Als alle stroom uitvalt en niets meer werkt, wat doe je dan? (audioblog)

‘Leuk, waxinelichtjes.’ Mijn nichtje hield de doos met dertig waxinelichtjes omhoog. ‘Het zijn originele Gouda waxinelichtjes,’ zei mijn vader glunderend. We zaten in een kring, een familielid aan elke zijde, en speelden het bekende dobbelspel. Iedereen had zijn best gedaan om drie cadeautjes uit te zoeken. ‘Het is wel praktisch,’ gaf mijn tante toe. ‘Ja,’ knikte m’n nichtje. ‘Wel praktisch.’ Zodra de dobbelsteen zes stippen liet zien, probeerde ze de doos te ruilen.

Niemand wilde de waxinelichtjes hebben, dus aan het einde van de avond ging mijn vader met de doos naar huis. ‘Echt fijn. Ze waren net op,’ zei hij. Dat was tijdens de feestdagen in december. Gisteravond bleek hoe praktisch de doos was, want de stroom viel ineens uit. De lampen in de woonkamer flikkerden. Toen ik opkeek, was het licht verdwenen. We haalden de doos waxinelichtjes uit het plastic en staken een paar kaarsjes aan.

‘Het zal zo vast weer werken,’ zei ik. Ondertussen keek ik op Twitter of anderen ook last hadden van de stroomstoring. Mijn vader ging de wijk in om het ouderwets aan de buren te vragen. We kwamen allebei tot de conclusie dat het niet aan ons lag, maar aan netbeheerder Stedin. ‘Als het langer dan vier uur duurt, krijgen we een vergoeding,’ zei mijn vader. Het alarm piepte en alles wat in de vriezer stond, ontdooide langzaam. ‘Dan heb je de waxinelichtjes terugverdiend.’

Twee uur later was de storing nog niet opgelost. We konden het avondeten niet klaarmaken, de batterijen van onze smartphones raakten leeg en ook de internetverbinding deed het niet. Dus zaten we bij elkaar in een donkere woonkamer. ‘Wat doen we nu?’ vroeg mijn broertje. ‘Geen idee,’ zei ik naar waarheid. Als alle stroom uitvalt en niets meer werkt, wat doe je dan?

Het besef kwam dat we ontzettend afhankelijk zijn van dingen zoals stroom. Om televisie te kunnen kijken, om te kunnen internetten, om eigenlijk alles te kunnen doen wat een mens doet in de 21e eeuw.

Er bleven twee dingen over: een boek lezen of schrijven, hoewel het eigenlijk te donker was. Ik stak drie kaarsen aan en zette ze rondom een boek. Het gaf net genoeg licht om de letters te kunnen onderscheiden. ‘Wat als je de waxinelichtjes niet had gewonnen die avond?’ vroeg ik. ‘Dan was het pas echt donker.’ Het zou te donker zijn om te lezen of te schrijven, dus er zou één ding overblijven. Nadenken. Als er niets meer is, heb je altijd nog je gedachten.

Vanuit gedachten ontstaat alles. Zelfs als er niets is. Lezen is een manier om andere gedachten te krijgen, schrijven een manier om iets met die gedachten te doen. Zoals bloggen een manier is om gedachten helderder te krijgen en soms om te zetten in iets concreets. Na drieënhalf uur sprong ineens het licht aan. We bleven even zitten, alsof we niet goed wisten wat we nu moesten doen.

Heel even vond ik het jammer dat het moment voorbij was. Daarna zette ik de televisie aan.

Deze blogpost is geschreven als onderdeel van de Blog NL Maand #1.

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • karin

    wat ontzettend goed!

  • Ik had laatst hetzelfde, al duurde de storing daar maar een uurtje 😉

  • Ik ben eigenlijk best benieuwd wat ik dan zou doen… Lezen i guess, op de een of andere manier 😀 Zoals ik iedere avond doe.