De kerk leerde me als jong meisje dat schrijven vrijheid betekent

Toen ik Franca Treur ontmoette, schrijfster van het bijzondere ‘Dorsvloer vol confetti’, zei ik dat ik haar boek herkenbaar vond. In haar boek beschrijft ze hoe een twaalfjarig meisje opgroeit in een strenggelovig gezin en vaak ‘in haar hoofd’ zit. Net zoals duizenden anderen ben ik ook christelijk opgevoed en bracht ik de zondagochtenden door in een muf ruikende kerken met een weerhaantje op de toren. Ironisch genoeg was het juist de kerk waarin ik leerde dat schrijven vooral vrijheid betekent.

[heading margin_top=”14″]Als kind begrijp je de preek niet, dus dwaal je af[/heading]

Wanneer je als jong meisje in de kerk zit, dwaal je af. Je zingt mee met de psalmen, sluit je ogen voor het gebed en luistert aandachtig wanneer de dominee met zijn preek begint. Toch is het onvermijdelijk dat je gedachten afdwalen. Wie weleens een kerkdienst heeft bijgewoond, weet dat preken vol woorden zitten die jonge kinderen nog amper begrijpen. Daarom zijn er speciale kinderdiensten, mogen kinderen in een andere ruimte een christelijke kleurplaat inkleuren of iets creatiefs maken.

In de kerk waar wij naartoe gingen, bestond dat niet. De jongsten, zoals baby’s en peuters, konden in de kindercrèche terecht. Wij moesten blijven zitten. Voor volwassenen was de preek het mooiste van de hele dienst, mentale energie waarmee ze de rest van de week konden trotseren. Voor ons, jonge kinderen, betekende het verveling, aan mouwen trekken om horloges te kunnen zien en proberen stil te blijven zitten.

Wij wensten dat het over was en we weer een liedje mochten zingen, zij keken ernaar uit. Het blijft een fascinerend verschil. Zodra het voor mij onbegrijpelijk werd, vroeg ik aan mijn vader of ik een zakdoekje en zijn pen mocht. Hij droeg altijd een pen in zijn borstzakje en daar maakte ik tijdens de diensten graag gebruik van. Dan volgde ik de lijntjes op het Tempo-zakdoekje en tekende ik ze over met pen. Nog voor de preek over was, waren alle lijntjes ingekleurd.

[heading margin_top=”14″]Terwijl ik zakdoekjes kleurde, ontdekte ik: schrijven is vrijheid[/heading]

Uit het feit dat ik op een zakdoekje tekende, bleek overduidelijk dat ik niet langer luisterde naar wat er werd gezegd. Maar het mocht, want het hielp me om geconcentreerd te blijven. Ik zat stil, maakte geen geluid en niemand had er last van. Als ik het zakdoekje af had, keek ik om me heen. De meeste mensen luisterden aandachtig, hun hoofden naar de preekstoel opgeheven. Soms viel me op dat er mensen waren die, net als ik, iets anders deden. Sommigen staarden afwezig voor zich uit en anderen schreven driftig in schriftjes.

Van mijn vader leerde ik dat ze de preek beschreven, zodat ze het later terug konden lezen en de boodschap onthielden. Ik vroeg of ik dat ook mocht doen. Hij schudde glimlachend zijn hoofd. Waarschijnlijk wist hij al dat ik de preek toch niet kon volgen, laat staan beschrijven. Dus hield ik het bij afdwalen. Net als het twaalfjarige meisje uit de debuutroman van Treur, zat ik ‘in mijn hoofd’, waar ik verhalen verzon om de verveling tegen te gaan.

Ineens ontdekte ik dat de preek snel voorbij was wanneer ik in mijn hoofd even naar een andere wereld ging. De woorden van de dominee vervaagden tot achtergrondgeluid en de verhalen in mijn hoofd werden voor een uur mijn werkelijkheid. Steeds vaker liet ik de zakdoekjes in hun verpakking zitten. Nu ik daarop terugkijk, realiseer ik me dat het verzinnen van verhalen, het schrijven, je vrijheid geeft. De vrijheid om niet in de ruimte te zijn waar je op dat moment bent, om je eigen realiteit te creëren en je af te sluiten voor wat er om je heen gebeurt.

Schrijven is een manier om je vrij te voelen, zelfs als je tijdelijk gevangen zit tussen vier muren die je uit beleefdheid niet kunt verlaten. Vrijheid, de mogelijkheid om zelf te bepalen wat je doet, hoe je je voelt en wat je denkt; het is een enorm voorrecht om vrij te kunnen zijn. En op momenten waarop je iets minder vrij bent, brengt schrijven je er heel dichtbij.

Deze blogpost is geschreven als onderdeel van de Blog NL Maand #2  waaraan ik meedoe.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • Mooi stuk, en voor mij ook erg herkenbaar. Althans, ik was niet goed in fantaseren, maar wachtte ook altijd met smart op het ‘amen’ van de dominee wat het einde van een lang gebed of de preek betekende. Ik verdeed mijn tijd met tellen (van de glas-in-lood-raampjes, de kroonluchters, het aantal collectezakjes, etc.). Voor mij als kind vormden het doorgeven van rollen Mentos of Fruittella het hoogtepunt van de kerkdienst.

  • karin

    gek eigenlijk, dat de kerk juist mensen wil behouden maar dit niet goed lukt bij de allerjongsten. verkeerde kerkmarketing?