Verduidelijk de literatuur, laat korte zinnen het verhaal vertellen

Even geleden las ik op De Correspondent een column over cultuurbarbaren: volgens de schrijver van de column, Ernst-Jan Pfauth, zijn dat mensen die veel kennis van bijvoorbeeld kunst of literatuur hebben, maar die kennis weigeren te delen met nieuwkomers. Ik schreef een tegenreactie omdat ik het niet met hem eens was. Gelukkig verscheen er een tweede column van zijn hand waarin hij die cultuurbarbaren concrete handvatten geeft: hoe maak je cultuur toegankelijk?

Als voorbeeld noemt hij het versimpelen van de teksten die in musea bij schilderijen hangen. Ik wil altijd weten waar ik naar kijk, dus lees ik bij elk museumbezoek trouw de teksten naast kunstwerken. Juist daardoor weet ook ik dat ze meestal niet uitnodigend geschreven zijn. Als leek die zich niet in de kunstwereld verdiept maar zo af en toe wel kunst wil bezichtigen, wil ik me gewenst voelen wanneer ik dat doe. De teksten bereiken vaak het tegenovergestelde.

Daar staat tegenover dat heldere teksten schrijven over kunst niet makkelijk is. Correspondent-lid Martijn de Rooij reageerde treffend op Pfauth’s column:

‘Onbegrijpelijke teksten duiden niet zozeer op het al te hoge kennis niveau van de kenner, maar op het onvermogen het kunstwerk met woorden te benaderen. Als je iets niet echt snapt neem je een toevlucht in jargon.

Dit zie je overal, niet alleen in de kunstwereld. Alleen in de kunstwereld zie je dit zo vaak omdat kunst eigenlijk niet te snappen valt.’

Kon je jaren geleden laten zien dat je ergens verstand van had door moeilijke woorden te gebruiken, nu lijkt het omgekeerd. Hoe simpeler je iets kunt verwoorden, en zeker zoiets ongrijpbaars als kunst, hoe beter je je vak verstaat. Niet alleen als het over museumteksten gaat; ook in de literatuur of zelfs in de supermarkt.

Paulien Cornelisse schreef een column over de poëtische beschrijvingen van Albert Heijn producten: ‘Hoekig en knapperig krokant is wat men van buiten ziet, maar zo zacht en vol vuur in het hart,’ is daar de beschrijving van een doos kersenflappen. Het is even leuk wanneer je zo’n doos pakt en tegen alle verwachtingen in een dichterlijke beschrijving leest, maar wat zegt het in feite over het product? Dat ze vierkant en knapperig zijn en zacht van binnen? Is dat alles wat je erover wil weten?

Paulien pleit ervoor de kersenflap gewoon de kersenflap te laten. Poëtische beschrijvingen kunnen producten of kunstwerken onnodig ingewikkeld maken en voorbij gaan aan wat de lezer echt wil weten. Persoonlijk denk ik dat dat in de literatuur ook vaak zo is. Dat de schrijver zich zo verliest in het componeren van prachtige zinnen dat hij vergeet te kijken of het verhaal die opsmuk wel nodig heeft.

Het lijkt me in ieder geval een mooie uitdaging: proberen minder lange en complexe zinnen te schrijven en korte zinnen meer ruimte te geven. Literatuur gewoon laten stralen vanwege haar eenvoud, net zoals zo’n simpele kersenflap.

Hoe denk jij over lange versus korte zinnen?

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • Lilith_8

    Eigenlijk ben ik het hier absoluut niet met je eens. Laatst had ik een interessant gesprek met een professor. Die zei dat ‘woordkunst’ en ‘stijl’ eigenlijk de essentie van literatuur zijn. ‘Narratieve verbeelding’ is helemaal niet uniek voor literatuur, want die wordt evenveel gebruikt in series en films en zelfs in computergames die een volledig verhaal uitbouwen. Ik ben het eigenlijk wel met hem eens, waaruit dan volgt dat de verzorging van de taal en de stijl een extreem belangrijke component van literatuur is.
    Ik heb onlangs een boekje van 60 bladzijden gelezen dat bestond uit één zin, nl. ‘Ce que j’appelle l’oubli’: een klein en prachtig boekje, heel knap geschreven en ik kan daar alleen maar bewondering voor hebben. Ik ben het er wel mee eens dat het taalspel niet belangrijker moet worden dan het verhaal, of beter gezegd dat het niet uitsluitend om een taalspelletje mag gaan. Het moet eerder in functie van de inhoud zijn (in dat boekje ging het bijvoorbeeld over iemand die zo verontwaardigd was over iets dat hij gewoonweg niet kon zwijgen en absoluut zijn relaas wou doen, waarbij hij zichzelf ook heel vaak herhaalt).

  • Julian

    Wat betreft de beschrijvingen in musea ben ik het met je eens. In de literatuur, echter, gaat het om het hoe en niet om het wat. De vorm van het ‘hoe’, is aan de schrijver. Iedere schrijver kiest een eigen vorm. De vorm is vaak kunst op zich.