Vijf redenen om je vrijdagavond op te offeren voor een literair festival

‘Waar ga je heen?’ Ik zag hoe hij naar mijn olijfgroene blazer keek en twijfelde heel even. ‘Naar een evenement,’ zei ik. ‘Voor het vrijwilligerswerk wat ik doe.’ Dat klinkt heel nobel, maar het betekent niets meer dan dat ik naar een literaire avond ga als webredacteur voor de Jonge Schrijversavond. ‘Wat doe je dan?’

Dat is zo’n vraag waarop ze het antwoord altijd willen weten, tenzij het iets met boeken en schrijven te maken heeft – dan niet. Zodra ik de woorden ‘Jonge’ en ‘Schrijversavond’ uitspreek, zijn er de gefronste wenkbrauwen. Altijd, zonder uitzondering. Vervolgens leg ik het in twee zinnen uit, waarna ik vertel dat het evenement iets met boeken en schrijvers te maken heeft.

‘Oh, oké.’ Dat is altijd het antwoord. Niet ‘Goh, gaaf zeg!’ of ‘Leuk dat je dat doet!’ of ‘Klinkt interessant, zo’n avond’. Nee, altijd: ‘Oh, oké,’ waarmee ze dan eigenlijk bedoelen: ‘Fijn dat je het gedeeld hebt, maar eigenlijk boeit het me niks. Zullen we het snel over iets anders hebben?’

En, eerlijk, dat is zonde. Natuurlijk zijn niet alle literaire evenementen doordrenkt met humor, drank, jong publiek en hippe schrijvers. Zo ben ik bijvoorbeeld naar een debatavond over de toekomst van de roman geweest, waar Wieringa een prachtig betoog hield over de kunst van de roman. Dat was zitten, luisteren en napraten. Maar ook zo’n serieuze avond kan de moeite waard zijn.

Hieronder geef ik vijf redenen waarom:

1. Je hebt de kans om met schrijvers te praten
Dit jaar interviewde ik Ernst-Jan Pfauth, praatte ik met Philip Huff over jong debuteren, ontmoette ik Joost de Vries, Hanna Bervoets, Myrthe van der Meer, Murat Isik, Charlotte Mutsaers, Tommy Wieringa, Peter Zantingh, Jamal Ouariachi en vroeg ik Thomas Heerma van Voss naar zijn beste schrijftip. En dat allemaal dankzij literaire avondjes.

Persoonlijk vind ik de beste motivatie het lezen van een goed boek óf praten met iemand die schrijven net als jij fantastisch vindt. Na zo’n avond ben ik ‘opgeladen’, heb ik de energie en inspiratie om te blijven schrijven.

2. Je krijgt de beste aanbevelingen voor goede boeken
Ik hou niet van boekrecensies, omdat recensies vaak onnodig moeilijk in elkaar zitten. Het gaat eerder over de literaire stroming waarin het boek thuishoort dan of het een mooi verhaal is, dus lees ik ze zelden nog. In plaats daarvan stel ik mijn ‘boeken-die-ik-nog-moet-kopen’ lijstje samen aan de hand van aanbevelingen die ik op literaire avonden krijg.

Nadat ik met Myrthe van der Meer praatte, kocht ik haar boek ‘Paaz‘. Toen Franca Treur afgelopen zaterdag uit haar tweede roman voorlas, wist ik: die wil ik hebben. En toen moderne schrijver Marisha Pessl op BorderKitchen over haar tweede roman ‘Night Film‘ vertelde, nam ik het meteen mee naar huis.

Schrijvers kunnen als geen ander gepassioneerd over hun boek vertellen en je daardoor bewegen het te gaan lezen. En dan kun je er daarna zelf ‘iets van vinden’. Dat noem ik de beste aanbeveling ooit.

1382029_10151949150287491_126997263_n

3. Je raakt steeds meer vertrouwd met de schrijverswereld
Als je me een jaar geleden had verteld dat ik moeiteloos op ‘vreemden’ zou durven afstappen, had ik je uitgelachen. Letterlijk. Want ik was altijd degene die alles deed, behálve opvallen. Maar doordat je op literaire avondjes de kans krijgt om met andere literatuurliefhebbers en schrijvers te praten, pak je die ook.

Je voert interessante gesprekken, leert het wereldje beter kennen en raakt er zelfs mee vertrouwd.  Ik hou niet van de term ‘netwerken’ omdat het klinkt alsof je het alléén daarvoor doet, maar is fantastisch om met gelijkgestemden te praten.

4. Je bent even weg van dat bureau
Als je alleen maar achter je bureau zit, is het schrijversleven heel eenzaam. Door naar zulke avonden te gaan ben je toch met schrijven en boeken bezig, maar dan op een ontspannen manier. En je zit niet de hele dag achter je bureau naar het lege Word-document te staren. Ernst-Jan Pfauth zei in een interview dat ik met ‘m had dat hij de meeste inspiratie opdoet door dingen te beleven en naar buiten te gaan. Doe dat dan ook.

5. Je geeft je literatuurkennis een boost
Tijdens zo’n avond leer je nieuwe boeken kennen of hoor je dat je oude klassiekers écht moet lezen. Je leert schrijvers kennen waarvan je niet wist dat ze bestonden en zelfs als je besluit niets te lezen, geven die avonden je literatuurkennis een boost. Waarom dat handig is? Omdat literatuur je inzichten geeft en helpt bepaalde onderwerpen te begrijpen.

Als je niet van schrijven houdt en niks om boeken geeft, moet je er niet heen gaan. Dan heb je er niets aan. Maar als je wél van literatuur of schrijven houdt, doen die literaire avonden iets met je. Ze inspireren je om nieuwe boeken te lezen, om te schrijven; wat dan ook. Je gaat erheen vol verwachtingen en neemt de nachttrein terug met een hoofd vol ervaringen en ontmoetingen.

En dat is absoluut je vrije vrijdagavond waard.

 Foto door: Willem Popelier

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.