Waarom het onterecht is dat Pfauth de Jonge Schrijversavond cultuurbarbaren noemt

Afgelopen vrijdag had ik een fantastische avond in Amsterdam op de Jonge Schrijversavond. Interessante schrijvers, mooie gesprekken, bijbehorende muziekjes en een luchtige sfeer. Tijdens de pauze kwam ik Ernst-Jan Pfauth tegen en omdat ik hem een paar maanden geleden voor de Jonge Schrijversavond interviewde, wilde ik weten hoe hij de avond ervoer.

[heading margin_top=”14″]Als je geen informatie deelt, ben je ’n cultuurbarbaar[/heading]

‘Maurice doet het fantastisch,’ vond hij. Toen ik gisteren een kritisch stuk over cultuurbarbaren van zijn hand las waarin hij de Jonge Schrijversavond impliciet daaronder schaarde, was mijn verbazing dan ook groot. In het stuk schrijft hij hoe jammer het is dat ‘hoge’ cultuur en kunst zo ontoegankelijk is.

Daarbij haalt hij het gesprek tussen Maurice Seleky en schrijver Charlotte van Zanten op de Jonge Schrijversavond aan. De laatste noemde een naam van Japanse schrijver die ze bewonderde. Seleky merkte kort op dat ‘dat die schrijver was die geen waardering vond bij een bepaalde generatie’. Tussen de regels door lees je dat Pfauth graag meer achtergrondinformatie bij deze schrijver had gehad.

De ‘cultuurbarbaren’ die hij verwijt dat soort informatie voor zichzelf te houden, zouden met dedain neerkijken op lage kunst of kunstkenners die hoge kunst toegankelijk proberen te maken:

‘Ik heb te doen met cultuurbarbaren die hun zelfvertrouwen ontlenen aan de gedachte dat zij wel weten wie die ‘véél te weinig gelezen’ Japanner is, en de vijfhonderd andere aanwezigen niet.

Ik bewonder hen die de hoge cultuur kunnen bevatten, door de knieën gaan en hun kennis intelligent en toegankelijk overbrengen op hen die ware schoonheid willen ontdekken.’

[heading margin_top=”14″]Literatuur toegankelijk maken is niet het hoofddoel[/heading]

Zijn punt begrijp ik, want kunst verdient een groter publiek. Het publiek verdient op haar beurt iemand die hen op begrijpelijke wijze meevoert in liefde voor de kunst. Maar wat ik helemaal niet begrijp, is dat hij de Jonge Schrijversavond als voorbeeld noemt. Als iemand ervoor heeft gezorgd dat literatuur toegankelijker is geworden voor jongeren, is het initiatiefnemer Seleky wel.

Daarnaast gaat Pfauth voorbij aan het doel van de avond. Seleky is de avond vijf jaar geleden begonnen om jonge schrijvers in contact te brengen met hun publiek en hen ondanks hun jonge leeftijd een groots podium te geven. De Jonge Schrijversavond wil bijdragen aan literatuur van de toekomst en een nieuw publiek daarvoor enthousiasmeren.

Daarom ligt de nadruk tijdens de avond op de jonge schrijvers en hun werk. Dat er niet dieper ingegaan wordt op die ‘véél te weinig gelezen’ Japanse schrijver, komt niet doordat Seleky arrogant is of een misplaatst zelfvertrouwen in zijn literaire kennis heeft. Er is simpelweg niet genoeg tijd om het uitgebreid over een andere schrijver te hebben als de jonge schrijver in kwestie zelf zoveel interessants te vertellen heeft.

Als de avond er echt puur om zou draaien literatuur en onbekende schrijvers voor een breed en jong publiek toegankelijk te maken, zou Pfauth gelijk hebben. Dat is echter niet de insteek van de Jonge Schrijversavond en daar gaat Pfauth in zijn stuk volledig aan voorbij.

De Jonge Schrijversavond biedt het publiek een snelle, vermakelijke en luchtige kennismaking met jonge schrijvers en de door hen geschreven boeken. Pfauth host zelf een soortgelijke literaire avond die zich laat kenmerken door luchtigheid, humor en weinig tot geen literaire voorkennis. Het komt zelfs terug in de slogan van Literaturfest: ‘Niet gehinderd door enige kennis van zaken.’

En dan vraag ik me toch af: waar zit daar dan de door Pfauth gewenste toegankelijke diepgang in?

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.