De spelregels kennen maakt niet alleen squashen maar ook schrijven leuker

‘Om zeven uur hebben we de baan,’ meldde mijn broer me vorige week. Hij squasht al maanden, ik heb het nog nooit gedaan. Een mooi moment om het mijn zusje eens te leren, moet hij gedacht hebben. Hij reserveerde de squashbaan, ik haalde de rackets en het balletje op. ‘Het ziet eruit als een blauwe bes,’ vond ik. ‘Maar dan groter. En harder.’ Demonstratief mepte ik de bal in zijn richting. ‘Kijk je uit? Ik heb geen levensverzekering.’

[heading margin_top=”14″]’Heb je de spelregels niet gelezen?’ [/heading]

Hij serveerde en sloeg de bal zacht tegen de muur. De bal stuiterde een meter van de muur af. Ik keek ernaar en deed niets. ‘Wat is dat voor zacht balletje?’ vroeg ik. De bal rolde in mijn richting. Ik pakte hem op en gebruikte kracht om de bal tegen de muur te slaan. Mijn broer hoefde niet eens te bewegen om de bal te raken en sloeg opnieuw zacht. Weer rolde de bal in mijn richting en weer moest ik serveren.

‘Heb je de spelregels niet gelezen?’ vroeg hij.
Hij nam de bal van me over en sloeg hem via de zijmuur naar de achtermuur.
‘Nee, natuurlijk niet. Ik ben hier om te oefenen.’
‘Dan leer je het nooit,’ vond hij.
‘Waarom niet? Het is geen wedstrijd, het is for fun.’

Terwijl hij een wedstrijd tegen zichzelf speelde, googelde ik de belangrijkste spelregels. Er staan twee rode strepen op de achtermuur, de bal moet de muur tussen die strepen raken. De bal mag na het raken van de muur maar één keer stuiteren, anders levert het je tegenspeler een punt op. En als je serveert, moet je in het rode vak aan ‘jouw kant’ van de baan staan.

[heading margin_top=”14″]De spelregels kennen, maakt het spel leuker[/heading]

‘Als je die drie onthoudt, kom je al een heel eind,’ beloofde mijn broer. We speelden verder en besloten er een wedstrijd van te maken. Na een kwartier had ik nog maar vier punten, hij had er negen. Toch was het spel leuker nu ik de regels kende. Doordat ik de regels kende, de grenzen van het spel, kon ik zien of ik het goed deed. Ik kon zien dat ik beter werd, het spel doorkreeg.

Het deed me denken aan het schrijfboek ‘Schrijven is schrappen’. Voordat ik aan het boek begon, herschreef ik mijn verhalen amper. Ik haalde spelfouten eruit en veranderde wat woorden, maar ik keek nooit écht kritisch naar de tekst. Het leek me niet belangrijk, net zoals het leren van de spelregels van squash me niet nodig leek. Het omgekeerde is waar: het is wél belangrijk, maar ook leuker.

De spelregels kennen, maakt het spel leuker. De schrijfdogma’s kennen, maakt het schrijven leuker. Dan zie je na het schrijven van een tekst ineens wat nog weg kan om hem sterker te maken. Je ziet dat je teksten verbeteren en kunt benoemen waardoor dat komt. Eerder dacht ik dat mijn verhalen beter werden naarmate ik in het schrijven groeide, nu kan ik het met behulp van de regels deels meten.

Nadat ik van mijn broer verloor, hebben we samen nog even for fun gespeeld. Zonder regels ergens aan beginnen is prima, maar weten dat je de regels kent geeft je net wat meer zekerheid.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.