedachten zie ik voor me hoe een vriendin in een plaatselijk winkeltje, dat ze toevallig tegenkomt tijdens een wandeling in de stad op haar vakantiebestemming, allerlei kaartenstandaards bekijkt om een kaartje te vinden dat precies bij mij past. Als ze weer terug in het hotel is, haalt ze het kaartje uit haar tas om er vervolgens over na te denken wat ze er precies in wil zetten. Daarna schrijft ze bedachtzaam de woorden op, terwijl ze af en toe op het uiteinde van haar pen bijt om te bedenken hoe ze alles dat ze wil vertellen op het kleine, vierkante oppervlak krijgt. Zodra ik het kaartje ontvang, weet ik dat ze elk woord meent en alles verwoord heeft zoals ze het bedoelde.

Hetzelfde geldt voor een brief die ik jaren geleden kreeg van mijn vader, terwijl we nota bene in dezelfde hotelkamer zaten. In die tijd hadden we vaak ruzie en waren we het eigenlijk nooit eens. In het begin stoken we veel tijd in het goedmaken; we voerden soms urenlange gesprekken om er uiteindelijk achter te komen dat we het allebei niet zo bedoeld hadden. Maar na de honderdste ‘sorry’ hechtten we er eigenlijk geen waarde meer aan. Wat betekende dat ene woordje nog, nu we dat bijna dagelijks zeiden? Toen kwam het moment dat er een enveloppe onder m’n kamerdeur door geschoven werd. In de enveloppe zat een brief van maar liefst twee kantjes. Ik heb hem helemaal gelezen en toen pas begreep ik hoe erg het hem speet en hoe hij zich over de ruzies voelde. Die brief raakte me, zoals geen enkel goedmaak-gesprek me ooit geraakt had. Sindsdien ligt hij al jarenlang in het blauwe, ietwat stoffige doosje.

Nadat ik de herinneringen opgehaald heb en een soort warmte in mijn lichaam voel die ik niet helemaal kan thuisbrengen, haal ik een doekje over het deksel heen en leg ik het er weer op. Ja, ik zal altijd blijven schrijven. Misschien geen blogs, misschien geen boeken, maar hoe dan ook ansichtkaarten en brieven, in de hoop dat ze voor de personen die ze zullen ontvangen evenveel betekenen als ze ooit voor mij betekend hebben.

Schrijven zonder schrappen

Veel mensen dromen ervan om ooit eens een boek te schrijven. Iets van jezelf, waar jouw naam opstaat, waar jouw zelfbedachte personages in voorkomen en wat ook nog eens echt gelezen wordt door anderen mensen. Toch proberen maar weinig mensen om deze droom te achtervolgen. ‘Geen tijd,’ of ‘geen inspiratie,’ zijn redenen die je vaak hoort. Binnenkort is dit allemaal verleden tijd, want er is een initiatief waarmee je een roman kunt schrijven binnen dertig dagen!

De Nationale Romanschrijfmaand, of National Novel Writing Month, zoals ik het liever noem, is een maand waarin je een roman van vijftigduizend woorden schrijft. Het bestaat al een aantal jaren en vindt elk jaar opnieuw plaats in de maand november, maar ik ontdekte het  zoals bij mij wel vaker het geval is met dit soort dingen  pas een paar dagen geleden. Op één november begin je met een lege pagina en je eindigt dertig dagen later met een (in)complete roman van maar liefst vijftigduizend woorden. Dat klinkt alsof er een hoop werk in gaat zitten, en (verrassing) dat is ook zo, want zoveel woorden schrijven in een maand, komt neer op bijna zeventienhonderd geschreven woorden per dag. Het is dus een echte uitdaging.

Juist omdat je binnen korte tijd zoveel moet schrijven, heb je geen tijd om grote stukken tekst te wissen of bij elke zin te twijfelen of hij wel precies goed is. Je zult hierdoor ook onzin schrijven of dingen die niet kloppen, maar juist bij deze uitdaging mag dat. Je mag fouten maken, je mag onzinnige dingen opschrijven; het gaat puur om het schrijven. Het schrijven stimuleert je creativiteit en door deze methode kun je, zoals de oprichters van de National Novel Writing Month het zo mooi verwoorden, bouwen zonder af te breken. Je leert op jezelf te vertrouwen en je leert dat je eigenlijk veel meer kunt dan je denkt, want wat je ook schrijft; er zal altijd wel een prachtig gedeelte bij zitten!

Na het lezen van de website ben ik overtuigd. Ik zal op donderdag één november de uitdaging aangaan en proberen bij het deel te horen dat deze uitdaging succesvol volbrengt. Of het gaat lukken? Ik heb geen idee en het is zeker niet vanzelfsprekend, want ik heb net zoals velen ook weleens last van inspiratieloze momenten of het bekende writers’s block. Toch wil ik deze uitdaging aangaan. Niet alleen omdat ik dan een doel heb om enthousiast naartoe te werken en omdat ik het leuk vind om deel uit te maken van zoiets als dit, maar vooral omdat ik dan pas echt m’n eigen schrijfstijl leer kennen. Wat er ook gebeurt, of ik het haal of niet, één ding weet ik zeker: ik zal ervan leren en het zal sowieso een positieve ervaring zijn.

Ben jij van plan om mee te doen aan dit creatieve initiatief? Laat het me weten!

Op de website kun je alle informatie over deze creatieve maand vinden. Ook kun je er zo achter komen hoe je precies je woorden kunt bijhouden, hoe je deelneemt en hoe je ervoor zorgt dat je het gaat halen. Je hoeft het trouwens niet alleen te doen, want er zijn fora waarop je kunt socializen met andere deelnemers en ze kunnen je ook helpen op momenten dat je even helemaal geen inspiratie meer hebt.