Laat de auto staan, want treinreizen is perfect om je verhalen te testen

Als student reis ik vrijwel dagelijks met de trein naar het mooie Den Haag. Ja, we weten het allemaal, treinen zijn vreselijk. Treinen zijn gele dwangbuizen waarin we ons vrijwillig twintig minuten lang laten opsluiten en er nog voor betalen ook. Maar het vreselijke van die dwang- buizen is niet dat ze vaak te laat komen of dat ze zo vol zitten dat je je noodgedwongen in het hoekje bij de wc laat drukken. Het erge is dat iedereen je kan horen.

[heading margin_top=”14″]Reizen in zo’n gele dwangbuis heeft ook voordelen[/heading]

Telefoongesprekken met een vriendin die altijd belt op ongelegen momenten of geroddel over een docent die altijd pas na vijf weken cijfers invoert; iedereen luistert verplicht mee. De treinreizigers die net iets dieper achter hun Metro of Spits duiken of overdreven geïnteresseerd naar de voorbijrazende snelweg kijken, zijn het ergst. Ze horen alles. Niet voor niets vragen vrienden me of ik mijn rijexamen al ingepland heb, want het openbaar vervoer, néé, dat moet je gewoon niet willen.

Goed, het is dus vréselijk, daar zijn we (of toch in ieder geval de studenten onder ons) het over eens. Maar wat als ik je vertel dat afgeluisterd worden in de trein ook zo z’n voordelen heeft? Dat het eigenlijk geen ongemak, maar een káns is? Laatst zat ik met een vriend in de trein.We zaten er tegenover elkaar, want naast me zat een vrouw die haar witte terriër met veel moeite van mijn stoel had verwijderd, zodat ik kon zitten. We praatten over een etentje van de avond ervoor.

Ik ben een moeilijke eter, want ik ben een echte Nederlander: wat ik niet ken, dat eet ik niet. Misschien het gevolg van een gebrekkige opvoeding of wellicht veroorzaakt door mijn eigen koppigheid, maar het is zo. Daarom Google ik van tevoren altijd menukaarten. Dan kan ik urenlang de kaart bekijken zonder druk om op te schieten en kan ik alvast een nachtje slapen over wat ik wil bestellen. Het restaurant had heerlijke gerechten. Vegetarische pasta’s, pittige kip, maaltijdsalades. Heerlijk.

Dat etentje zou fantastisch worden, dus ik ging er in opgetogen stemming naartoe. Na een voorafje en wat witte wijn kregen we de menukaart. Toen ik hem opensloeg, registreerde ik in enkele seconden de gerechten die op de kaart stonden. Het waren niet de gerechten waar ik een nachtje over geslapen had. Ik vroeg het aan een serveerster. ‘De kaart? Ja, dit is een speciaal groepsmenu. Dat is makkelijker voor de kok.’ Ik knikte. Makkelijker voor de kok, dus. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om een bloederig stuk vlees van Bambi op te eten, dus koos ik iets wat niet op de kaart stond: ‘Heeft u ook iets vegetarisch?’

[heading margin_top=”14″]Schrijvers, gebruik treinreizen om verhalen te testen[/heading]

Met mijn aparte keuze zonderde ik me meteen af van de rest van de groep. Een goed begin van de avond. Nadat ik veelvuldig herhaalde hoe lekker mijn pasta was en de rest van het dijbeen van Bambi genoot, kregen we de dessertkaart. Ook op die kaart was de keuze beperkt, maar dat maakte niet uit. Desserts zijn altijd lekker. Terwijl ik de kaart bekeek, was daar ineens een desastreuze gedachte: ‘Ik ga eens iets nieuws proberen in plaats van dat eeuwige chocoladeijs.’

‘En voor u?’ ‘Het notentaartje,’ zei ik, terwijl ik de dessertkaart tevreden dichtklapte. Vijftien minuten later werden de desserts gebracht. Prachtige schalen gevuld met chocoladeijs waar warme chocoladesaus overheen stroomde en taartjes die eruit zagen alsof ze onderdeel waren van de serie plastic gebakjes die mensen op verjaardagen altijd pijnlijke kiezen bezorgd. ‘Nee, nee, die zijn niet om op te eten. Die zijn voor de sier.’ Au. Ik hoefde alleen maar naar het ijs te kijken om te voelen dat ik de verkeerde beslissing had gemaakt.

Terwijl ik het verhaal van het etentje aan de vriend tegenover me vertelde, begon een man aan de andere kant van het gangpad te lachen. Ingehouden, dat wel, maar het was duidelijk gelach. Toen hij me met een schuin oog aankeek en ik zijn blik opving, werd hij rood en veranderde zijn lach in een hoestbui. Ook de vrouw met de terriër keek iets minder zuur. Als een verhaal een vreemde die naast je in de trein zit laat lachen, dan weet je dat je er een goed verhaal van kunt maken.

Daarom laat ik me voortaan niet meer in een hoekje bij de toiletten drukken. Ik ga in de meest volle coupé zitten om verhaalideeën te testen op publiek. Geweldig, dat treinreizen.

Foto van een jaloersmakend dessert door: Kelly Garbato

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.