Hoe een simpele parkeerinstructie een onmisbaar schrijfadvies werd

‘Hier, neem jij het stuur maar over’. Ik schoof naar de bijrijdersstoel en mijn vriend nam plaats achter het stuur. Ik had gereden, nu parkeerde hij de auto. De eerste maanden nadat ik mijn rijbewijs haalde, ging het zo. Parkeren vond ik altijd lastig. Deels omdat ik al jaren hoorde dat vrouwen niet konden parkeren en deels omdat ik teveel nadacht. ‘Je moet niet nadenken,’ zei mijn instructeur. ‘Je moet het gewoon doen.’ Moest ik hier insturen, of nog twee seconden wachten? En dan terugsturen? Nee, wacht, dan zou de auto scheef staan.

[heading margin_top=”14″]De kat van de buren kun je altijd aanrijden[/heading]

Parkeren brengt risico’s met zich mee. Je kunt de auto van iemand anders raken of je eigen auto beschadigen. Je kunt een kind aanrijden dat over straat rent of een kat net te laat zien. Misschien moet je wel vijf keer insteken, zodat de bestuurders om je heen zich afvragen hoe je je rijbewijs ooit gehaald hebt. Al die risico’s zorgden ervoor dat ik het parkeren tijdelijk uitbesteedde aan degene die naast me in de auto zat. Die kon het vast beter.

Toen ik laatst boodschappen deed, parkeerde ik drie keer. Een keer bij de Albert Heijn, een keer bij de C1000 en een keer bij de bakker. Drie keer schoot ik in de stress, want dit kon ik toch eigenlijk niet? Ik was toch beginnend bestuurder, dit zou ik toch pas doen als ik echt kon rijden? Drie keer moest ik meerdere keren insteken. Drie keer stond ik een beetje scheef, maar de auto stond in het parkeervak. En dat had ik zelf gedaan.

De risico’s die ik lange tijd als barrière opwierp, zijn risico’s die niet specifiek voor parkeren gelden. Ik kan ook een kat aanrijden als ik door een woonwijk rijd of de auto beschadigen door een stoeprandje mee te nemen. De risico’s zijn er altijd. Ze horen bij het autorijden, maar ze hoeven het parkeren niet onmogelijk te maken. Al associeer ik het woord vooral met auto’s die scheef in parkeervakken staan.

[heading margin_top=”14″]Schrijven parkeer ik op de slechtste plekjes in mijn agenda[/heading]

Naast auto’s, parkeer ik nog iets anders. Schrijven. Er is niets dat ik zoveel vooruit schuif, insteek en overweeg als schrijven. Ik parkeer het op de slechtste plekjes in mijn agenda, in m’n hoofd, in een specifieke maand (november) of in een ander jaar. Want er is altijd wel een risico. Ik ben te jong, ik ken het onderwerp waarover ik wil schrijven niet goed genoeg, er is een blogpost die eerst geschreven moet worden, het idee is nog te vaag, ik heb niet zo’n creatieve bui en qua tijd komt het toch ook wel heel slecht uit.

Ik weet dat er veel aspirant-schrijvers zijn die worstelen met die gedachten. Je kunt geen goed boek schrijven als je achttien bent, je moet eerst alle klassiekers gelezen hebben, misschien de universiteit doen om wat elitaire woorden in je tekst te kunnen gooien, meer levenservaring opdoen of minstens dertig zijn. In feite is dit niet anders dan parkeren. Als ik blijf volhouden dat ik pas kan parkeren als meer rijervaring heb, wanneer is dat moment dan? Waarom zou ik er over drie jaar beter in zijn als ik het in de tussentijd nooit oefen?

Schrijven lijkt op parkeren. Je moet misschien vijf keer insteken voor het eindelijk eens lukt. Waarschijnlijk sta je scheef, en er zijn vast mensen die zich afvragen waarom je ooit dacht dat je dit kon. Maar ook dan geldt het advies van mijn rij-instructeur: je moet niet nadenken.
Je moet het gewoon doen.

Deze blogpost is geschreven als onderdeel van de Blog NL Maand #6.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • Nanouk van Gennip

    Leuk Rosalinde! Dit is niet je microblog he 😉 ik heb dat trouwens ook, van dat parkeren, zowel in de auto als met schrijven. Is t een generatieding, een vrouwending of gewoon menselijk?

    • Linda Rosalinde Markus

      Haha nee, m’n microblog komt er nog aan. 😉
      Misschien is het wel een aangepraat vrouwending! Nog voordat ik voor het eerst parkeerde, dacht ik al dat ik er niet goed in zou zijn. Puur omdat je dat altijd al hoort. Vrouwen kunnen niet parkeren. Wat zou er gebeuren als het stereotype was: vrouwen kunnen fantastisch parkeren? 😉

    • karin

      tijdens mijn rijlessen was ik juist goed in parkeren maar bochtje achteruit niet. (geen rijbewijs trouwens.) 😛

  • karin

    en oefening baart kunst! 😉

  • Deisy

    Heel herkenbaar. In het begin parkeerde ik ook niet of op hele ruime plaatsen. Maar zoals met alles in het leven: oefening baart kunst en tegenwoordig draai ik mijn hand niet meer om voor parkeren 🙂 En dat geldt ook met schrijven: al doende leert men.. er is namelijk nooit “een goed moment”.