Het typische schrijversbestaan is niet troosteloos, maar romantisch

Wanneer de deuren van de Oosterhuiszaal opengaan, zoek ik een plekje achter een rij bejaarden die bingokaarten van gerecycled papier in hun handen klemmen. Ze verheugen zich duidelijk op de boekpresentatie van de nieuwste Herman Koch en de bijbehorende bingo. Voor welke van de twee ze echt komen, blijft onduidelijk. Tegen achten raken de stoelen om me heen steeds voller en laat de schrijver zich zien. Hij draagt een vest en lijkt eerder op een willekeurige bingo fan dan op een schrijver met een miljoenenpubliek.

[heading margin_top=”14″]Signeren in de Bijenkorf is ineens een troosteloos moment[/heading]

Op de Facebookpagina van het evenement las ik dat vier schrijvers en Koch zelf vanavond over de troosteloosheid van de literatuur praten. Mij leek de literatuur op wat stoffige literaire avondjes na niet zo troosteloos, en daar valt niet al te veel over te zeggen. Wanneer Arjen Lubach, de eerste schrijver die iets over die troosteloosheid zal zeggen, het podium opkomt en een anekdote voordraagt, wordt duidelijk dat de troosteloosheid vooral te vinden is in humoristische gebeurtenissen die voornamelijk voor schrijvers herkenbaar zijn.

Een uitnodiging voor een nieuw boekenprogramma waarbij het te bespreken boek van tevoren even snel doorgebladerd wordt. Een schrijver die naar datzelfde programma een aubergine meeneemt als inspiratiebron. Filmacademiestudenten die een boek willen verfilmen, maar het boek nog niet gelezen hebben. Die het kind in het verhaal liever vervangen door een hond. Schrijvers die ouwelullenbier drinken en zich er niet voor schamen.

Herman Koch zelf geeft ook voorbeelden van troosteloze momenten uit zijn schrijversbestaan. Lezers die altijd dezelfde vragen stellen. Signeersessies in de Bijenkorf waarbij zijn rij langer is dan die van collega’s of andersom en ze elkaar beloven ‘dat er zo echt wel meer mensen komen’. Lezingen die nooit eindigen omdat er altijd lezers zijn die nog vragen hebben. Of erger nog, lezingen waarbij hij niet weg kan omdat lezers hem vergelijken met de vorige schrijver ‘die wel tot drie uur bleef’.

[heading margin_top=”14″]Bloemen krijgen terwijl je wijn wilde, is schrijversromantiek[/heading]

Op een verlaten perron staan met een bos bloemen die je anonimiteit verruilt voor nieuwsgierigheid van passanten. Stalkende lezers die met een tas vol tijdschriften en kranten komen aanzetten waar Herman Koch ooit in heeft gestaan, in de verwachting dat hij alles signeert. Het Boekenbal waar iedereen de hele avond in de rij staat voor drankjes. Terwijl de aanwezige schrijvers in hun anekdotes beaamden dat het schrijversbestaan behoorlijk troosteloos is, fronste ik mijn wenkbrauwen.

Want het uitdelen van honderden handtekeningen, het geduldig beantwoorden van vragen en het meemaken van niet nader te noemen momenten op het Boekenbal, hoort dat niet bij de romantiek van het schrijversbestaan? Schrijver zijn ís lezingen geven in alle uithoeken van het land, de vreemdste mensen ontmoeten en een bos bloemen krijgen terwijl je wijn wilde.

Koch kan het zich inmiddels veroorloven om al die ‘beproevingen’ niet langer te hoeven doorstaan. Hij kan selectief zijn met interviews en optredens, het is hem gelukt om de troosteloosheid uit zijn schrijverschap te bannen. Terwijl de zaal stil werd voor de bingo en de bejaarden voor me enthousiast een vulpen tevoorschijn haalden, vond ik het jammer dat de typische schrijversmomenten ineens als troosteloos worden beschouwd.

Ik weet zeker dat er tientallen jonge schrijvers zijn die het maar wat graag zouden meemaken.

Deze blogpost is geschreven als onderdeel van de Blog NL Maand #3  waaraan ik meedoe.
Hier lees je mijn reportage over de boekpresentatie van Herman Koch.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • Lilith_8

    Goh, ik begrijp dat wel dat dat op den duur troosteloos wordt. Als gevestigde auteur wil je toch ook serieuze erkenning krijgen, met mensen die oprécht in je boeken geïnteresseerd zijn en misschien ergens een invloed hebben. Stefan Brijs had ook genoeg van al die lezingen. Hij is naar Spanje getrokken om zich puur op het schrijven te kunnen concentreren – maar hij kan dan ook van zijn boeken leven. Dat is maar weinigen gegund in ons taalgebied…

    • Linda Rosalinde Markus

      Ik weet het niet. Er werd nogal lacherig over gedaan tijdens de avond, alsof het een last is die je als schrijver helaas bij de bekendheid krijgt. Waarom zouden al die momenten ineens troosteloos zijn? Het heeft toch ook wel iets, denk ik dan. Dat lezers je zo bewonderen of dat je met een grote bos bloemen op het station staat.

      • Lilith_8

        Ja, wellicht overdrijven ze inderdaad wel een beetje, maar ‘k kan me tegelijk indenken dat het ergens wel een last wordt, bv. mailtjes van studenten om hun boekbesprekingen te kunnen maken, zo’n zaken. Ach kijk, in onze situatie kunnen we maar hopen dat we hier ooit eens mee te maken krijgen, zeker? 🙂

        • Linda Rosalinde Markus

          Ja hoor, kom maar hier met die bos bloemen. 😉

  • Ik vind de houding van Koch en kornuiten ergens wat ondankbaar naar de fans toe. Zij bieden hem dat podium. Hoe goed je ook schrijft, zonder lezers kom je niet ver. Als je van schrijven je beroep wil maken tenminste. Daarmee wil ik ook niet zeggen dat je 24/7 klaar moet staan voor je fans en op commando handtekeningen uit moet delen, maar wat erkenning geven aan je publiek is toch wel het minste lijkt me. En zeuren dat je bloemen krijgt terwijl je wijn wilde. Gewoonweg not done.

    • Linda Rosalinde Markus

      Dat gevoel had ik ook een beetje, Sylvia! Er werd wel gezegd dat ze het niet verkeerd of arrogant bedoelden. En volgens mij is het ook wel zo dat hij hiermee zei wat veel schrijvers denken. En lezers zullen vast weleens irritant zijn. Maar om het dan meteen troosteloos te noemen stuitte me een beetje tegen de borst!

  • karin

    schrijvers worden vaak voor lezingen niet eens (goed) betaald. dat stuit misschien ook ietwat tegen de borst?