Ik bepaal niet of personages doodgaan, dat doen mijn verhalen zelf

‘Waarom gaan er in jouw verhalen altijd mensen dood?’ Ik knipperde met m’n ogen. ‘Oma’s, kinderen, kleinkinderen, het maakt niet uit!’ Ik had het verhaal maanden geleden in de broekzak van mijn broer gestopt tijdens de familiebarbecue. Eigenlijk was ik ervan uit gegaan dat het samen met zijn naar rook ruikende broek in de wasmachine was verdwenen. ‘Tja,’ zei ik. ‘Dat bepaal ik niet, dat gebeurt gewoon.’

[heading margin_top=”14″]Als je blogt, denken mensen dat je goed schrijft[/heading]

Twee weken geleden nodigde het Schrijversgenootschap me uit om een keer gastschrijver te zijn. Een absolute eer, want als ik een lijstje zou hebben met favoriete blogs en websites, dan zou het Schrijversgenootschap daar zonder twijfel tussen staan. Het mooie is dat de vier vrienden van het Schrijversgenootschap en ik dezelfde motivatie hebben voor het online gooien van onze schrijfselen: onszelf én anderen stimuleren (vaker) te schrijven.

Toch twijfelde ik toen ik de uitnodiging kreeg. Hij was voorzien van een compliment (werkt altijd), een thema en een woordenaantal. En dat thema vormde het probleem. Dat woordenaantal moest lukken. Schrijven is nu eenmaal (hoe cliché ook) schrappen, dus dat was onontkoombaar. Maar het thema voelde als een beperking. Aan de ene kant is het fantastisch dat iemand je een onderwerp geeft om over te schrijven, maar aan de andere kant is het verlammend. Als je niets met het thema kunt, schrijf je misschien wel het slechtste verhaal van de themaweek.

En als dat verhaal dan tussen bijna driehonderd andere verhalen op een goed gelezen website verschijnt en 635 volgers en 298 likers bereikt, is dat nogal wat. Mijn eerste reactie was dan ook: afzeggen. NU! Als je een blog bijhoudt over schrijven, verwachten mensen blijkbaar dat je ook echt goed kunt schrijven. Niet dat ik dat ooit heb beweerd, maar het wordt wel gedacht. Het slechtste verhaal van de themaweek schrijven is daardoor niet iets wat ik ambieer.

[heading margin_top=”14″]Het gekke met verhalen is dat je niet bepaalt hoe ze verlopen[/heading]

Ik gaf mezelf twee dagen om erover na te denken. Toen ik ’s avonds naar huis reed, verscheen er een meisje in m’n hoofd. Haar leeftijd wist ik niet, maar ik zag dat ze op het strand liep. Het leek alsof ze iets zocht. Haar moeder keek van een afstandje toe. Eenmaal thuis twijfelde ik. Misschien moest ik het toch opschrijven. Dat deed ik, in de trein. Het meisje zocht iets en haar moeder rookte de ene sigaret na de andere uit angst voor het water. ‘Ik doe het,’ mailde ik de volgende dag.

Ik legde het een even weg om het later in Word te zetten, maar tegen die tijd was het verhaal veranderd. Het meisje zocht niets en de moeder rookte maar één sigaret. In plaats daarvan was er ineens iemand overleden, kon de moeder de puinhoop die hij had achtergelaten niet aan en probeerde het meisje er een waardige afsluiting aan te geven. Een heel ander verhaal dan het eerste idee, en er ging wéér iemand dood (sorry, broer), maar het kon niet anders.

Dat is het gekke met verhalen: jij bepaalt niet hoe ze verlopen. Ik kan wel willen dat het meisje iets op het strand is kwijtgeraakt, maar het paste gewoon niet. Toen ik het opschreef, leefde het niet. Het werd niks, dus moest het anders. Mijn antwoord is nu nog steeds hetzelfde: ik bepaal niet of ik over de dood schrijf, soms gebeurt het gewoon.

Mocht je het willen lezen, bij deze: ‘Waterkou’

 

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.