Moleskine; simpel maar succesvol

Als je graag schrijft, zoals ik, kun je niet zonder een notitieboekje en een lekker schrijvende pen. De beste ideeën krijg je tenslotte op de momenten wanneer je het niet verwacht. Een laptop heb je dan niet altijd bij de hand en de batterij van je smartphone gaat ook niet zo lang mee. Daarom zorg ik ervoor dat ik altijd zo’n boekje bij me heb. Toen ik laatst een bezoek bracht aan de boekwinkel, maakte ik kennis met een nieuw soort notitieboekje.

Op tien september begint het tweede jaar van m’n studie en een belangrijk iets wat ik nog miste, was een agenda. Ik heb het niet zo op die kleurrijke agenda’s met allerlei figuren erop of typische meidenagenda’s met allerlei meidenweetjes erin. Nee, geef mij maar een simpele agenda die ik kan gebruiken waarvoor hij bedoeld is. De boekhandel bij mij in het dorp verkoopt naast romans, jeugdboeken en thrillers ook reisgidsen en schoolspullen. Daarnaast hebben ze een speciale afdeling voor de zakelijke klant waar de zakelijke notitieblokken, agenda’s, Parker pennen en kantoorspullen te vinden zijn. Ik wilde meteen doorlopen naar het zakelijke gedeelte, omdat ik niet verwachtte iets tussen de normale collectie schoolspullen te vinden. Toch besloot ik er kort doorheen te wandelen en het beeld wat ik van de agenda’s had werd bijna bevestigd. Bijna. Ik zag kattenagenda’s, agenda’s van meidenbladen, stripfiguren en een stel agenda’s waarbij de dierenwereld centraal stond. Met de gedachte dat dit niet de agenda’s waren waar ik naar op zoek was, wilde ik verder lopen, tot ik in een afgelegen hoekje een stapel simpele, zwarte agenda’s ontdekte.

Ik wilde de eerste de beste agenda pakken om door te bladeren toen ik merkte dat ze niet allemaal hetzelfde waren. Drie verschillende formaten, zachte kaften, harde kaften, dagplanners, weekplanners en maandplanners; ik kon uit heel wat ‘simpele’ zwarte boekjes kiezen. Pas toen ik het ding beter bekeek, zag ik wat er zo speciaal aan was. Het papier was niet zo flinterdun dat het makkelijk kan scheuren, maar ook weer niet zo dik dat je pen erin weg zinkt. Toen ik een paar pennen uitprobeerde, was ik zelfs verbaasd over de kwaliteit van het papier. Hoewel ik niet alle pennen even lekker vond schrijven, was het resultaat op het licht beige papier bij alle pennen mooi. Achterin het boekje vond ik een handig insteekvakje, middenin zat een gekleurd lintje zodat je gemakkelijk de pagina terugvindt waar je bent gebleven en je kon er ook je persoonlijke informatie inclusief adressen in kwijt. De notitieboekjes die naast de agenda’s lagen waren overduidelijk van hetzelfde merk en zagen er al even verzorgd en gedetailleerd uit al was dat ook wel aan de prijs te zien, die bijna het tienvoudige was van wat je normaal aan zo’n boekje uitgeeft.

Inmiddels ben ik in het bezit van zowel een notitieboekje als agenda. Moleskine. Hét merk voor aspirant-schrijvers en alle andere mensen die dagelijks de drang hebben om notities, ideeën en verhalen in een boekje neer te pennen. Zo compleet, maar toch zo simpel en eenvoudig; het maakt het merk juist in deze tijd aantrekkelijk, nu de meeste dingen ingewikkeld en gecompliceerd zijn. Kwaliteit door eenvoud, dat blijkt.

Nog niet overtuigd om zo’n boekje aan te schaffen? Bekijk onderstaande filmpjes en be amazed!

Deze video laat goed zien dat iedereen een Moleskine gebruiker kan zijn. Wees jezelf, dan ben je al Moleskine genoeg.

Naast de standaard Moleskine notitieboekjes en agenda’s, heb je ook speciale boekjes voor jouw passie. Zo kun je gemakkelijk je favoriete wijnsoorten bijhouden, spannende films van een persoonlijke recensie voorzien of honderduit schrijven over je kat. Ga je op reis? Ook dan heb je een Moleskine die op jouw wensen aansluit, inclusief plattegrond van de stad waar je heen gaat en allerlei andere leuke weetjes.

Nog geen idee hoe je een Moleskine creatief kunt gaan gebruiken? Als de inspiratie je na het bekijken van bovenstaand filmpje niet om de oren vliegt, weet ik het ook niet meer.

Wat vindt jij van de Moleskine notitieboekjes?

De toekomst van het papieren boek

Deze video is bedacht door een Engelse uitgeverij die hun personeel een hart onder de riem wilde steken in een tijd waarin het eBook in opkomst is en het niet ondenkbaar is dat het papieren boek ooit zal verdwijnen. Het filmpje schetst een goed beeld van de ongeïnteresseerde en egoïstische houding die veel mensen tegenover de uitgeverijen hebben en het kleine sprankje hoop dat veel uitgeverijen op dit moment in stand houdt. Persoonlijk ben ik geen voorstander van het eBook of de e-reader, zoals jullie in dit artikel al hebben kunnen lezen.

Het maakt veel mensen niet uit of de uitgeverijen blijven bestaan of niet. Zolang ze maar spannende boeken kunnen lezen, maakt het hen niet uit of het boek digitaal is of van papier. Het is een feit dat onze maatschappij steeds meer digitaliseert en steeds meer begint te steunen op technologische ontwikkelingen, maar dat zelfs het gedrukte boek eraan moet geloven is voor mij, iemand die het ooit tot schrijfster hoopt te schoppen, ondenkbaar. Mocht ik dan ooit een boek uitbrengen, dan krijg ik het niet thuis gestuurd in een zorgvuldig dichtgeplakte kartonnen doos. Ik zal het dan niet in het echt kunnen bewonderen, de pagina’s omslaan om mijn eigen verhaal te herontdekken en gelukzalig de geur van vers papier, het papier van m’n boek, in mijn geheugen printen. Niets van dat alles. Het zal alleen digitaal te lezen zijn, op m’n laptop.

De meest simpele definitie van een boek? ‘Vellen bedrukt papier die aan elkaar zijn gebonden’. Is een e-reader dat? Kun je de licht in het papier weggezonken letters voelen met je vingertoppen? Kun je de bladzijde fysiek omslaan? Bestaat het uberhaupt uit vellen bedrukt papier? Het antwoord op al deze vragen lijkt me vrij duidelijk. In mijn beleving is het dus geen echt boek, en zo zal ik het ook nooit behandelen. Conservatief? Zo zou ik het niet willen noemen. Nostalgie, misschien, of heimwee naar de heerlijke uren die ik als kind in de boekwinkel heb doorgebracht. Ik heb in ieder geval genoeg van het papieren boek genoten om het niet te willen laten verdwijnen, en speciaal voor degenen die er net zo over denken is er dit filmpje.

Ook interessant om te lezen: ‘De onvermijdelijke dood van het papieren boek’
                                                       ‘Papier blijft versus papier verdwijnt’

De magie van het gedrukte boek

Voor me ligt een reclamefolder van de Mediamarkt. De schreeuwende, rode kleur van de folder doet ineens pijn aan mijn ogen en de vetgedrukte teksten lijken nietszeggend. Het product waar mijn blik op gefixeerd is, is een e-reader. Een apparaat waarop je duizenden boeken kunt downloaden en lezen. ‘Handig,’ zeggen veel mensen, ‘nu hoef ik niet meer naar de boekwinkel om een nieuw boek te kopen, ik kan het gewoon downloaden.’ Dat is juist het probleem!

Als klein meisje ging ik vaak met mijn moeder mee om boodschappen te doen. In het begin deed ik dat omdat ik bij de slager een plakje leverworst kreeg, en bij de groenteboer een appeltje. Later, toen ik de boekwinkel eenmaal had ontdekt, liet ik dat plakje leverworst en het appeltje aan me voorbij gaan. Zodra mijn moeder de auto stilzette om boodschappen te gaan doen, rende ik naar de boekwinkel. In de winkel hing een aparte geur; een geur die ik nu nog steeds niet precies kan omschrijven. De muffe, maar tegelijkertijd opwindende geur van oude en nieuwe boeken, de geur van vers papier, de spanning van al die nog ongelezen verhalen die in de lucht hangt. Kinderboeken, thrillers, romans, prentenboeken; ze stonden er allemaal, gesorteerd op leeftijd, genre en schrijver. Ik verdiepte me in allerlei boeken en hoewel ik niet alles begreep, vond ik het heerlijk.

Die liefde voor lezen en rondsnuffelen tussen allerlei boeken is nooit weggegaan. Vroeger was ik al regelmatig in de bibliotheek te vinden en elke week nam ik weer een stapel mee. Het fascineerde me hoe schrijvers met allerlei woorden een zin wisten te vormen. Elk woord en elke zin had een betekenis, over alles was zorgvuldig nagedacht. Met die zinnen uitten ze hun gedachten, gevoelens en fantasie. Ze creëerden een wereld die ik, wanneer ik een boek opensloeg, binnenstapte en kon gaan verkennen. De mooiste verhalen zaten verborgen achter de dikke kaften, verstopt tussen de witte bladzijdes die gevuld waren met zwarte letters. Ik zocht de verhalen uit die me boeiden, ontroerden of juist aan het lachen wisten te maken. Die verhalen kocht ik, en gaf ik als trofeeën een plaats op mijn boekenplank. Het had (en heeft) iets magisch. De boekwinkel was voor mij een indrukwekkende plek.

Nu staan veel boekwinkels op het punt te verdwijnen. We zijn bij het digitale tijdperk aangekomen en de e-reader probeert langzaam maar zeker het gebonden boek te vervangen. Hoewel veel mensen het een uitkomst vinden om niet meer elke vakantie drie kilo aan boeken mee te hoeven nemen, verafschuw ik het ding. Het boek vasthouden en openslaan, de pagina’s door mijn vingers laten glijden de geur van het papier opsnuiven; voor mij is het de ultieme leeservaring. Een ervaring die het e-book, als digitale boekenkast, nooit zal kunnen vervangen.

Een doos vol emotie

De deurklink heeft zijn glans verloren. Ook de deur, die eens wit was, heeft er beter uitgezien. Voorzichtig duw ik de deurklink omlaag. De deur kraakt, terwijl de kamer erachter langzaam zichtbaar wordt. Ik heb deze kamer veel te lang vermeden. Misschien uit angst voor wat ik achter de wit gepolijste deur aan zou treffen. Of misschien was ik bang voor de confrontatie.

Hoe dan ook, het moest er ooit van komen. Een kamer zoals deze kun je niet je hele leven lang ontlopen. Of je het wilt of niet; je komt hem tegen. Of je leven nou de wending krijgt die je had gehoopt of dat het totaal het tegenovergestelde wordt, ergens kom je de kamer tegen. De kamer met de krakende deur en de doffe klink. Vandaag is het mijn beurt. Mijn onderbuik gevoel negerend, zet ik een stap de kamer in. Zodra ik de deur loslaat, valt hij piepend in het slot. Een streep licht valt door het smalle dakraam naar binnen, net genoeg om de spullen die in de kamer staan te kunnen onderscheiden. Het zijn er niet veel. Er staat een houten krukje, dat wiebelt wanneer je erop gaat zitten. Tegen de muur staat een kast, die zowel lang als breed is. Ik zet nog een stap, waardoor ik tegenover de kast kom te staan.

In de kast staan allerlei dozen. Op elke doos zit een sticker die aangeeft wat zich in de doos bevindt. Het zijn gewone, simpele dozen. Toch is de inhoud ingewikkeld en in sommige gevallen confronterend. Mijn oog valt op een label. ”Twijfel”, staat er in een net handschrift op geschreven. De deksel heeft al zijn kleur verloren, zo vaak is de doos geopend. Ernaast staat nog een doos met hetzelfde label en hetzelfde versleten deksel. Deze dozen moet ik minder vaak openen, besluit ik voor mezelf. Ik kijk naar de volgende doos. ”Angst”, lees ik hardop. Aan de dikke laag stof die op het deksel ligt, kun je zien dat ik deze doos al lange tijd niet geopend heb. Ik zet een stap verder om een andere doos te bekijken, die het label ”verdriet” draagt. Het deksel ligt er maar voor de helft op, maar zelfs als dat niet zo zou zijn zou ik het van binnen weten: deze doos open ik te vaak. Soms bijna dagelijks. Snel richt ik me op de volgende. De doos straalt uit wat op het label geschreven staat. ”Woede”, een emotie die ik de laatste tijd aardig in bedwang heb kunnen houden.

Ik loop langs nog veel meer dozen en laat af en toe mijn vinger over een deksel glijden. Wanhoop, onzekerheid, spijt, jaloezie, schuldgevoel; ik durf ze niet te openen, bang om meegezogen te worden in de emoties. Ik wil de momenten waarop ik me zo voelde niet zien. Ik wil ze het liefst vergeten, uit mijn hoofd verbannen en de dozen ergens ver weg in een hoekje zetten. Toch kan dat niet. Gauw richt ik me op de dozen met emoties die ik wel graag voel. Als eerste valt mijn blik op ontelbare dozen met het label ”liefde”. Ik glimlach, wetend dat ik veel liefde voel. Voor mijn vriend, de mensen in mijn omgeving, de kat, mijn familie. Het woord liefde markeert gelukkig veel momenten in mijn leven. Nu kom ik bij ”geluk”, de volgende emotie waar ik regelmatig mee te maken heb. Voorzichtig blaas ik een paar stofjes van de deksel, waarna ik de doos uit de kast haal en voor me op de grond zet. Op mijn knieën zit ik ernaast. Als ik de doos open, stralen de gelukkige momenten die ik mijn leven heb meegemaakt me toe. Ik bekijk er een paar, waarvan de meesten me laten glimlachen. Ik besluit de doos terug te zetten en richt me op de andere dozen. Rust, trots, vreugde, verlangen, blijdschap, hoop, tevredenheid, vastberadenheid en doorzettingsvermogen; ik kom ze allemaal tegen.

Na mijn tocht langs alle dozen staat het krukje uitnodigend voor me klaar. Na een korte aarzeling besluit ik erop te gaan zitten. Ik sluit mijn ogen en denk na over wat deze kamer me geleerd heeft. Ik heb ontdekt dat ik sommige emoties te vaak beleef. Sommige dozen moet ik wat vaker ongeopend laten, maar het is me een raadsel hoe ik dat voor elkaar moet krijgen. Dozen met emoties waar ik me fijn bij voel, zoals liefde, geluk en blijdschap, wil ik vaker openen. Even wat vaker genieten van alle mooie momenten in plaats van te vaak stil te staan bij de minder mooie dingen. Ook ben ik erachter gekomen dat er geen slechte of goede emoties zijn. Uit elke emotie, uit elk moment, valt een les te halen. Alle emoties zijn nodig om mijn leven in evenwicht te houden.

Terwijl ik de deur achter me sluit, werp ik een laatste blik in de kamer, me afvragend wanneer ik hier weer zal komen. Waarschijnlijk op een dag dat ik er echt klaar voor ben.

Een vak apart

Zoals elk jaar was de koninklijke familie ook dit jaar op wintersport in Lech, een geliefd gebied voor wintersport in Oostenrijk. Hun skivakantie in het sprookjesachtige landschap had een welverdiende periode van rust moeten zijn, maar het liep heel anders.


Vrijdag werd er een waarschuwing afgegeven voor lawines. En niet zomaar een waarschuwing. Het lawinegevaar bereikte niveau vier, het op een na hoogste niveau. Toch leek prins Friso zich er niets van aan te trekken. Hij kende het gebied op zijn duimpje, kwam er al bijna vijftien jaar en kon skiën als de beste. Daarom was het ook niet zo vreemd dat hij de rust op zocht buiten de pistes, waar lange stroken witte poedersneeuw op hem wachtten. Geen enkele persfotograaf te bekennen. Alleen hij, een vriend en het betoverende landschap. Toch ging het mis. Ondanks zijn ervaring raakte hij bedolven onder een lawine. De vriend droeg een speciale uitrusting waarmee hij een signaal kon afgeven, maar de prins niet. Na vijftien tot twintig minuten werd hij onder de sneeuw vandaan gehaald, gereanimeerd en naar het ziekenhuis afgevoerd. Nu ligt hij daar nog steeds. Zijn toestand is stabiel, maar hij is niet buiten levensgevaar. De hele wereld wacht in spanning op de afloop van dit ongelooflijke verhaal.

Natuurlijk is het heel erg dat dit gebeurd is. Het is een heel heftige gebeurtenis en heel Nederland leeft met de koninklijke familie mee. Het is nog geen dag uit de kranten geweest, vanochtend was een update over de toestand van de prins zelfs nog voorpaginanieuws bij de Telegraaf. Op de website van de sensatiekrant kun je alles rondom het drama live volgen via een speciale weblog die de hele dag door bijgehouden wordt. De Telegraaf is niet de enige krant die over het voorval bericht. De Amerikaanse nieuwzender CNN duidt het nieuws aan met ”Breaking news”, op Nu.nl is er een speciale ”Prins Friso” afdeling op de website, de BBC heeft erover bericht en zelfs in China is het ongeval niet onbekend gebleven. In Zweden, Spanje, Argentinië, Finland en Rusland; wereldwijd verspreiden kranten en televisiestations het nieuws.

Gaat dit niet te ver? Het is heel erg dat de prins een ongeluk heeft gehad, maar waarom moet het elke dag opnieuw in de kranten staan? Er verongelukken dagelijks mensen en daar hoor je weinig tot niets over. Ik begrijp dat Nederland op de hoogte gehouden wil worden van alle ontwikkelingen rond de toestand van de prins, maar zijn daar weblogs voor nodig die elk halfuur een update geven en kranten die elke dag een artikel op de voorpagina zetten, ook al is de toestand ongewijzigd? Persoonlijk vind ik het te ver gaan. Het lijkt wel alsof journalisten tegenwoordig alles aangrijpen om de lege ruimtes in hun kranten op te vullen. RTL houdt tussen de uitzendingen door korte onderbrekingen waarin ze de kijkers informeren over eventuele updates en de prins vormt ook een onderdeel van bijna elk NOS journaal. Dit is geen nieuws meer, dit is een hype.

Als een dierbare van mij in het ziekenhuis zou liggen in kritieke toestand, zou ik maar aan een ding behoefte hebben: privacy. Denken alle persfotografen en journalisten dat de prins sneller herstelt door al die overdreven media aandacht? Ik denk het niet. Dit doet me denken aan andere hypes, zoals nieuws rondom talentenshows en het leven van beroemdheden. Moeten we nou echt per se weten of Paris Hilton wel of geen relatie heeft met Afrojack, of Patricia Paay echt veertig keer botox heeft laten inspuiten en of die ene voetbalspeler een transfer heeft aangevraagd? Boven alles zijn deze beroemdheden gewoon mensen, die toevallig een rijke vader hebben of goed met een bal om kunnen gaan. Laten we het nieuws rondom hen dan ook zo normaal mogelijk behandelen. Het is toch belachelijk dat er hele roddelbladen gevuld kunnen worden met al dat onzinnige nieuws?

Journalistiek vond ik altijd een mooi, eervol beroep. Je zult het nieuws maar op zo’n manier vast kunnen leggen dat het anderen aanspreekt, dacht ik altijd. Dan moet je echt talent hebben. Mijn kijk daarop is nogal veranderd sinds elk onbetekenend nieuwtje voorpaginanieuws kan worden. Soms verlang ik terug naar de tijd waarin nieuws echt nieuws was. Toen was journalistiek tenminste nog echt een vak apart.