Als je dit jaar wél die roman wil schrijven, verander dan je schrijfgedrag

Op dit moment lees ik een interessant boekje van Ben Tiggelaar over gedragsverandering. Tiggelaar is een soort managementgoeroe die leeft van lezingen, schrijven en onderzoeken. Zijn specialiteit is het veranderen van gedrag en daar schreef hij onder andere het boek ‘Dromen, durven, doen’ over. De aanstekelijke titel en de diepe wens om óók te leren hoe ik zelf bewust bepaald gedrag kan veranderen, heeft me gestimuleerd het boek te kopen.

[heading margin_top=”14″]Dit jaar werk je wél aan die roman[/heading]

Terwijl ik het las, dacht ik regelmatig aan de reactie die een lezer maanden geleden onder een stuk plaatste: ‘Vorig jaar zei ik tegen mezelf dat ik echt gepubliceerd wilde worden. Voor ik het wist was het jaar voorbij en was er niks veranderd.’ Voor mij was het heel herkenbaar. Ik heb al minstens vijf romanideeën liggen waar ik niet aan begin, omdat ik excuses blijf verzinnen (‘In de vakantie heb ik tijd’) en mezelf voorhoud dat op dit moment andere dingen belangrijk zijn (studie, bloggen, korte verhalen).

Wanneer ik het boekje uit heb zal ik waarschijnlijk wel over schrijven, maar voor nu deel ik mijn tips om je gedrag te veranderen. Tijdens NaNoWriMo is het me bijvoorbeeld wel gelukt om een halfbakken roman te schrijven, dus waarom zou het in de rest van het jaar niet ook kunnen? Op naar het schrijven van die roman!

1. Waarom wil je het verhaal schrijven?

Stel jezelf deze simpele vraag: waarom wil je het verhaal schrijven? Is het belangrijk voor je? Ja? Waarom dan? Misschien helpt het verhaal je om iets uit je verleden te verwerken, om met problemen om te gaan die je nu hebt of om jouw perspectief op een probleem/gebeurtenis te laten zien. Wat het ook is, zorg dat je die intrinsieke motivatie achterhaalt. Wees eerlijk tegen jezelf, maar ook realistisch: gepubliceerd worden is een leuke bijkomstigheid, maar meestal niet de échte reden om jouw verhaal op papier te zetten.

Als je de reden weet en je motivatie helder hebt, schrijf het dan op een post-it en plak die ergens waar je vaak komt. Op je bureau, op je computerscherm, achterop je telefoonhoesje, op je wekker; iets waar je vaak naar kijkt. Op die manier wordt je regelmatig met je motivatie geconfronteerd en weet je op moeilijke momenten ook waar je het voor doet.

2. Stel een deadline

Het grootste probleem van de lezer die ik hierboven noemde, is dat zijn deadline te ruim is. Een jaar telt twaalf maanden en dat is een lange tijd. Het is dan ook logisch dat je nooit aan je verhaal begint, omdat je onbewust weet dat je nog veel tijd hebt. Het probleem is alleen dat je dat blijft denken en daardoor het hele jaar niet aan je roman toekomt. Stel daarom een echte deadline voor jezelf en wees daarbij realistisch.

Geef je deadline echt een tijdsbepaling. Dus niet: ‘Voor ik vijfentwintig ben moet ie af zijn,’ maar ‘Volgende week wil ik vijf bladzijden geschreven hebben’. Spreek bijvoorbeeld met jezelf af om op je vrije zaterdagmiddag twee bladzijden te schrijven. Als je weet dat je een drukkere week hebt, bijvoorbeeld door tentamens, verlaag je het naar bijvoorbeeld één bladzijde. Hoe specifieker je deadline, hoe beter.

3. Maak een ruwe planning

Planningen zijn fantastisch, omdat ze je rust geven en omdat je daarmee een afspraak maakt met jezelf. Pak een vel papier en schrijf op wanneer je wat vrije tijd hebt. Als dat zoals in het voorbeeld hierboven elke zaterdag is, zet dan alle zaterdagen waarop je tijd hebt onder elkaar. Zet de datum erbij en de tijd: hoe laat begin je die dag met schrijven? Maak het specifieker door erbij te zetten aan welk stuk van je roman je die dag wil werken.

Wil je het plot helder hebben? Wil je de belangrijkste personages uitwerken? Wil je je echt richten op het schrijven van een paar bladzijden? Zet het erbij zodat je niet eerst tien minuten van je tijd verspilt door naar een lege pagina te staren. Als je weet wat je moet doen, kun je meteen beginnen. Tip: plan niet te strak, want dan is de kans groot dat je het telkens net niet haalt. Dat is ontmoedigend en geeft je sneller reden tot opgeven.

Naamloos

4. Beloon jezelf

Om jezelf te blijven motiveren, is het goed jezelf af en toe te belonen. Het hoeft niet iets groots te zijn. Beloon jezelf bijvoorbeeld met een kop koffie als je de helft van je schrijfwerk af hebt voor die dag. Of dat lekkere toetje na het avondeten wat je al wekenlang niet gegeten hebt. Doe in elk geval iets waar je een goed gevoel bij krijgt. Als je jezelf beloont na het afronden van bepaalde taken, slaan je hersenen die verbinding op (dit komt uit het boekje). Je hersenen associëren die taak dan met iets goeds (de beloning) en daardoor begin je er de volgende keer makkelijker aan.

5. Verander je droom

Soms werk je naar iets toe waarvan achteraf blijkt dat je daar toch nog niet klaar voor was. Dat kan. Als je tegen het schrijven van die roman op blijft zien, is het misschien goed om je aandacht eerst op korte verhalen te richten. Op die manier raak je met het schrijven vertrouwd en kun je sneller verhalen afronden (want ze zijn korter), waardoor je sneller voldoening van je werk hebt. Blijf jezelf afvragen: wil ik dit echt nu? Of kan ik er beter even mee wachten? Sommige dromen hebben tijd nodig.

Heb jij tips om schrijfgedrag te veranderen?

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • yeahfleur

    Bij mij spookt een boek of in ieder geval een verhaal al een tijdje door mijn hoofd.
    Nu ik het boek Schrijven Kreng van Lisette jonkman heb aangeschaft word dit alleen maar erger, nu ik dit artikel van jouw lees krijg ik er alleen nog maar meer zin in het daadwerkelijk te proberen.
    Wie weet wat 2015 brengt? Hopelijk kan ik dit doorzetten en jij ook!