Vier tips die voorkomen dat je verhaal door angst in de versnipperaar verdwijnt

Soms krijg ik confronterende mails van aspirant-schrijvers die met met het schrijven worstelen. Niet alleen voelen ze zich vaak onbegrepen door hun omgeving, ze durven het meestal ook niet te vertellen aan anderen. Tussen die mails zat een mail van een jongen bij wie die angst verder ging: hij durfde zijn eigen verhalen niet terug te lezen, uit angst dat hij het zelf niet meer goed genoeg zou vinden.

Gisteren las ik een blogpost over angst, waarin gezegd werd dat angst onder de oppervlakte leeft en soms omhoog komt op de momenten dat je kwetsbaar bent. Dezelfde blogger schreef daar al eerder over en kwam tot de conclusie dat je soms tegen die angst moet vechten. Daar geloof ik ook in. Het schrijven zou vooral leuk moeten zijn, een inspannende en creatieve bezigheid die je voldoening geeft en gelukkig maakt. Niet iets waarbij je bang bent voor kritiek van jezelf of anderen.

Helaas weet ik uit ervaring dat het vaak moeilijk is om je daarvan los te maken. Toen ik afgelopen kerst een verhaal online zette, voelde ik die angst ook. Ik probeer dan altijd te denken aan wat schrijver Henk van Straten tijdens een workshop zei:

‘Dat geweldige idee dat ervoor zorgt dat je achter de computer gaat zitten, wordt op papier altijd minder goed. Daar hebben alle grote schrijvers last van. En toch moet je ervoor gaan zitten en gewoon beginnen.’

– Henk van Straten

Ja, de kans is groot dat je een paar verhalen schrijft waar je later niet meer zo trots op bent. Er zullen vast verhalen tussen zitten die je zo slecht vindt dat je ze het liefst in de papier-versnipperaar zou gooien. Ik denk dat dat iets is waar je als schrijver ‘doorheen’ moet. Wel heb ik een paar tips die je kunnen helpen om daarmee om te gaan.

1. Verzamel complimenten

Onderstaande foto maakte ik op 3 januari 2013. Dat was de dag waarop ik begon met het verzamelen van alle complimenten, tweets, mooie mails en mooie woorden die ik kreeg. Ik schreef elk compliment op een briefje, vouwde alle briefjes op en stopte ze in een lege snoeppot. In de loop van het jaar heb ik er steeds meer verzameld. Het eindresultaat zie je boven deze blogpost. Soms heb je als schrijver gewoon wat meer zelfvertrouwen nodig en dan is zo’n snoeppot met allemaal complimentjes fantastisch.

Aan het begin van 2014 heb ik alle briefjes eruit gehaald en opnieuw gelezen. Als ik ze niet had opgeschreven, zou ik de meesten ongetwijfeld vergeten zijn. Het maakt niet uit hoe kort een reactie is, als het jou een goed gevoel geeft, schrijf je het op en stop je het briefje in de snoeppot.

RosalindeMemoryJar

2. Vergelijk oudere met nieuwere verhalen

Stap over je angst heen en herlees verhalen die je wat langer geleden geschreven hebt. Je hoeft er niet kritisch naar te kijken, je hoeft het alleen maar te lezen. Kijk daarna naar verhalen die je pas geschreven hebt. Wat valt je op? Op welke punten ben je gegroeid? Hoe zijn je verhalen in de tussentijd verbeterd?

Schrijf het op en bewaar het, of hang het juist ergens in het zicht. Bekritiseer je oude verhalen niet, maar leer ervan en geniet van de wetenschap dat je jezelf verbeterd hebt.

3. Vraag anderen naar wat jouw verhalen bijzonder maakt

Ik ken mijn eigen schrijfstijl niet. Als ik zou moeten omschrijven hoe ik schrijf, heb ik geen idee hoe ik dat zou moeten verwoorden. Daarom vraag ik soms aan anderen wat mijn verhalen kenmerkt. Het origineelste antwoord kreeg ik van mijn broer: ‘In jouw verhalen gaan altijd mensen dood.’ Goed, dat is duidelijk.

Als je aan anderen vraagt wat jouw verhalen bijzonder maakt of kenmerkt, komen er vaak punten naar boven die je zelf niet waren opgevallen. Zo vertelde iemand me ooit dat ik met veel gevoel schrijf. Dat is niet iets wat ik bewust doe of doorheb, maar het was natuurlijk wel leuk om te horen. Het laat je op een andere (vaak positieve) manier naar je verhalen kijken.

4. Bang voor je eigen verhaal? Kijk in de snoeppot!

Op de momenten dat de angst toeslaat en je je onzeker voelt over je eigen verhaal, haal dan een paar briefjes uit de snoeppot. Grote kans dat je je na het herlezen van de complimenten beter voelt en je eigen verhaal weer onder ogen durft te komen. Ook schrijvers hebben af en toe een compliment nodig als duwtje in de rug. Ik kan er bijvoorbeeld weer tegenaan wanneer ik onderstaande briefjes lees. Durf daarom regelmatig in de snoeppot te kijken.

BriefjesComplimenten

Vecht tegen die angst en probeer bovenstaande tips toe te passen als dat je helpt. En bedenk: dat je nu weet dat eerdere verhalen niet zo fantastisch zijn als je dacht, betekent alleen maar dat je gegroeid bent.

Durf jij oude verhalen terug te lezen?

Gepubliceerd door

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) is communicatiestudente en heeft al zolang ze zich kan herinneren een passie voor schrijven. Haar blog is een openbaar notitieboekje over schrijven, bloggen, creativiteit en wat haar opvalt in het communicatievak. Ook is ze hoofdredacteur van online literair tijdschrift Lood.

  • Lilith_8

    Het lijken mij alleszins goede tips, maar ik weet niet of ze voldoende zijn om een innerlijke criticus het zwijgen op te leggen. Overigens ben ik dan meestal zo twijfelend dat ik ook complimentjes in vraag stel!

  • Noa Meijer

    Hmm… ik heb geen angst om te schrijven, maar het kan natuurlijk altijd beter!

  • Nanouk van Gennip

    Leuke tips Rosalinde, en die twee complimenten zijn echt heel tof! @ Lilith: Als je inderdaad hardnekkig aan jezelf twijfelt is het misschien niet voldoende, maar het kan een eerste stap zijn naar meer zelfvertrouwen.