Schrijvers Myrthe v/d Meer en Murat Isik: ‘Forceer geen boodschap’

‘Hoi,’ zei ik, en ik kwam bij haar tafeltje staan. Het was niet de meest originele manier om een gesprek te beginnen, maar dat leek schrijfster Myrthe van der Meer niet uit te maken. Ze glimlachte en keek me uitnodigend aan. De Diorapthe Jongerenliteratuur Prijs 2013 was net uitgereikt en genomineerden die zonder oorkonde naar huis gingen, konden tijdens deze borrel hun troost in de drank zoeken. Of aan een tafeltje staan en met een bezoeker praten, zoals Myrthe deed. ‘Netwerken,’ had er op de flyer gestaan die de uitreiking aankondigde. Ik geloofde er niet in, het klonk zo afstandelijk. Maar de kans om tijdens de borrel met schrijvers te praten, greep ik graag aan.

Myrthe was de eerste die me met haar stralende blik naar zich toe zoog. ‘Jammer dat jouw boek niet gewonnen heeft,’ zei ik. Ze glimlachte. ‘Ik had niet verwacht dat PAAZ zou winnen, want ik vind het niet echt een jeugdboek.’ ‘Maar het lijkt me wel een mooie erkenning voor jou als schrijver dat je genomineerd bent,’ vond ik. Ze knikte. Naast haar lagen twee bossen bloemen, verpakt in roze crêpepapier. ‘Ik vond het wel lastig,’ bekende ze lachend, ‘want eigenlijk heb ik er geen tijd voor. Ik moet schrijven.’ Schrijver Murat Isik, die de prijzen namens de jury had uitgereikt, kwam erbij staan en ving haar laatste zin op. ‘Ja,’ lachte hij. ‘Zeker als je de ambitie hebt één boek per jaar uit te brengen.’ ‘Ik weet niet of dat lukt hoor,’ gaf Myrthe terug, ‘maar ik probeer het wel.’ ‘En dat is goed,’ vond Murat.

Ineens stond ik met twee schrijvers te praten. Weliswaar debutanten, maar veelbelovend en nu al succesvol. Het voelde onwerkelijk. Murat kende ik vooral van video interviews en Myrthe leerde ik kennen door de debutantenblog waar ze beiden voor schrijven. ‘Trouwens,’ zei Myrthe ineens, ‘ik heb wel de winnaars goed voorspeld.’ ‘Echt? Ik verwachtte dat jij de Publieksprijs zou winnen. Dat PAAZ als onverwachte verrassing ineens in beeld zou staan. Ik dacht dat ze een foutje maakten toen het boek van John Green weer in beeld kwam,’ vertelde Murat. ‘Een boek heeft nog nooit twee keer gewonnen.’

‘Waarom schreef je PAAZ eigenlijk?’ vroeg ik toen. ‘Omdat je je ervaringen wilde delen?’ Myrthe schudde haar hoofd. ‘Ik schreef het voor mezelf, omdat ik alle herinneringen en ervaringen wilde bewaren. Halverwege besefte ik pas dat het een boek ging worden. Het is echt mijn boek, de cover heb ik ook zelf getekend.’

 

‘Schrijf jij zelf ook?’ vroeg Murat daarna aan mij. ‘Nou ja, schrijven.. Ik schrijf graag, maar ik heb geen boeken geschreven.’ Hij begon meteen enthousiast over het schrijven te vertellen en deelde zijn adviezen. ‘Je moet veel lezen en veel schrijven. Niet één van de twee, maar allebei. Lees de fantastische schrijfboeken ‘De wil en de weg’ van Jan Brokken en ‘On writing’ van Stephen King en schrijf daarna veel korte verhalen. Je moet levenservaring opdoen, jezelf leren kennen en achterom kunnen kijken. Veel debutanten zijn nu net twintig en ik denk dat dat te jong is om een goed boek te kunnen schrijven. Als je op je twintigste achterom kijkt, zie je je kindertijd. Nou, interessant. Je pen moet rijpen.’

Hij weet waar hij over praat, want zelf debuteerde hij pas op vierendertigjarige leeftijd en werkt nu nog als jurist. Hij bouwt dat wel af, want eigenlijk weet hij al sinds zijn achttiende dat hij schrijver wilde worden. ‘Toen begon ik het tegen vrienden te zeggen. Eerst was ik wat onzeker, maar hoe vaker ik het zei, hoe meer ik erin ging geloven.’ Op de School voor Journalistiek volgde hij een cursus Creatief Schrijven en vanaf dat moment besloot hij ermee door te gaan.

‘De docent zei tegen mij: ”Jij komt er wel.” Die zin is me altijd bijgebleven en hielp me om door te gaan op moeilijke momenten. Je moet altijd doorgaan, ook als je denkt dat wat je schrijft heel slecht is.’ Hij stelt nu dagelijks een aantal woorden voor zichzelf dat hij moet halen. ‘Ik ga voor duizend woorden op een dag, en ik blijf net zolang zitten tot ik ze geschreven heb. Het liefst meer, natuurlijk.’

Zelf worstel ik met de vraag hoe je als schrijver de lezer een bepaalde boodschap meegeeft. Mijn vriend kwam erbij staan en vroeg hoe Murat daarover dacht. ‘Wie ben jij?’ lachte hij. ‘Haar literair agent?’ We lachten, en het advies dat Murat vervolgens gaf, is het beste dat ik tot nu toe heb gekregen. ‘Je moet er geen duidelijke boodschap in willen leggen. Dan is het zo geforceerd, alsof je zo op de eerste pagina van het boek zet: ‘dit is de boodschap.” Ik knikte en luisterde aandachtig, mijn wangen rood van opwinding. ‘Dan wordt het zo’n zelfhulpboek, begrijp je? Iedere lezer haalt zijn eigen boodschap eruit. Als schrijver moet je gewoon het verhaal vertellen.’

Eigen foto’s.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.