Hoe je weet of je moet stoppen of doorzetten (waarom niet alles leuk hoeft te zijn)

Een vriendin van me leidt het droomleven van iedere pas afgestudeerde jongere. Ze studeerde binnen de tijd af met fantastische cijfers, had binnen een paar weken een ambitieuze baan met een nog ambitieuzer salaris en is inmiddels bezig met het kopen van haar eerste huis. Onlangs mailde ze me voor een zakelijke afspraak. ‘Welke datum komt jou uit?’ vroeg ze. Een bepaalde datum was vetgedrukt. ‘Die komt mij het beste uit,’ zei ze. ‘Dan heb ik lekker vroeg weekend.’

Het verbaasde me en tegelijkertijd ook niet. Alles moet altijd maar leuk zijn. Heb je een goede baan? Dan ga je vast fluitend naar je werk. Bereik je jouw doelen? Op tijd uit bed komen is vast geen enkel probleem. Uiteindelijk werk je niet alleen omdat het leuk is, ook omdat het gewoon moet. You need to make money. Alles moet altijd leuk zijn, terwijl dat allesbehalve realistisch is. Ook wie een leuke baan heeft, verlangt naar het weekend.

Het probleem, volgens mij, is dat het idee is ontstaan dat daar iets mis mee is. Een kennis van me stopte met vier studies voordat ze besloot dat studeren niets voor haar was. Natuurlijk kun je de verkeerde keuze maken – en meer dan eens – maar bij iedere studie zijn er onderdelen die minder leuk, moeilijk of onzinnig zijn. Wanneer iets tegenzit, lastig is of niet verloopt zoals gepland, betekent dat niet automatisch dat het een verkeerde keuze was of dat je ermee moet stoppen.

Ik heb het mezelf moeten leren, want ik ben een aansteker. Uit mijn onregelmatige gedachten ontstaan ideeën en voor die ideeën voel ik ongelofelijk veel enthousiasme. Ik krijg er energie van, wil er non-stop mee bezig zijn en zet alles ervoor opzij. Dat ene idee telt, en de uitvoering moet nú. Op het moment dat het vuurtje eenmaal brand en de nieuwigheid eraf begint te slijten, dooft mijn vuurtje langzaam. Terwijl juist na die eerste opzet ideeën verder groeien, stijgen tot hoogtes die je niet had voorzien.

In mijn hoofd zie ik dan altijd een witte ballon voor me met een kaartje eraan waar ik als kind iets op mocht schrijven voordat we met de hele klas de ballonnen loslieten. Een deel van die ballonnen raakte binnen enkele seconden verstrikt in de takken van de bomen, maar een ander deel bleef stijgen, net zolang tot de ballonnen uit het zicht waren verdwenen. Je had geen idee waar de ballon eindigt en of iemand anders het kaartje ooit zou lezen – maar dat maakte het juist zo spannend.

En juist dan haken velen – inclusief ik, voor lange tijd –  af. We zien ‘m niet meer, dus het is tijd om een nieuwe ballon op te laten. Opnieuw die energie te voelen waardoor je urenlang vergeet dat je bestaat en jezelf op iets nieuws te storten, iets leuks, spannends; tot ook daar het nieuwe randje vanaf slijt. Daarom blijven projecten vaak liggen en komen dingen die je allang had willen doen niet af. Daarom wisselen we van studies, raken we uitgekeken op onze banen.

Waar is de volgende witte ballon die we los kunnen laten?

Verlangen naar het weekend is prima. Toegeven dat je studie niet altijd is wat je ervan verwachtte ook. Het zorgt ervoor dat je alles wat wél leuk is, meer leert waarderen. Ik probeer niet te kijken naar wat even niet gaat zoals gepland, maar of ik er energie uithaal. Een vage term, die je heel simpel kunt verwoorden: heb je het idee hebt dat de ballon vastzit in de bomen of verwacht je juist dat ie nog veel verder kan stijgen?

Jouw antwoord is het verschil tussen blijven turen naar je huidige ballon of op zoek gaan naar een andere.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.